Leesimpressies

  • Bohumil Hrabal: De toverfluit

  • Nr. 37 - 2013
  • Er lag een nieuw boek van Bohumil Hrabal in de winkel met een titel die me onbekend was. Ik pakte het mee en ging op weg naar de kassa. Het gebeurde in een kwartier dat het de boekwinkel voor de wind ging. Er stond een rij voor de kassa. De wachttijd ging op aan bladeren. Zijn we er toch ingetuind, schoot me als citaat van Herman Kuiphof te binnen. Het boek bevatte alleen een nieuwe titel. Binnenin waren drie eerdere en afzonderlijke uitgaven gebundeld. Uitgeverij Prometheus had dit best wat explicieter mogen vermelden. Toch was de belangstelling gewekt om weer eens iets van deze schrijver te lezen. Gelukkig was er in mijn bibliotheek nog een ongelezen werk van Hrabal te vinden. Van dat boek, uitgegeven onder de naam Bert Bakker in 2002, leek de omslag, een panorama van de Praagse bruggen over de Moldau, sterk op het omslag van de gewraakte nieuwe uitgave. De groentint was een blauwtint geworden, het camerastandpunt nauw verwant.

    In De toverfluit zijn elf verhalen van Hrabal samen gebracht. De selectie is chronologisch en gemaakt door vertaler Kees Mercks, die zelf ook voor een nawoord heeft gezorgd. Hrabal leefde van 1914 tot 1997 zodat binnenkort het eeuwfeest van zijn geboorte gevierd kan worden. De eerste verhalen dateren uit de jaren vijftig en bestrijken in totaal bijna veertig jaar. Hrabal begon laat met publiceren. Hij zou altijd een buitenbeentje blijven in de literatuur van zijn land. Wel een geliefd buitenbeentje trouwens. Voor schrijvers vanachter het ijzeren gordijn is het altijd een kwestie in hoeverre zij tijdens het dictatoriale regime hun gang konden gaan. Hrabal heeft de nodige last gekend maar die was nooit zodanig dat hij net als zijn beroemde collega Kundera voor ballingschap elders moest kiezen. De ene grap is de andere niet. Wellicht is Hrabal voor de machthebbers, net als voor zijn lezers, behoorlijk ongrijpbaar gebleven. Bij hem weet je nooit precies waar de grens tussen ernst en scherts ligt. Zijn verhalen worden bevolkt door volkse helden, meestal zelfs antihelden. De tekening van deze levens geschiedt bij voorkeur op een absurdistische manier. Voor zijn keuze aan onderwerpen blijft hij meestal dichtbij huis en café. Hollands bier is populair in Praag. In het titelverhaal is de hoofdpersoon die sterk op Hrabal lijkt ten prooi aan leegte. Tot zich afleiding aandient.

    Er klonk vanuit het hart van het Oudestadsplein de stille klank van een fluit, de verstilde en toch zo nadrukkelijke klank van een fluit, alsof die opborrelde uit de eenzaamheid, uit een bergweide, uit een afgelegen meer


    Stuurloosheid kenmerkt de personages. Zij laten zich leiden door impulsgedrag. Ondertussen kunnen pijnlijke herinneringen het verhaal binnen fladderen bijvoorbeeld aan de Tweede Wereldoorlog. Mededogen is er soms voor de vertegenwoordigers uit het dierenrijk. Poezen hebben een streepje voor. De eerste verhalen hebben ook een nauwe band met de biografie van Hrabal. Dat was de tijd dat hijzelf werkzaam was bij een ijzergieterij iets buiten Praag. De schrijver vervulde in zijn leven talloze weinig prestigieuze baantjes. Wat mij betreft komt de werkwijze van Hrabal meer tot zijn recht in een novelle of roman. De verhalen vormen korte uitsneden uit het leven zonder dat je daar makkelijk een zin in kunt ontdekken. In het verhaal ‘De dood van meneer Baltisberger’ brengt een gezelschap een bezoek aan de motorraces op het circuit van Brno. De gelijknamige coureur uit de titel komt tijdens de Grand Prix om het leven. Deze ingrijpende gebeurtenis krijgt vermelding als een terloops feit. Ooit was ik zeer onder de indruk van de roman Kaalslag die te beschouwen is als een levensportret van Hrabal. De bijzondere vondst aan dat boek is dat Hrabal een boek schrijft over Hrabal maar dat de vertelstem toebehoort aan echtgenote Pipsi.
    Een techniek die Hrabal in de verhalen graag toepast is die van de herhaling. Hij doet dat op een haast treiterige manier. In het verhaal ‘Cafetaria van de wereld’ komt zes keer de volgende zin voor. “En uit de kleine salon op de tussenverdieping van de cafetaria drong vrolijke muziek en geroezemoes door, dat af en toe uitbarstte in spontaan gelach.” Hrabal neemt graag een loopje met zijn lezers. Een zaak die de liefhebbers verdeelt is die van zijn dood. Hrabal stierf na een val uit een raam. Ongeluk of zelfmoord is een punt van discussie. Het macabere is dat in het verhaal ‘De toverfluit’ de schrijver speculeert over een zelfmoord juist volgens deze methode. Voorbeelden uit de literatuur worden aangehaald, onder meer Franz Kafka, als illustratie dat ook anderen speelden met het voornemen tot een dergelijke vorm van zelfmoord. Zeker na het overlijden van Pipsi lijkt zelfmoord een aanlokkelijk perspectief. Zo blijft Hrabal, Bohumilletje zoals hij in het boek wel genoemd wordt, tot zijn laatste snik verwarring zaaien onder de achterblijvers. Verwarring leidt echter niet automatisch tot bewondering.

Lijstjes

Deze auteur komt voor in de lijstjes: