Leesimpressies

  • Edina Szvoren: De hondenschool

  • Nr. 19 - 2018
  • De Hongaarse Edina Szvoren heeft met een verhalenbundel de EU literatuurprijs gewonnen. Welke EU literatuurprijs is vervolgens de vraag. Ik heb me al eens eerder verbaasd over het spookachtige karakter van deze prijs. De vertaling van haar boek is zojuist verschenen en dan al bekroond? Op de longlist van kandidaten komt haar naam niet voor. Zie www.europeseliteratuurprijs.nl. Er blijkt naast een Nederlandse ook een Europese EU prijs te bestaan. Wordt in de Nederlandse versie mede de Nederlandse vertaler in het zonnetje gezet, wat onmiddellijk impliceert dat er geen jury te vinden is die voldoende talen beheerst om alle inzendingen onderling te kunnen vergelijken, bij de Europese versie daarentegen gaat het niet om de vertaling maar om het origineel. Volgens de website www.europa-nu.nl is deze prijs bestemd voor opkomende auteurs, neergaande auteurs zijn blijkbaar uitgesloten, uit 37 landen die zijn aangesloten bij het cultuurprogramma van de EU. Kandidaat leden van de EU dingen gewoon mee naar de EU prijs. De aangehaalde omschrijving suggereert dat het om het oeuvre gaat, opkomende auteurs nietwaar, en niet om een individuele titel. Bekroond worden echter boeken. Wie het snapt mag zijn vinger opsteken.

    Edina Szvoren behoorde in 2015 tot de winnaars van de Europese versie. Het zou mijn keus niet geweest zijn. Jaarlijks kent de prijs vele winnaars. Je zou bijna denken dat het om een schouderklopje voor literaire muurbloempjes gaat. Uit welke bollebozen bestaat de jury die al die opkomende auteurs op waarde weet te schatten? Wat voor mensen zijn bereid deze Sisyphus arbeid op de schouder te nemen? Mijn probleem is dat ik nauwelijks de tijd vind om de boeken te lezen die ik wil lezen, laat staan dat er tijd beschikbaar is voor boeken die me op voorhand niet aanspreken maar verplichte kost vormen met het oog op een juryberaad. Dan gaat het alleen nog maar om het lezen. Daarna volgt het overleg en dien je te polderen of ruzie te maken met mensen die opgezadeld zitten met een afwijkende smaak. Dan zwijg ik nog over de poppenkast van de prijsuitreiking met een paar minuten zendtijd bij de publieke omroep en het risico dat je in beeld gebracht wordt net voor of net na een dronken Atte Jongstra. De exposure via televisie is beperkt maar de beboarding neemt tegenwoordig Champions Leagueachtige proporties aan. Over het onzedelijk betasten door juryleden onderling wil ik verder niet uitweiden. Dat lijkt me trouwens het enige pluspunt van al die prijzenfestivals. Laten we niet vergeten een blik te werpen op De hondenschool van Edina Szvoren en haar absurdistische kijk op familieverhoudingen.

    Je schoondochter duwde het glas van zich af, waarbij het tafelkleed kreukte; je schoondochter lachte niet. Die vrouw past niet bij je zoon, dat zou ik willen zeggen, maar niet tegen jou


    In de bundeling zijn op circa 200 bladzijden twaalf verhalen bijeengebracht. Steeds is er die vervreemdende blik die meer bij de auteur dan bij de personages lijkt te horen. Het gaat om verwikkelingen in de directe omgeving, met familieleden of buren. De verhalen bezitten geen duidelijke pointe. Wel is er veel ongemak. Dieren zorgen voor wat afwisseling. Er is weinig dialoog. Er zijn vooral interne bespiegelingen. Mensen handelen en beïnvloeden elkaar maar vooral zoals botsautootjes op de kermis dat doen. Een verhaal was amper uitgelezen of de inhoud was in mist opgelost. Na afloop kun je niet vertellen wat je tot je genomen hebt. Een enkele keer springt een originele formulering in het oog. Toch is de afsluitende indruk de vraag wat je hier als lezer mee moet en misschien nog meer wat wil de auteur overbrengen? Er zijn nauwelijks dwarsverbanden tussen de verhalen. Er is vooral los zand en geen strand. Op de achterflap staat de aanprijzing te lezen ‘voor liefhebbers van grote diepgang’. Voor liefhebbers met kleine diepgang biedt Szvoren weinig hoop. Laat ik ter vergelijking de verhalenbundel Basket of deplorables van Tom Rachman aanhalen die ik in dezelfde week las. Het lag dus niet aan de week. Rachman gebruikt ongeveer net zo veel bladzijden als Szvoren maar heeft tussen zijn verhalen ingenieuze dwarsverbanden aangebracht die een nieuw licht werpen op wat je net voordien gelezen hebt. Bovendien slaagt hij erin als rode draad de Trumpiaanse tijdgeest in het boek tot leven te wekken, zoals de titel al doet vermoeden. Er komen aanhangers en tegenstanders aan het woord. De grote dealmaker is op alle bladzijden tussen de regels aanwezig. Natuurlijk is mijn oordeel, zoals elk oordeel, subjectief. Bij Rachman lees ik met plezier verder benieuwd naar wat hij nog voor je in petto heeft. Een vergelijkbaar procedé paste hij toe bij The imperfectionists, ook daar verhalen die elkaar versterken met een overkoepelend thema in casu de gang van zaken bij een internationale krant Zie op deze site nr 16, 2011. Bij het ene boek wil je niet dat het ophoudt en bij het andere blader je om te zien hoe ver nog. Bij Szvoren is het vechten tegen de aandrang te stoppen met lezen. En nu ook met schrijven over haar.