Leesimpressies

  • Cees Nooteboom: Tumbas

  • Nr. 35 - 2007
  • Op een begraafplaats komt vroeg of laat iedereen. Het oog ziet een eindeloze rij grafstenen waarvan de variëteit in de jongste jaren toeneemt. Het oor verneemt het getjilp van vogels, het ruisen van bladeren en in de verte het geraas van auto’s van hen die nog onderweg zijn. Mijn vaste begraafplaats kent een afgescheiden ruimte voor oorlogslachtoffers uit de Sovjet-Unie. Zij liggen inmiddels al drie keer zo lang dood te wezen in de Amersfoortse grond als zij in eigen land geleefd hebben. Ruim 800 stenen in een lang gelid vormen een eeuwigdurend appèl. Het land dat zij in uniform dienden bestaat niet meer. De politieke werkelijkheid schreed verder. Zij merken er weinig van zij het dat het in de meidagen extra kransen oplevert rond de marmeren gedenknaald: een blauw-geel gedrapeerd lint van de Oekraïne of groen-rood van Wit-Rusland. Welke ambities zijn vroegtijdig gesneuveld door tussenkomst van Hitler? Ligt er een aspirant Tolstoi of Gogol tussen? De eenvormigheid geeft geen uitsluitsel. Hoe anders is het gesteld met de graven van bekende schrijvers waar Cees Nooteboom een boek aan gewijd heeft. Daar is roem voor altijd neergestreken.

    Nooteboom heeft zijn boek de titel Tumbas meegegeven. Het Spaans drukt kennelijk het sterkst uit wat hij heeft aanschouwd. Reislustigheid voerde hem langs ruim 80 graven van wat op de omslag heet dichters en denkers. Elk graf krijgt een korte beschouwing en een foto. De beschouwing is meestal van Nooteboom zelf, soms ontleend aan een eerdere publicatie, maar kan ook bestaan uit een lang citaat van de overledene of een treffende opmerking van een derde. De foto’s, meestal in zwart-wit en soms in kleur, zijn van Simone Sassen, de levenspartner van Nooteboom. Het boek begint met een inleidend essay. Nooteboom stelt zich de vraag wat hij zoekt bij het graf. Een antwoord is nog niet zo makkelijk te vinden. De overledene is er niet meer. Wordt de herinnering niet eerder gevoed door het raadplegen van het werk dan door de laatste rustplaats te bezoeken? In het werk is in ieder geval de geest van de schrijver aanwezig en op een begraafplaats is dat zeer de vraag. Voor Nooteboom zal zeker zijn drang tot reizen naast zijn grote vermogen tot bewonderen een rol gespeeld hebben. Met eerbied gedenkt hij de overledenen waarvan hij sommigen persoonlijk kende of met wie hij een hechte vriendschap onderhield zoals met Mary McCarthy. De beschouwingen zijn zoals vaak bij Nooteboom ingetogen en vol reflectie. De toon is omfloerst, weinig kernachtig en soms wat te zwaarwichtig.

    Het boek ademt respect voor geschiedenis. Terugkijken is een bezigheid die Nooteboom makkelijk afgaat. Dat is opmerkelijk omdat hij in zijn leven diverse keren ter plekke was op het moment dat de geschiedenis nog actualiteit was. Wie kan zeggen dat hij in oktober 56 in Boedapest was, in mei 68 in Parijs en in november 89 in Berlijn?

    De plekken die in het boek aan bod komen bevinden zich over de hele wereld al spant Europa duidelijk de kroon. Père Lachaise is koploper. Dat blijft het walhalla voor overleden beroemdheden. Verrassend genoeg is ook Zürich goed vertegenwoordigd. Daar kan men op bezoek bij Elias Canetti, James Joyce en Thomas Mann, geen van allen Zwitser trouwens. De variatie is groot. Sommigen vertoeven al lang in het dodenrijk zoals Vergilius anderen daarentegen zijn beginnelingen zoals Susan Sontag. De één overleed op jonge leeftijd zoals Jan Jacob Slauerhoff, de ander op hoge zoals Jorge Luis Borges. Er zijn sobere graven zoals van Italo Calvino naast protserige zoals van Charles-Augustin Sainte-Beuve.

    Van de in het boek verzamelde graven heb ik er slechts een paar zelf bezocht. Enkele keren heb ik over Père Lachaise gedwaald maar verder zijn me slechts Goethe en Schiller in Weimar en Kafka in Praag uit eigen ervaring bekend. In mijn woonplaats heb ik visite afgelegd bij Louis Couperus op Eik en Duinen en Betje Wolff en Aagje Deken op Ter Navolging. Die laatste begraafplaats is ook zonder beroemdheden een bezoek ruimschoots waard. Nooteboom behandelt in Den Haag alleen Spinoza die bij de Nieuwe Kerk ligt te rusten. Nederlandse dichters en denkers spelen een bescheiden rol.

    Ga ik voortaan vaker langs bij begraafplaatsen voor een bezoek aan beroemdheden? Vermoedelijk niet. Wel heb ik de gewoonte, mits in de buurt, een huis te bekijken waar een schrijver heeft vertoefd. Voor mijn gevoel geeft een woning meer prijs over wie iemand was dan een graf. Dat is mosterd na de maaltijd. De Lemméstraat in Antwerpen is vertrouwd terrein maar het graf van Elsschot bezocht ik nooit. Ben ik in München dan is een wandeling in de kunstenaarswijk Schwabing langs het huis waar Thomas Mann Buddenbrooks schreef, zo gemaakt. In Lissabon naar Pessoa, in Petersburg naar Nabokov of in Stockholm naar Strindberg luidt het devies. Voor liefhebbers van kunstenaarswoningen is Pessoa een aanrader. Hij verkaste zo vaak dat hij met gemak het aantal woningen van Beethoven in Wenen verpulvert. Dan ben je een hele grote.

    Een funerair toerist langs beroemde graven zal ik niet worden. Wel mogen de Igors, Borissen, Maxims, Pjotrs en Alexanders in Amersfoort op mijn bekommernis blijven rekenen. Bedankt jongens.