Leesimpressies

  • Colm Toibin: Brooklyn

  • Nr. 16 - 2016
  • Bijna iedereen verlaat vroeg of laat zijn geboorteplek vanuit het vermoeden dat het echte leven verderop is. Voor je het door hebt, is het te laat. Voor wie zijn geboorteplek verlaat, is het begrip thuis nooit meer vanzelfsprekend. Het nieuwe kan voorspoed brengen maar het knagende gevoel laat zich niet blussen. We zijn allemaal gelukzoekers en daarvoor betalen we een prijs. Natuurlijk was op de plaats ven herkomst niet alles beter maar daar hoorde je toevallig wel bij. Vertrouwd is vertrouwd en vreemd is vreemd. Migranten zijn bij uitstek de mensen die dit levensgevoel met zich meedragen. Zij vinden het nieuwe bestaan niet om de hoek maar in een ander land of zelfs in een ander continent. Tweeslachtigheid is hun deel. Hier verlangen ze naar ginds, en daar naar hier. De herinnering is voor altijd ingevroren. De Nederlandse kolonie in Canada of Australië koestert nog altijd het Nederland van een halve eeuw geleden. Wij doen dat niet meer want wij liften mee met de vooruitgang. De Ierse schrijver Colm Toibin heeft een schitterend boek geschreven over een jonge vrouw die haar moederland verruilt voor Amerika. Het provinciale Ierland inwisselt voor de metropool New York. De roman maakt haar verscheurdheid invoelbaar.

    Eilis Lacey is de jongste uit een gezin met vijf kinderen. Vader is een paar jaar terug overleden. Drie oudere broers hebben om economische redenen voor een vertrek naar Engeland gekozen. Eilis woont nog thuis met moeder en oudere zus Rose. Moeder heeft een klein pensioentje. In feite fungeert Rose met haar kantoorbaan als kostwinner. Van een vetpot is geen sprake. Ierse literatuur bloeit in armoede. James Joyce, William Trevor, Frank McCourt, Roddy Doyle en vele anderen hebben verslag uitgebracht van die miserie. Het hoofd boven water houden is de dagelijkse opdracht. Het informele netwerk biedt soms een helpende hand. Ook voor Eilis biedt de arbeidsmarkt weinig perspectief. Ze werkt af en toe als hulpje in een winkel.
    Op een dag komt pastoor Flood bij de familie op bezoek. Hij is even terug met verlof in Ierland. Hij tipt Eilis om haar geluk in Amerika te beproeven. Hij kan voor onderdak en mogelijk voor een baan zorgen. In haar eentje treedt zij een onbekende toekomst tegemoet.
    Het zal een hele tijd duren voordat ze de eenzaamheid onder bedwang heeft en in Brooklyn oog krijgt voor de schittering van haar nieuwe thuis: ‘de bomen in blad, de mensen op straat, de spelende kinderen, het licht op de gebouwen’.

    Tot nu toe was Eilis er altijd van uitgegaan dat ze, net als haar moeder, haar hele leven in de stad zou wonen waar ze iedereen kende, dezelfde vriendinnen en buren zou hebben, met het alledaagse leven in de vertrouwde straten


    Toibin vertelt het verhaal in een aangenaam ritme. Hij schetst zonder larmoyant te worden hoe verloren Eilis zich eerst voelt maar langzaam haar draai vindt te midden van de Ierse parochie. Ze leeft in een pension met een Ierse hospita, werkt in een warenhuis als verkoopster en volgt een opleiding boekhouden om de overstap te kunnen maken naar een kantoorbaan. Het is trouwens een verademing om weer eens te lezen over een pastoor die naastenliefde praktiseert en geen misbruik. Er dient zich een geliefde aan nota bene van Italiaanse komaf die ze leert kennen op een dansavond van de Ierse gemeenschap. Af en toe is er schriftelijke correspondentie met het thuisfront waarbij alle briefschrijvers zich er voor hoeden om erg persoonlijk te worden. Iedereen houdt zich groot.
    Dan is er een sterfgeval in de familie en keert Eilis tijdelijk terug naar Ierland. Als bewijs van trouw heeft ze voordien een burgerlijk huwelijk gesloten met haar Italiaanse vriend. In Ierland valt ze terug in haar rol van jongste dochter in het gezin De zelfstandige jonge vrouw raakt in de knel met de gevoelens van loyaliteit naar haar familie. Er zijn uitstapjes met de vrienden en vriendinnen van voorheen. Er bloeit een nieuwe liefde op. Vergezelde ze haar Amerikaanse vriend naar een honkbalwedstrijd van de Dodgers, bij haar Ierse vriend draait alles om het hurlingteam van Wexford. Ze komt voor een moeilijke keuze te staan: blijven of terugkeren. Toibin schetst overtuigend de dilemma’s waar Eilis zich mee geconfronteerd ziet. Hij benoemt maar laat ook het nodige over aan de verbeelding van de lezer. Met een rijke oogst aan details brengt hij Eilis tot leven. De details krijgen verder gestalte in de aankleding van een aantal bijfiguren. Een doodgewoon Iers meisje is de heldin niet omdat ze veel spectaculairs mee maakt maar juist omdat ze de juiste invulling wil geven aan haar gewoonheid. De roman is een kunststukje van de menselijke maat. In het licht van de geschiedenis betreft het een onbetekenend verhaal maar tegelijkertijd gaat het om een revolutie in het leven van degene die het overkomt. Het alledaagse uitvergroten tot iets bijzonders, dat is wat literatuur vermag. Een bijkomende aardigheid is dat Toibin een piepklein figurantenrolletje heeft ingeruimd voor Nora Webster. Zij zou een paar jaar later met een kleine 400 bladzijden een eigen roman toebedeeld krijgen. Wie Brooklyn heeft gelezen, wil direct door met Nora.