Leesimpressies

  • Nadine Monfils: Nu breekt mijn klomp

  • Nr. 23 - 2024
  • René Magritte is een literaire schilder. Werk en persoon getuigen van een sterke affiniteit met taal. Op zijn schilderijen gebruikt hij dikwijls woorden die overigens zelden corresponderen met de afbeeldingen waarop zij verschijnen. Tot zijn bekendste werken behoort La Trahison des images uit 1929. Magritte schildert een pijp met daaronder de tekst Ceci n’est pas une pipe om het onderscheidt te illustreren tussen werkelijkheid en afbeelding. In 1935 maakt hij van dit werk een Engelse versie. De pijp blijft goed herkenbaar al is het begin van de steel lichter van kleur. This is not a pipe. Het spelen met taal komt ook in de titels van de schilderijen tot uiting. Op samenkomsten van zijn vriendenkring ontving Magritte talloze suggesties waar hij gretig gebruik van maakte. Een relatie met de voorstelling zelf ontbrak. Magritte plaatst zijn publiek graag voor raadsels. Het ging hem niet om raadsels op te lossen maar om een zoektocht naar nieuwe. Magritte opereert in de geest van Mulisch die ooit beweerde dat je raadsels moet vergroten. Desgevraagd naar wat zijn werk betekent, was zijn favoriete antwoord “niets anders dan wat jij erin ziet”. Het ligt voor de hand dat Magritte een liefhebber was van detectives. Die voorkeur is wederzijds. Eerder besprak ik de thriller “De zaak Magritte” in opdracht van de erven geschreven door Toni Coppers.

    Nu is er zelfs een serie met Magritte en echtgenote Georgette als speurders in de hoofdrol. Een mooie bijrol is er voor schoonmaakster Carmen. Er zijn inmiddels drie delen verschenen en Nu breekt mijn pijp is daarvan het startpunt. Het echtpaar siert steeds de omslag samen met keeshondje Loulou. De auteur is Nadine Monfils voor wie net als voor landgenoot Magritte Frans de voertaal is. De vertaling is volbloed Vlaams. De auteur is een liefhebber van het werk en raakte in de herfst van haar leven bevriend met de weduwe. Het boek is tegelijkertijd eerbetoon en detective. Zoals je mag verwachten valt er snel een moord te betreuren. Het toeval wil dat het oog van detective Magritte valt op een blonde vrouw die in een jurk met bloemen op de tram staat te wachten. Hij raakt gefascineerd door dit beeld en maakt thuis een tekening van haar. Normaliter is echtgenote Georgette zijn model maar dit keer is het deze Madeleine. Korte tijd later wordt zij vermoord aangetroffen met in haar bezit een liefdesbrief. Magritte heeft de stille wens om zelf een detective te schrijven en beschouwt dit voorval als een uitgelezen kans. Een bevriende politieman voorziet het detectivepaar van achtergrondinformatie. Korte nadien wordt Rosa, ook in het bezit van een liefdesbrief, vermoord. Er zijn aanwijzingen dat het om dezelfde moordenaar gaat. De verdenking gaat uit naar de echtgenoot van Madeleine. Georgette verwerpt deze hypothese. Zij acht deze verdachte niet in staat tot het schrijven van poëtische brieven. René en Georgette zijn een hecht stel sinds zij elkaar leerden kennen op de leeftijd van 12 en 15 jaar. Tegelijkertijd plagen ze elkaar graag en hebben zo hun meningsverschillen.

    Hij was onberekenbaar, grappig, elegant en mysterieus. Maar hij had ook schaduwkantjes waar ze niet binnen raakte, zoals de zelfmoord van zijn moeder waarover hij systematisch weigerde te praten


    Na Madeleine en Rosa komt er een derde vrouw in beeld: Mathilde. Uiteindelijk ligt de verklaring voor de gebeurtenissen in de jeugd van Mathilde die opgroeide in een klooster dat haar leven tekende. De namen van de vrouwen doen een belletje rinkelen. Madeleine, Rosa en Mathilde staan voor songtitels van Jacques Brel. Auteur Nadine Monfils is niet alleen een bewonderaar van Magritte maar ook van Brel. Zij arrangeert in het boek een ontmoeting tussen de twee die in werkelijkheid nooit heeft plaatsgevonden. Magritte en Brel zijn fan van elkaars werk. In het boek geeft de auteur een dialoog tussen de twee grootheden van de Belgische cultuur weer gebaseerd op uitspraken die de twee ooit in interviews deden. Alleen niet tegenover elkaar. Brel speelt nog een extra rol in het verhaal omdat Mathilde een obsessie heeft met Brel. Zo weet Monfils de verschillende eindjes van het verhaal aan elkaar te knopen. Tussen de bedrijven door doet zij uitgebreid verslag van de persoon Magritte en over zijn schilderijen. Elementen uit het dagelijks leven krijgen een plek in het werk. “Hij speelde graag met mysterie, net als Fantomas, de held uit zijn kindertijd, dikte het nog wat aan om iedereen die dacht de oplossing van het raadsel in het koffiedik te vinden, bij de neus te nemen.” Voor liefhebbers van Magritte slaagt de auteur erin een onderhoudend verhaal te schetsen. Ze doet dat lichtvoetig met zorgvuldige puzzelstukjes voor een verantwoord plot al is het niet zo dat de lezer op het puntje van zijn stoel zit vanwege de spanning. Wat mij betreft is de belangstelling naar de volgende delen gewekt. Zowel In Knokke als De spoken van Brugge heb ik inmiddels aangeschaft. Op papier wordt er volop gemoord. Let wel: ceci n’est pas un meurtre.
    middelr@xs4all.nl

    Terug