Leesimpressies

  • Amy Chua: Wereldrijk voor een dag

  • Nr. 30 - 2009
  • Grootmachten heeft de wereld volop gekend. Amerika tijdens de koude oorlog was een voorbeeld. Een wereldoverheersende macht is nog een ander kopje thee. Het zijn deze zogenoemde hypermachten waarnaar de Amerikaanse Amy Chua, hoogleraar aan Yale, studie verrichtte. De vraag die haar fascineerde was welke eigenschap dient een land of volk te bezitten om een hypermacht te worden. En de vraag die daar bij hoort is wat maakt vervolgens weer een einde aan die heerschappij. Chua geeft een werkdefinitie van een hypermacht en toetst vervolgens bij alle bekende voorbeelden wat hun succesformule vormt. Zij komt uit bij de conclusie dat de toverdrank tolerantie heet. Tolerantie is een noodzakelijke voorwaarde, geen voldoende voorwaarde, om tot een hypermacht uit te groeien. Raakt de tolerantie in onbruik dan is de ondergang aanstaande.

    Amy Chua vond de inspiratie voor haar boek, waaraan zij vijf jaar werkte, ongetwijfeld dicht bij huis. Haar ouders werden in China geboren maar groeiden op in de Filippijnen alvorens Amerika te bereiken. Haar vader, zij beschouwt hem als een echte Amerikaan, werd op zijn 31ste jaar hoogleraar. Dochter Amy kon zich ontwikkelen in een ambitieuze omgeving. Toen zij haar ouders meenam naar een prijsuitreiking op de middelbare school en werd onderscheiden met de tweede prijs, kreeg zij bij thuiskomst van vader te horen: “Maak me nooit, maar dan ook nooit meer zo te schande.” Dat is de pedagogie die bolleboosjes aflevert. Toch zou zij net als haar ouders een eigen weg inslaan. Zij trouwde een joodse Amerikaan in plaats van de voorgeschreven Chinees. Dat brengt ons bij een kernboodschap van het boek. Amerikaan kun je worden. Dat vormt een wezenlijk element van die samenleving. Chinees ben je of niet maar Amerikaan is bereikbaar voor wie wil.


    Amerika zal slechts een hypermacht blijven als het de pretentie laat varen er één te zijn


    Voordat de hypermachten uit de geschiedenis de revue passeren, behandelt Chua het begrip zelf. Er dient aan drie voorwaarden voldaan te zijn. Ten eerste overtreft de macht die van alle gelijktijdige rivalen. Ten tweede is de hypermacht aan geen enkele andere macht inferieur in economisch of militair opzicht. Ten derde strekt de macht zich uit over zo’n immens grondgebied en over zo’n immense bevolking dat een hypermacht de grenzen van louter regionale superioriteit overtreft. De volgende hypermachten doorstaan de toets van de genoemde criteria. De eerste hypermacht bestaat uit het Groot-Perzische Rijk van Cyrus tot Alexander. Vervolgens komen aan bod het Romeinse Rijk, de Chinese Tangdynastie en het Groot-Mongoolse Rijk van Djenghis Khan. Chua beschrijft de tijdperken en laat telkens zien dat tolerantie zich manifesteerde tijdens de weg omhoog en intolerantie tijdens de neergang. Natuurlijk is het begrip tolerantie met enige nuance van toepassing. Veroveringen vonden plaats met behulp van geweld. Toch was er voor de nieuwe onderdanen de gelegenheid om ongeacht religie en etniciteit in vrijheid te leven en aanzienlijke functies in de hypermacht te bekleden. Daarbij golden natuurlijk wel beperkingen voor 50% van de bevolking en voor slaven. Toch overtuigt Chua in haar betoog. Zij keert haar stelling om met de constatering dat geen enkele samenleving, die berust op raszuiverheid, etnische zuivering of religieus fanatisme, er in geslaagd is om ooit wereldheerser te worden. Pogingen genoeg, geslaagde pogingen geen.

    Dan komt het boek dichter bij onze tijd. De Nederlandse gouden eeuw, het Britse imperium en het huidige Amerika krijgen behandeling. Het is altijd interessant om een buitenlandse blik op de Nederlandse geschiedenis te voelen. Het geheim van het piepkleine Nederland om in de zeventiende eeuw tot een hypermacht te worden lag in het vermogen als toevluchtsoord te fungeren voor ballingen uit de rest van Europa. Hier was als bijna nergens anders in Europa geen gevestigde staatskerk. Welkom waren protestanten uit Zuid-Nederland, hugenoten uit Frankrijk, Duitse lutheranen, Sefardische Joden uit Spanje en Portugal, Asjkenazische joden uit Oost-Europa en Quakers en Pilgrims uit Engeland. Een land ontwikkelt voorspoed als het aantrekkingskracht uitoefent op de grootste talenten van overal. Het slot van het boek gaat uit naar de kwestie of het Amerika, hypermacht sinds de ineenstorting van de muur, zal lukken om de hegemonie te handhaven en welke kapers er op de kust zijn. Chua ziet drie mogelijke rivalen: China, India en de EU. Op de EU valt af te dingen dat zij een magnetiserende invloed uitoefent op staten, blijkend uit de drukke wachtkamer voor nieuwe leden, maar minder op de meest getalenteerde individuen. Haar tolerantie is met het slechten van de binnengrenzen intern gericht en niet extern. Een hypermacht dient over bindmiddel te beschikken. Amerika heeft in de afgelopen jaren veel goodwill verspeeld. Een hypermacht behoort zich niet te verenigen op dwang en militaire kracht maar op kansen, dynamiek en morele kracht. Er is nog hoop. Amy Chua’s grootvader van moederskant werd zonder enige noodzaak daartoe op 93-jarige leeftijd Amerikaans staatsburger. Zijn Engelse motivering met zwaar accent luidde: “Omdat Amerika me zoveel heeft gegeven.” Wereldrijk voor een dag heeft veel te bieden, in ieder geval een dolkstoot voor de xenofobie.

Lijstjes

Deze auteur komt voor in de lijstjes: