Leesimpressies

  • Ab Visser: De buurt

  • Nr. 17 - 2017
  • Bij gelegenheid van een paar dagen Groningen werd mij het werk van Ab Visser aangeraden. De auteur is al zo’n 35 jaar dood en heeft nimmer grote roem gekend. Zijn autobiografische romancyclus met Jo Rutgers in de hoofdrol kent echter een schare trouwe liefhebbers. Waarom zou de verbeelding niet kunnen gedijen aan de voet van de Martinitoren? Het tij is gunstig. Misschien is een opleving aanstaande. In 2013, het honderdste geboortejaar, verscheen er een biografie over hem. In 2015 beleefde het eerste deel van de cyclus een heruitgave bij Lebowski. Met wat zoekwerk op internet zijn alle vijf de delen te verzamelen. Inmiddels heb ik de eerste vier delen gelezen. Voor de hele cyclus is een paar dagen Groningen tekort. Daartussen bevindt zich een deel dat in Frankrijk speelt. Ab Visser was reislustig. Het zuiden had een gunstige uitwerking op de pijnen die de ziekte van Bechterew hem bezorgde. Visser was een feestnummer die kans zag tussen de bedrijven door ruim 70 boeken te schrijven die diverse genres omvatten. Misdaadliteratuur lag hem na aan het hart. De jeugdjaren zoals beschreven in het eerste deel van de cyclus voert de lezer terug naar de vooroorlogse crisisjaren. Welvaart was nog toekomstmuziek.

    Jo Rutgers groeit op als jongste in een gezin met zeven kinderen. Zijn buurtje ligt aan de noordkant van de Groningse grachten. Het is een volksbuurt, opmerkelijk genoeg slechts anderhalve steenworp verwijderd van de plek waar later de sportwagen voor de deur stond, eigendom van de man die op de bovenetage schreef aan De donkere kamer van Damocles en Mandarijnen op zwavelzuur. De vader van Jo Rutgers is politieman. Moeder is de motor van het gezin. Hoewel het gezin een veilige thuishaven biedt, is Jo een buitenstaander. De uitgestippelde route van decoratieschilder of meubelmaker spreekt hem niet aan. Hij wil iets anders. Kattenkwaad is leuker dan leren. Het schrijverschap is een richting die hem van jongs af aan trekt. Het is echter onduidelijk hoe dat te realiseren. Geld is altijd een probleem. Er zitten in De buurt passages die doen denken aan Kees de jongen en aan de avonturen van Pietje Bell. Fantasie als medicijn tegen de grauwheid van het dagelijks bestaan. Anderen in de maling nemen is nooit kwaad bedoeld en voorziet in broodnodige afleiding. Jo Rutgers zal zich zijn hele leven van ironie blijven bedienen en neemt op de koop toe dat zijn gesprekspartners dat meestal niet in de gaten hebben. Wat de onhebbelijkheden van Rutgers acceptabel maakt is dat hij beschikt over voldoende zelfkritiek. Als moeder komt te overlijden, raakt het gezin stuurloos en is Jo nog meer op zichzelf aangewezen.

    Zij was er eenvoudig, als een dominerend begrip, als een samenbundeling van goede eigenschappen, als een accolade over ons allen en als een bindende factor. Met haar stond en viel ons gezin. Zij regelde het huishouden en onze opvoeding


    Het lezen van de cyclus is een onderhoudende bezigheid. Dat geldt misschien nog het minst voor De buurt. Het lijkt of Visser enige tijd nodig heeft gehad om zijn toon te vinden. Net als het voor de jonge Jo even zou duren voor hij door had hoe hij zijn leven wilde inrichten. De leesbaarheid heeft niet geleden onder het verstrijken van de tijd. De archaïsche woorden brengen het leesvoer op smaak. Waar kom je dat nog tegen: haaibaai, sujet, straatschuimer of kornuit? Bovendien is er veel variatie in de verhaallijn. Visser vertelt met plezier. Het enige dat mij soms stoorde is de overdaad aan metaforen. Soms raak getroffen maar soms ook gezocht en overbodig.
    Aanraders zijn zeker de vervolgdelen De vlag halfstok, God in Frankrijk en De valstrik. In dat laatste deel komt een brute moord aan de orde tegen de achtergrond van de Tweede Wereldoorlog. Goed of fout is een onderwerp dat zelfs de eigen familie binnensluipt. Oudste broer Berend is lid van de NSB en een zus prostitueert zich met nazistisch klanten. Daar staat broer Jaap tegenover die in Spanje tegen het fascisme gaat vechten.
    Een hilarisch portret van de geborneerde kunstenaarskolonie in Cagnes vormt de hoofdmoot van God in Frankrijk. De bonte stoet gelukzoekers houdt de schone schijn op en wringt zich in alle bochten om de geldnood te lenigen. Alvorens daar te arriveren is er een tussenstop in Parijs. Jo Rutgers beklaagt zich erover dat bij een bezoek aan Les Deux Magots Jean Paul Sartre afwezig bleek. Groningen weet professioneler om te gaan met zijn bezoekers. Wie café Wolthoorn & Co bezoekt, kan ervan verzekerd zijn dat de vermaarde dichter Jean Pierre Rawie zich op zijn post bevindt. Als niet te versmaden toegift kan men een blik werpen op de wandelstok van de begrafenisbard.
    Het lijkt me wenselijk dat Groningen en Nederland zullen voorkomen dat het werk van Ab Visser in de vergetelheid raakt. Als Lebowski de vervolgdelen van de cyclus ook op de markt brengt, is er al veel gewonnen.