Leesimpressies

  • Dimitri Verhulst: De helaasheid der dingen

  • Nr. 8 - 2007
  • Als je in plaats van een bitter lemon een gini moet bestellen dan weet je in België op een terras te zitten. Met hetzelfde genoegen overigens incasseert de ober de behoefte aan twee koffies. De meerderheid van onze zuiderburen deelt met ons het Nederlands als moedertaal en toch is de taal daar anders. Wie een willekeurige bladzij uit een roman neemt, zal in veel gevallen zonder moeite vaststellen of die van een Vlaamse of Nederlandse schrijver afkomstig is. Subtiele verschillen in woordgebruik of zinswending onthullen de herkomst. Vlaamse schrijvers hebben een grotere zwierigheid van formuleren. De tijd dat W.F. Hermans per brief vanwege zijn taalgebruik Dr. Lode Craeybeckx kapittelde, eens burgemeester van Antwerpen maar nu vooral bekend als tunnel onder de Schelde, ligt decennia achter ons. Alleen al vanwege het prachtige taalgebruik lees ik met veel plezier het werk van Luuk Gruwez of Erik Vlaminck. In dat rijtje hoort ook Dimitri Verhulst thuis. Zijn boek met de schitterende titel De helaasheid der dingen is voor verschillende prijzen genomineerd. De drank speelt er een grote rol in al komt er bitter lemon noch gini in voor.


    Verhulst neemt de lezer mee naar Reetveerdegem naar zijn zeggen een onooglijke negorij van duivensport en motregen. Op de kaart is deze stek niet te vinden nochtans groeide hij daar op te midden van de familie van zijn vader. Het plaatsje bestaat vooral uit cafés en bevindt zich in de nabijheid van Aalst. Waarschijnlijk houdt Louis Paul Boon vanaf een wolk een oogje in het zeil hoe de familie Verhulst het er aan de zelfkant van de samenleving vanaf brengt. We maken kennis met grootmoeder en haar vier zonen: Herman, Pie de vader van Dimitri, Potrel die eigenlijk Karel heet en Zwaren. Hun centrale bezigheid in het leven is alcohol vooral in de gedaante van bier. Kolossaal is de hoeveelheid die zij weten te verzwelgen. Nonkel Herman doet mee aan het wereldrecord bier drinken en weet dat te vestigen met drie liter en tachtig centiliter, dat wil zeggen bovenop het oude record. De drank laat geen ruimte voor een reguliere bijdrage aan de arbeidsmarkt. De volwassen zonen zijn teruggekeerd naar de woning van hun moeder nadat hun liefdesleven op een fiasco was uitgelopen. Het kleine huisje is ruim bemeten met smerigheid. Blijmoedig vertelt Verhulst over de kots, drek en pies waarmee de broers hun woning stofferen. De treurigheid van het bestaan wordt sappig beschreven. Het is eerder een vrolijk en vitaal dan een somber boek. Dat is vooral te danken aan de schrijfstijl. We krijgen de nodige gebeurtenissen voorgeschoteld die duidelijk maken hoe de broers in het leven staan. Zo imiteert de familie op basis van de eigen talenten de Tour de France. Thuis wordt aan de wand een kaart van Frankrijk bevestigd waarop alle etappes staan aangegeven. Voor elke vijf kilometer, die de renners afleggen, moet een glas bier genuttigd worden. Een rit van Amiens naar Chartres over 195 kilometer betekent dat er zo snel mogelijk 39 glazen bier weggewerkt dienen te worden. Op geaccidenteerd terrein gelden aangepaste spelregels. Heuvels worden genomen via een trappistenbier en in de cols van het hooggebergte staat er whisky op het menu. Nonkel Potrel blijkt geweldig te kunnen fietsen.

    De armoedige staat waarin de familie leeft, wordt zo nu en dan nog verder op de proef gesteld. Er is een mooie scene waarbij de broers de deurwaarder proberen over te halen de televisie niet in beslag te nemen. Zij laten zich van hun charmante kant zien en serveren een kopje koffie. Vanwege de zure koffiemelk spuugt de deurwaarder alles direct uit. Eigenlijk ligt de schuld bij de man zelf. Dan had hij de vorige maand de ijskast maar niet mee moeten nemen.

    Zonder televisie dreigt de familie het optreden juist die avond van Roy Orbison te moeten missen. In de muziek en het levensverhaal van hun favoriete zanger vinden zij troost. Het beroemde nummer alleen de allenen grijpt hen naar de keel. Op het laatste moment kunnen zij het televisieoptreden zien bij de Iraanse familie Sawasj die als asielzoekers in Reetveerdegem zijn neergestreken. De Iraniërs hebben poëziebundels op tafel liggen om zich het ritme van de Nederlandse taal eigen te maken. Het wordt voor beide partijen een grote cultuurschok.

    De jonge Dimitri is vanaf de eerste rang getuige van het leven van zijn grootmoeder, vader en ooms. Hij brengt beeldend verslag uit zonder hinderlijk commentaar te leveren. Dat geeft het boek een authentieke dimensie. Wie in dergelijke omstandigheden opgroeit loopt het risico zelf de goot als voorland te beschouwen. Tegelijk is voor de jonge Dimmetrieken of kadee, zoals hij genoemd wordt, het leven van de familie een rijke bron van levenservaring. Het is zoals het is. Tegen het eind van het boek treedt de volwassen Dimitri op de voorgrond. Een vriendin van wie hij niet houdt, schenkt hem een zoon aan wie hij niet toe is. Deze beladen episode doet afbreuk aan de jeugdherinneringen. Misschien verdient die geschiedenis een eigen boek. Het portret van grootmoeder, vader en nonkels had goed zonder gekund. Het jongetje in de schrijver heeft van hen een overtuigende schets afgeleverd. Een echte aanrader, tenminste voor lezers zonder smetvrees.