Leesimpressies

  • Ben Wilson: Metropolis

  • Nr. 20 - 2021
  • Grote steden zijn in trek. Volgens historicus Ben Wilson neemt de stedelijke bevolking dagelijks toe met 200.000 inwoners. Zelf ben ik een liefhebber. In goede tijden ben ik een gewillig afnemer van de stadse voorzieningen. In slechte tijden slaap ik liever onder een Parijse brug dan op een bankje tegenover de dorpspomp. Een metropool is tegelijk utopie en dystopie. Er zijn de verlokkingen van menselijk vernuft inclusief sex in the city naast de ontberingen in sloppenwijken. Er kan en mag van alles. Stadlucht maakt vrij. Je kunt er tevens in de anonimiteit verloren raken. Niemand kent je of bekommert zich om jou. De veelzijdigheid van de metropool plaatst Wilson in historisch perspectief. Hij behandelt per hoofdstuk een stad die op dat moment in de geschiedenis toonaangevend in de wereld is. Hij begint met Uruk in Mesopotamië, in het huidige Irak. Hij eindigt met Lagos in Nigeria, een stad die op het punt staat de grootste van de wereld te worden met rond de 40 miljoen inwoners. Tussendoor legt hij talloze dwarsverbanden waarmee de informatiedichtheid van het boek op grote hoogte komt te liggen. Voor Rome als uithangbord van het Romeinse Rijk is de badhuiscultuur typerend. Dat doet denken aan de strandcultuur van Copacabana in de huidige tijd. Wilson staat niet neutraal tegenover zijn onderwerp. De ondertitel bekent kleur: a history of humankind’s greatest invention.

    Uruk ontstaat rond 4.000 jaar voor Christus. Het ligt op een bergachtig plateau en is omgeven door stadsmuren. Het is een plek waar de landbouw tot ontwikkeling komt dankzij bevloeiing ontleend aan de nabij stromende rivier de Euphraat. Er werken ambachtslui als pottenbakkers, edelsmeden en wevers. Door specialisatie en samenwerking is de mens tot veel meer in staat dan iemand in zijn eentje zou kunnen realiseren. Het is het begin van de succesformule van de stad. Uruk kent een kleine 100.000 inwoners en weet haar dominante positie lang te behouden. Klimaatverandering zorgt voor een ommekeer. Droogte is funest voor de landbouw. Uruk zal uiteindelijk bedolven raken onder zandduinen. Daarmee is een rode draad van het boek direct zichtbaar. Fundamenteel voor een stad is aanpassingsvermogen. Verander mee met de tijd want anders ben je verloren. In de ogen van Wilson is dit het geheim om te overleven. Sluit een bondgenootschap met de omstandigheden. Manhattan is een eiland met beperkte ruimte. Wolkenkrabbers zijn de verticale oplossing om het gebrek te compenseren. In het zuiden van Californië is ruimte geen probleem. Los Angeles ontwikkelt zich in de twintigste eeuw horizontaal. Er ontstaan diverse kernen waarbij het autobezit de mobiliteit verhoogt en veel mensen zich een vrijstaand huis kunnen veroorloven in de buurt van economische centra. Tot de wal het schip keert. Wie wel eens in Los Angeles is geweest zal ervaren dat je daar 24 uur per dag in de file kunt staan. LA neemt inmiddels meer ruimte in beslag dan Ierland en heeft meer inwoners dan Nederland. Zoals vaak heeft Dorothy Parker een mooie omschrijving in huis: seventytwo suburbs in search for a city. De dynamiek van steden wordt veroorzaakt door een continue toestroom van mensen, goederen en ideeën.

    The metaphor of a city as an evolving organism reminds us that cities are places that change rapidly as economies boom and bust, new technologies arrive, wars break out and the climate change


    Als fan van de metropool sluit Wilson de ogen niet voor de keerzijden. Hij behandelt steden als Manchester (textiel) en Chicago (vlees) waar de leefbaarheid door de industriële ontwikkeling werd aangetast. Toch zijn er na donkere tijden lichtpunten waarneembaar. Warschau en Hiroshima hebben zeer geleden onder de Tweede Wereldoorlog. Zelfs in die extreme omstandigheden is er hoop te putten uit de menselijke veerkracht die na de verwoesting aan de wieg stond van de wederopbouw.
    Voor Nederlanders is het interessant om te lezen dat Wilson een hoofdstuk heeft ingeruimd voor Amsterdam overigens tegelijk met onder meer Lissabon. Onze glorie komt aan bod na die van Lübeck als boegbeeld van de Hanzesteden en voor die van Londen. Het gaat om de periode van 1492 tot 1666. Amsterdam ontving mensen met open armen die elders wegtrokken bij gebrek aan godsdienstvrijheid. Amsterdam kende een pluriforme bevolkingssamenstelling en onverdraagzaamheid is funest voor de handel. Internationale scheepvaart resulteerde in economische voorspoed. De VOC was een aanzet voor publieke en private samenwerking. Het zou nog een poos duren voordat die instelling voor schaamrood op de kaken zou zorgen. Wilson noemt het Amsterdam van die tijd citizen-based. Protserige pleinen, standbeelden en gebouwen kleurden hier niet het straatbeeld. Karakteristiek is het begrip schuitpraatje (barge talk). Zo leer je nog eens wat van een buitenlands boek.
    De concurrentiestrijd tussen steden ging vaak om spierkracht voor de industrie. Dat is overgenomen door breinkracht met Silicon Valley als bekend voorbeeld. In de toekomst zal duurzaamheid een bepalende factor worden. Wilson verwacht meer van metropolen en stadsregio’s op dit gebied dan van landen. The energy that drives the twenty-first-century economy comes from connectivity. Ben Wilson heeft een fascinerend overzicht geschreven.
    middelr@xs4all.nl