Leesimpressies

  • Yves Desmet en Jos Geysels: Doeners en denkers

  • Nr. 26 - 2010
  • Als buitenstaander krijg je de indruk dat nationale verkiezingen in BelgiĆ« gaan over een kiesdistrict. De klank is magisch geworden: BHV. Het is het culminatiepunt van de naijver tussen de taalgemeenschappen. Geleidelijk is de aanduiding Walen, die verwijst naar een territorium, vervangen door Franstaligen. BHV is de haard van de veenbrand. In Nederland staan de letters voor bedrijfshulpverlening maar daar lijkt het bij onze zuiderburen te laat voor. Bart de Wever is dat stadium zeker voorbij. Hij wil geleidelijk een Vlaanderen op eigen benen. Het electoraat steunde hem massaal. Ook als je in Mortsel geboren bent, kan het leven je toelachen. Rond de verkiezingen publiceerden politicus Jos Geysels en journalist Yves Desmet een boek dat zeven vooraanstaande Vlaamse politici een dialoog laat aangaan met hun inspiratiebronnen, wetenschappers met een diverse achtergrond.

    Het idee achter het boek is sympathiek. Politici worden tegenwoordig geacht 24 uur per dag over elk onderwerp een standpunt te bezitten. Zijn zij voor of tegen iets dat prangt. Hun motivatie om de politiek in te gaan is veelal een visie op de ideale inrichting van de samenleving. Al die maatregeltjes, waar ze zich over uitspreken, behoren die visie dichterbij te brengen. Of dat ook gebeurt, is de vraag. Morgen heeft de waan van de dag immers weer nieuwe agendapunten. De visie blijft verborgen achter het rookgordijn van de dagelijkse turbulentie. Door het gesprek met hun inspiratiebron kan de visie terug op de voorgrond komen. Dat is extra de moeite waard als onder hun voorbeelden mensen van internationale naam en faam opduiken. Dat laatste is zeker het geval.


    In de Wetstraat weet men vaak niet goed waar men naar toe gaat, omdat men te druk is er te komen


    De opening van het boek is weggelegd voor Guy Verhofstadt en Amartya Sen. Het is een van de langste hoofdstukken omdat Sen ook vragen aan Verhofstadt stelt. Zo complimenteert hij de voormalige premier met zijn kritische houding tegenover de inval in Irak. Identiteit is een centraal thema in hun gesprek. Sen betoogt nog maar eens dat mensen meervoudige identiteiten bezitten. Het is te ongenuanceerd om de identiteit van iemand langs maar een dimensie vast te stellen. Mensen zijn meer dan alleen hun geloof, nationaliteit of etnische groep. Zoals Sen de klassieke economie voorbij is geschoten en oog heeft voor een dimensie als rechtvaardigheid, zo is Verhofstadt het neoliberalisme voorbij. De laatste is gaandeweg zijn loopbaan linkser geworden terwijl de natuurlijke levensloop veelal in omgekeerde richting gaat. Verhofstadt is een overtuigd Europeaan die zich inzet om tegenover het internationale bedrijfsleven internationale marktmeesters op het speelveld te zetten.

    Passend bij de actualiteit heeft het boek ook een hoofdstuk ingeruimd voor Bart de Wever. Weinig verrassend fungeert Theodore Dalrymple voor hem als voorbeeld. In de kritiek op de verzorgingsstaat, die mensen afhankelijk maakt, vinden zij elkaar al is De Wever het meest ruimhartig van de twee. Het bijzondere aan De Wever is zijn reputatie als intellectueel want in populistische kring is dat de beste garantie om niet door de ballotage te geraken.

    Frank Vandenbroucke gaat in gesprek met historicus Pierre Rosanvallon. Diens vakbondsverleden brengt hem bij het thema van de crisis in de sociaal-democratie. Rosanvallon signaleert dat de huidige revolutionaire gedachten te vinden zijn bij populistisch rechts. Dat is een onvermijdelijke ontwikkeling doordat links deel is gaan uit maken van het establishment en daar ook idealen heeft weten te verwezenlijken. Dan moeten de tegenkrachten wel van rechts komen. Voor nieuwe aanhang heeft de sociaal-democratie een nieuwe aansprekende visie nodig. Dat omvat meer dan het vasthouden aan verworven rechten. De gevestigde partijen blijven zoekende. De makers van het boek benadrukken dat de klassieke politieke hoofdstromen van liberalen, sociaal-democraten en christen-democraten nog slechts een klein deel van het electoraat weten aan te spreken. Die aantallen hollen achteruit. De animo voor een politieke loopbaan bij getalenteerde mensen is gering. Verlegenheid is een beetje de grondtoon van het boek. Als Herman van Rompuy in gesprek met Luc Ferry een harmonieuzere samenleving schetst, eindigt hij met de constatering niet te weten hoe daar te arriveren. Dat het ambt van politicus lastig is, beaamt Alvin Toffler tegenover Jean-Luc Dehaene. Hij erkent dat het relatief makkelijk is om analyses en visies te ontwikkelen zonder zelf politieke verantwoordelijkheid te dragen.

    Hoewel de tweegesprekken zeker lezenswaardig zijn, komt er niet veel vuurwerk los. Het zou ongetwijfeld pittiger discussies hebben opgeleverd als de doeners het debat hadden gevoerd met denkers van buiten de eigen voorkeur. Nu kabbelt de discussie te veel voort. De makers van het boek lijken die optie niet overwogen te hebben. Ook komt de lezer niets te weten over hun selectiecriteria. Waarom juist deze zeven? Yves Leterme, de man die de afgelopen paar jaar soms als brekebeen een hoofdrol speelde in de Belgische politiek, is afwezig. Vreesden de twee auteurs dat hij met de trainer van Standard Luik zou komen aanzetten? Wie weet welke frisse blik dat op het dossier BHV zou werpen.