Leesimpressies

  • Anton Zijderveld: Populisme als politiek drijfzand

  • Nr. 26 - 2009
  • Tijdens mijn studietijd kwam ik voor het eerst in contact met het werk van de socioloog Anton Zijderveld. Ik las zijn Sociologie van de zotheid over humor als sociaal verschijnsel. Dat werk dateert uit 1971 en draagt sterk de plechtstatige hokjesgeest uit de sociale wetenschappen van toen. Recent verscheen van Zijderveld Populisme als politiek drijfzand. We zijn veertig jaar verder maar de auteur is zijn thematiek trouw gebleven. De electorale voorkeur die in vlagen uitgaat naar Fortuyn, Verdonk en Wilders maakt nieuwsgierig naar wat populisme, een algemeen gebruikte verzamelnaam, precies inhoudt en waar het vandaan komt. Interessant is tevens de vraag wanneer het weer vertrekt.

    Populistische voorlieden wisselen met de seizoenen maar het populisme blijft


    Zijderveld begint met de constatering dat er niet één beslissend criterium bestaat waarlangs valt vast te stellen of er sprake is van populisme. Het gaat om een aantal kenmerken die meestal in combinatie optreden. De term populisme is afkomstig van vox populi, de stem van het volk. Dat is meteen al een dragend kenmerk. Een populistische beweging pretendeert beter dan de gevestigde politieke partijen te weten wat het volk eigenlijk wil. De machthebbers spelen elkaar in achterkamertjes de bal en de baantjes toe. Ondertussen de belangen van het volk negerend. Het populisme trekt daar tegen van leer. Populisme is een uiting van anti-politiek. Dat negativisme is niet alleen gericht op het systeem maar karakteriseert ook de inhoud. In veel populistische stromingen valt een ressentiment tegen vreemdelingen te herkennen. Niet het heden of de toekomst krijgt een ideaalbeeld opgeplakt maar het verleden toen al die buitenlanders er nog niet waren. Fortuyn, Verdonk en Wilders hebben dit pad alle drie bewandeld. De Nederlandse samenleving is ingrijpend van samenstelling veranderd en dat gaat gepaard met fricties. De oude volksbuurten in de grote steden hebben een ander aanzien gekregen met als gevolg dat de oorspronkelijke bewoners zich daar minder thuis voelen. Gevoegd bij de overtuiging dat de gevestigde politieke partijen geen gehoor gaven aan dit ongenoegen, was de voedingsbodem voor nieuw politieke groeperingen ingezaaid.

    Achtereenvolgens staat Zijderveld stil bij de opkomst van Fortuyn en Wilders. Het tijdperk Verdonk is al weer geweest voor het was begonnen. Vanuit de Erasmus Universiteit kende Zijderveld Fortuyn goed. Hoewel hij erkent dat Fortuyn intelligent en mediageniek was, is zijn opvatting over hem weinig vleiend: “ik vertrouwde hem niet, persoonlijk niet en zeker politiek niet.” Van Pims gedachtegoed was hij na lezing van diens boeken, die hij met inscriptie mocht ontvangen, evenmin onder de indruk. Het populisme opteert voor simpele oplossingen voor ingewikkelde problemen. Deelname aan de macht is vaak de dood in de pot voor het populisme. Simpelheid schiet in de weerbarstige werkelijkheid te kort. De LPF kwam van niets op 26 zetels maar belandde na een tussenstation van 8 weer snel terug bij 0. Een paar maanden geleden wijdde Elsevier een artikel aan alle mensen die of in de kamer of in het kabinet de LPF hadden vertegenwoordigd. Het blad vroeg iedereen naar een terugblik. Het werd een bliksembezoek aan een rariteitenkabinet. Toch was schaamte niet de dominante emotie bij de ondervraagden. Vooral de anderen waren ruziemakers. De onverdraagzaamheid die primair is gericht naar andere bevolkingsgroepen steekt bij populisten ook binnen de eigen kring de kop op. Zijderveld trekt de lijn door naar de PVV van nu. Misschien nog wel meer dan in Geert Wilders ziet hij in Hero Brinkman een kwade genius. Deze stokebrand, zoals hij hem fraai typeert, zal niet lang meer genoegen nemen met de tweede viool. Zolang Wilders de moslims doet, vermaakt hij zich met de Antillianen, maar voor hoe lang?

    Zijderveld is buitengewoon kritisch over het populisme. Toch is hij wel bereid te erkennen dat er ook positieve bijdragen zijn te melden. Zeker Fortuyn heeft de verdienste gehad zaken bespreekbaar te maken die te lang met de mantel der liefde waren toegedekt. Dat leidde tot beschuldigingen van racisme zodra iemand het waagde op te merken dat Marokkaanse-Nederlanders oververtegenwoordigd waren in de misdaadstatistieken. Het verzwijgen van de werkelijkheid is de doodssteek voor het politieke debat en voor het oplossen van maatschappelijke problemen. Zijderveld eindigt met een optimistisch geluid. In de loop der jaren zullen Nederlanders met een buitenlandse achtergrond steeds beter integreren. Zo gaan die ontwikkelingen nu eenmaal. Hij voorziet een ontmoskeelijking in navolging van de christelijke ontkerkelijking. Het publiek zal uitgekeken raken op de oneliners van het populisme. Het lijkt mij aannemelijk dat de wervende kracht van Wilders beperkt houdbaar is. Tegelijk verwacht ik dat een andere populist dan klaar staat om met een passend thema van dat moment aan een nieuwe electorale zegetocht te beginnen. De aantrekkingskracht van de gevestigde politieke partijen met hun ideologieën van vroeger bieden weinigen nog inspiratie. Onthutsend blijven De Wouter Tapes waarbij een wagonlading schimmige adviseurs en vrienden beurtelings bij de lijsttrekker moest influisteren waarom hij lid van zijn partij was geworden. Het demasqué van de sociaal-democratie. In de mediacratie zullen zich voortdurend individuen presenteren die meer dan partijen mensen weten te raken. Onvrede is niet op rantsoen. Het populisme is een blijvertje maar als minderheidsgroepering. Of om cabaretier Maarten van Rossem te parafraseren: in ons land is 20% van het electoraat niet goed snik. Geloof in de democratie impliceert het vertrouwen dat een meerderheid in redelijkheid een stem zal uitbrengen. Voorlopig stelt dat gerust.