Leesimpressies

  • Yuval Noah Harari: Homo deus

  • Nr. 39 - 2017
  • ‘Voor het eerst in de geschiedenis sterven er meer mensen aan te veel eten dan aan te weinig eten, er sterven meer mensen van ouderdom dan aan infectieziekten en er plegen meer mensen zelfmoord dan er in totaal gedood worden door soldaten, terroristen en criminelen.’ De Israëlische filosoof Harari veroverde wereldwijd faam met zijn boek over de geschiedenis van de mensheid tot nu toe. De mens als succesnummer en heerser over de planeet. Het is een wonder van bescheidenheid dat we het woord mens nog met een kleine letter schrijven. Honger, ziekte en oorlog zijn nagenoeg onder controle. Harari houdt wel van een puntige formulering. ‘Voor de gemiddelde Amerikaan of Europeaan is Coca-Cola een veel dodelijkere bedreiging dan Al Qaida.’ Harari schreef een vervolg op zijn bestseller. Deze keer kreeg het boek de paradoxale ondertitel mee ‘een kleine geschiedenis van de toekomst’. Harry Mulisch kan er postuum waarschijnlijk een glimlach voor opbrengen. Nu oude doelen gerealiseerd zijn, is het tijd om nieuwe te stellen. De mens gaat op de stoel van God zitten en zou wel eens op weg kunnen zijn naar de eigen ondergang. Een leven na de dood is niet meer genoeg. We eisen hier en nu ultiem geluk. Maar zijn we daar zelf nog bij nodig?

    Kijkend naar het verleden en naar de toekomst is het wenselijk om stil te staan bij wat de essentie van de mens uitmaakt. Dat inzicht is nodig om nieuwe lijnen uit te zetten. Wat maakt de mens tot mens? Wat is het onderscheidende criterium tussen mens en dier? Harari neemt de tijd om enkele verklaringen voor het unieke van de mens onderuit te halen. Dat mensen een eeuwige ziel bezitten en dieren niet, is een opvatting die niet strookt met de evolutie. Niets is eeuwig want alles verandert in de loop van de tijd. Dat mensen over een (zelf)bewustzijn beschikken is evenmin een bruikbaar criterium. Ethologen hebben aangetoond dat die eigenschap ook bij dieren voorkomt. Harari komt tot de conclusie dat alleen mensen in staat zijn tot samenwerking in grote groepen en daardoor bijzondere dingen tot stand kunnen brengen zoals welvarende samenlevingen. Samenwerking bij dieren beperkt zich tot kleine aantallen tussen individuen die elkaar kennen en vertrouwen. Samenwerking bij grotere aantallen zoals bij mieren is te eendimensionaal en mist de flexibiliteit waarin de menselijke samenwerking uitblinkt.

    Dat mensen de planeet tegenwoordig totaal domineren komt niet doordat de individuele mens veel slimmer en handiger is dan de individuele chimp of wolf, maar doordat Homo sapiens de enige soort op aarde is die flexibel kan samenwerken in grote groepen


    De samenwerking waartoe de mens in staat blijkt, heeft baat bij een gedeelde wereldbeschouwing. In de menselijke geschiedenis vond lang geleden de overgang plaats van een samenleving gebaseerd op jagen en verzamelen naar een agrarische samenleving waarbij mensen een vaste verblijfplaats kregen. Het christendom was een levensbeschouwing die daar naadloos op aansloot. De mens was superieur en het exploiteren van beesten was een dagelijkse bezigheid die gefiatteerd werd door de heersende religie. Na de agrarische samenleving ontstond met behulp van de wetenschappelijke revolutie een industriële samenleving. God was een verzinsel van de mens. Het humanisme was een visie die in overeenstemming was met wat de samenleving op dat moment nodig had. Religie was maar een illusie. Het humanisme zorgde voor bevrijding. Harari huldigt echter de opvatting dat het liberale humanisme, in zijn ogen een vergelijkbare religie als de theïstische opvattingen, met net zo veel recht als een illusie beschouwd kan worden. De menselijke autonomie tot uitdrukking komend in de vrije wil en het bewustzijn is op drijfzand gebaseerd. Biowetenschappers betogen dat het liberale humanistische verhaal pure mythologie is. We houden onszelf voor de gek. Het ik is een loze constructie. Een sleutelconcept bij Harari is algoritme waarmee hij methodische stappen bedoelt die leiden tot de oplossing van een probleem of het komen tot een beslissing. Een mens is niet meer of minder dan een biochemische verzameling algoritmen. Die opvatting vraagt om een bijpassende religie. De religie van de toekomst is het dataïsme. Hier zit niet God op de troon of evenmin de mens maar informatie geldt als de bron van alles. Niet mensen maken de dienst uit maar algoritmen. Je kunt je voorstellen, zo trekt de auteur de redenering door, dat we in de toekomst niet meer gaan stemmen omdat Facebook en Google beter dan wij zelf weten wat we vinden. Harari heeft veel vertrouwen in het dataïsme al laat hij op de laatste bladzijden van zijn boek ruimte voor twijfel. Hij propageert niet een bepaalde richting maar wil het spectrum van onze opties verbreden. Desondanks proef je zijn sympathie voor de ontwikkelingen die hij beschrijft.
    Het lezen van Homo deus is een rijke en prikkelende ervaring. Harari heeft een aansprekende manier van formuleren. Hij lardeert zijn betoog met concrete voorbeelden. De brede eruditie van de auteur is ook een valkuil. Hij doet vaak stellige beweringen waarbij vraagtekens achterwege blijven. Dan staat er een onschuldig zinnetje, zoals op blz 55, dat luidt: ‘de upgrade van de mens tot god kan volgens drie wegen verlopen’. Hoe zo? Waarom zou dat niet op zeven verschillende manieren kunnen verlopen?
    Waarom moet ik mijn politieke voorkeur overlaten aan instanties die geen ander motief hebben dan mij zo veel mogelijk geld uit de zak te kloppen? Ik geloof liever mijn eigen mening over mij dan die van Mark Zuckerberg. De illusie neem ik op de koop toe.