Leesimpressies

  • Antjie Krog: De kleur van je hart

  • Nr. 9 - 2008
  • Twee televisieprogramma’s gaven aanleiding om het boek van Antjie Krog over de Waarheids- en Verzoeningscommissie te lezen. Allereerst was er de uitzending van Wintergasten met Desmond Tutu in de hoofdrol. Hij was de voorzitter. Indrukwekkend was het moment dat hij tijdens een getuigenis uit zijn rol viel. Overmand door emoties legde hij het hoofd in zijn armen op tafel. De tweede aanleiding vormde de serie die Adriaan van Dis over Zuid-Afrika maakte. Eveneens boeiende televisie. Van Dis ontmoet in zijn tweedjasje even charmant als nieuwsgierig mensen uit alle lagen van de bevolking. Met een grapje breekt hij als deftige kwajongen het ijs. Nu eens interviewt hij een gezagsdrager, dan weer aan de babbel met een jongetje uit een township en op een volgend moment zit hij met Antjie Krog op het strand. Vervolgens neemt hij, dit keer zonder tweedjasje, een duik in de oceaan en wordt bijna mee gesleurd door de stroming. De combinatie van zijn angstkreten met de stoïcijns doordraaiende cameraman levert een onvergetelijk televisiemoment op. Gelukkig is Van Dis nog in ons midden.


    Krog behandelt de Waarheids- en Verzoeningscommissie (WVC) in chronologische volgorde. Zij begint met het gesteggel vooraf tussen het ANC en de Nationale Partij. Hoe moet het wetsvoorstel eruit zien op basis waarvan de commissie aan de slag kan? Zuid-Afrika stond na de machtswisseling voor een moeilijk dilemma. Alle wandaden vervolgen zou een eindeloze jacht ontketenen. Alles met de mantel der liefde bedekken kon evenmin. Er moest iets komen dat alle bevolkingsgroepen de gelegenheid bood de stap naar een gezamenlijke toekomst te zetten. Elders in de wereld was er ervaring opgedaan met een vorm van WVC. Onder meer Chili vormde een richtsnoer. De slachtoffers moesten een stem krijgen. Aan de daders zou in ruil voor de waarheid amnestie verleend kunnen worden. Openbaarheid als vorm van erkenning en van boetedoening. De Wet op de Waarheidscommissie werd met de handtekening van president Nelson Mandela in juli 1995 een feit. In oktober 1998 zal hij het eindrapport in ontvangst nemen.

    Krog geeft veel aandacht aan de hoorzittingen van de slachtoffers. De eerste bijeenkomsten staan bol van de spanning: bij de commissieleden, de media en de getuigen. De schrijfster beschrijft niet alleen maar laat de betrokkenen vaak zelf aan het woord. Hun verhalen zijn huiveringwekkend. Fundamentele juridische afspraken, neem artikel 1 van onze Grondwet of artikel 1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, beginnen met het stipuleren van de gelijkheid tussen alle mensen. Dat morele appèl is er niet voor niks. Het is een al te menselijke eigenaardigheid om de wereld onder te verdelen in wij en zij. Dan is het een kleine stap verder om aan het wij-gezelschap meer rechten toe te kennen en daar een politieke doctrine van te maken. Vervolgens moet de macht gehandhaafd en gecontinueerd worden. Dat is weliswaar niet legitiem maar bevat wel een intrinsieke logica. Waar het verstand bij stil staat, is bij de notie dat dit allemaal gepaard moet gaan met sadistisch geweld. De proportionaliteit van het geweld is volkomen zoek. Waarom moeten mensen overgoten worden met brandende autobanden? Of die moord op een vader en een moeder waarbij het zesjarige zoontje de halve nacht huilend naast de stoffelijke overschotten doorbracht? Krog formuleert het onbegrip van de nabestaanden pregnant: “Hoe is het mogelijk dat de persoon van wie ik zoveel hield, in jou geen vonk van medemenselijkheid losmaakte.” Kernachtiger is het menselijk tekort niet te omschrijven.

    De hoorzittingen trekken het land door. Opeens is er het gerucht dat Tutu, de onmisbare voorzitter en verzoener, lijdt aan kanker. Hij probeert zo onverstoorbaar als maar kan zijn taak voort te zetten. Er is de voortdurende druk van de buitenwereld. First lady Hillary Clinton komt op bezoek. Tussen het gedrang van de fotografen valt het scherpe oog van Krog op Leah, de vrouw van Tutu. “Leah staat helemaal rechts in de rij, met haar gezicht naar de opdringend journalisten, omdat ze niet naar Hillary kijkt maar recht naar Tutu, die naast haar staat. En dan weet ik het. De persberichten over zijn ziekte vertellen niet alles.”

    De grootste belangstelling van de media gaat uit naar de verschijning van publieke figuren voor de WVC. Goed en kwaad lopen niet synchroon met zwart of wit. Winnie Mandela wordt geportretteerd als een verwende diva getooid met een eigen knokploeg en een met diamanten bezette zonnebril. Ook aan haar handen kleeft bloed. Een rechtvaardige oorlog is geen garantie op de inzet van rechtvaardige middelen. Aan de kant van de Nationale Partij mag de laatste blanke president F.W. de Klerk op enige sympathie rekenen. Zijn voorganger P.W. Botha, bijgenaamd “Die groot Krokodil” kan daar echter geen aanspraak op maken.

    Hoewel het geen werk is om in één ruk uit te lezen heeft Antjie Krog met De kleur van je hart een tijdsdocument opgesteld dat de lezer raakt. Het boek had wel een betere uitgever verdiend. Eéntje die de moeite had willen nemen om de vele tikfouten te verwijderen voordat de drukpersen aan de slag gingen.