Leesimpressies

  • Abraham Yehoshua: De figurante

  • Nr. 38 - 2017
  • De Israelische Nogah woont in Arnhem en is harpiste bij het Gelders orkest. De eerste fluitist is zo nu en dan haar stille minnaar. Zo gaat dat in symfonische kringen. De Nederlandse link was voor mij aanleiding om voor het eerst een boek te lezen van A.B. Yehoshua. De roman speelt zich echter voor het grootste deel in Israel af. Nogah keert voor drie maanden naar haar vaderland terug vanwege een heerlijk scrabblewoord: aanleunwoningexperiment. Haar moeder, sinds kort weduwe, staat in dubio of zij in haar vertrouwde appartement in Jeruzalem blijft wonen dan wel zal verkassen naar een aanleunwoning te Tel Aviv in de nabijheid van haar enige zoon en zijn gezin. Voor een vertrek pleit dat haar oude buurt sterk van samenstelling is gewijzigd. Er is een grote instroom geweest van orthodoxe landgenoten waar de seculiere moeder weinig prijs op stelt. De familie besluit dat moeder voor drie maanden naar Tel Aviv vertrekt en daarna beslist naar welke plek haar voorkeur uitgaat. Het voordelige huurcontract van het oude appartement bevat een passage waarin is opgenomen dat de huur ontbonden kan worden bij leegstand. Er zijn genoeg orthodoxe gegadigden voor een status als nieuwe bewoners. Nogah zal gedurende de drie maanden van het experiment in de woning verblijven om eventuele voortzetting van het huurcontract veilig te stellen.

    De periode die Nogah doorbrengt in het huis waar zij opgroeide leidt tot een confrontatie met haar persoonlijke geschiedenis. Het huis opent de weg naar herinneringen, oude bekenden maken hun opwachting en de stad Jeruzalem zendt vele signalen uit, nieuwe en oude. Omdat Nogah tijd in overvloed heeft, stelt ze zich beschikbaar als figurant bij de vele opvoeringen die in de stad en omgeving plaatsvinden. Nu eens een opera, dan weer een film of televisieopname. De harpiste wordt figurant. Yehoshua duidt haar in de tekst vaak aan als harpiste maar reserveert desondanks de term figurante voor de titel van het boek. Een figurant vervult slechts een bijrol. Nogah is verdwaald in haar eigen leven. De auteur beschrijft haar als een mooie vrouw. Dat moeten we als lezer op zijn gezag aannemen want zien kunnen we dat niet. Wel is er enig steunbewijs te vinden voor de auteur vanwege de mannen die zich aan haar opdringen. Nogah heeft een bitse toon in huis om belangstelling, waar zij niet van gediend is, af te wimpelen. Ook haar voormalige echtgenoot Oeria maakt zijn opwachting. Het tweetal is uit elkaar gegaan, omdat Nogah hem geen kinderen wilde schenken. Hij is daar nog altijd verbolgen over ondanks het feit dat hij inmiddels opnieuw getrouwd is en deze keer met een partner die de kinderwens wel heeft gehonoreerd. Nogah kon wel kinderen krijgen, ze liet ooit een abortus uitvoeren, maar wilde het moederschap niet. Nogah en Oeria gaan hierover een indringende discussie met elkaar aan. Nogah vertrok vervolgens naar het buitenland, omdat zij in eigen land geen plek als harpiste kon veroveren. Haar moeder en broer waren gesteld op Oeria en hadden liever een andere afloop gezien.

    Het is immers de kans bij uitstek om weer in contact te komen met vergeten plekken en ervaringen en ook om nieuwe dingen te ontdekken waarvan ik niet wist dat ze bestonden


    Als het einde van de experimentele periode in zicht komt, nadert moeder haar conclusie. Nogah hoopt op een terugkeer naar Jeruzalem, haar broer op een keuze voor Tel Aviv. Nogah keert terug naar Arnhem waar de collega’s haar met vragen over het experiment overladen. Dat zegt wel iets over de situatie bij ons. ‘Die Nederlanders hebben ook niks anders om zich zorgen over te maken, lachte Nogah bij zichzelf. Hun oorlog is al zeventig jaar voorbij en ze stralen van zelfgenoegzaamheid. Hun kolonies in Zuidoost-Azië hebben ze tijdig afgestoten en de nieuwe golf terrorisme raakt hen niet. De euro is stabiel, hun economie is sterk en de werkeloosheid laag – en dus kunnen ze zich alleen nog maar zorgen maken over mijn moeder.’
    De schrijfstijl van Yehoshua vertoont enkele eigenaardige trekjes. Triviale informatie herhaalt hij graag bijvoorbeeld als het gaat om het aantal snaren en pedalen van een harp of de vermelding dat de eerste fluitist de rol van stille minnaar vervult. Ook is Yehoshua bij vlagen erg uitleggerig. Daar staat tegenover dat hij als het gaat om de psychologie van zijn personages af en toe onverwachte afslagen neemt waarbij de lezer mag gissen naar het hoe en waarom. Duidelijk in bijzaken, soms onnavolgbaar in hoofdzaken. Toch weet hij voldoende wendingen in het verhaal op te nemen, inclusief pregnante bijfiguren, dat het weinig moeite kost om met aandacht verder te lezen. Dat is zeker een verdienste van het boek met aan het eind een verrassing als Nogah’s vrouwelijkheid een nieuwe impuls krijgt. Het Gelders Orkest is dan inmiddels in Japan beland voor optredens in onder meer de stad met de heilige tempels, Kioto. Op het programma staat een stuk van Debussy dat een beroep doet op twee harpen met de dubbelzinnig klinkende titel La Mer. In Japan nemen we afscheid van Nogah.