Leesimpressies

  • Elias Canetti: Het boek tegen de dood

  • Nr. 24 - 2016
  • Zouden we niet eens een referendum moeten houden over de dood? Bent u er al uit? Gaat u voor of tegen stemmen? Overleg gerust met uw onderbuik. Is de dood geen instrument van de elite om het volk onder de duim te houden? Via een referendum kunnen we revanche nemen. Elias Canetti is een prominente vertegenwoordiger van de tegenpartij. In vele toonaarden heeft hij uiting gegeven aan zijn verontwaardiging over de dood. Critici zullen het als een smet op zijn blazoen beschouwen dat deze voorvechter van de tegenbeweging in 1994 is overleden. Dat maakt zijn zaak er niet sterker op. In de serie privédomein is dit jaar een deel verschenen waar de uitspraken van Canetti over dit onderwerp bijeengebracht zijn. Het is een bloemlezing tegen de dood. De verzameling is postuum aangelegd en bestaat vooral uit aantekeningen die de schrijver een halve eeuw lang gemaakt heeft. Voor Canetti was de dood een obsessie. Het bestaan van de dood beschouwde hij als een vrijbrief voor moord en oorlog. Daar moet je dus stevig stelling tegen nemen. En dat doet hij ongeveer 300 bladzijden lang. Canetti zal om dit uitgesproken standpunt evenzeer herinnerd worden als om zijn Massa en Macht, zijn roman Het martyrium en zijn autobiografische geschriften met wat mij betreft als hoogtepunt De behouden tong.

    Elias Canetti moet ergens begin jaren veertig in de vorige eeuw besloten hebben zijn boek tegen de dood te schrijven. Het bleef bij verspreide aantekeningen. Misschien heeft dat van doen met de essentie van zijn afkeer. Zijn standpunt was ten diepste ingegeven door emotie. Het boek is niet gebouwd op logische stellingen of doorwrochte argumentaties. Hij wijst de dood radicaal af. Van iedereen, niet alleen van dierbaren. Dat neemt niet weg dat veel de meest gevoelige passages betrekking hebben op de dood die huis hield in zijn eigen omgeving. Wie de autobiografie van Canetti gelezen heeft, zal zich herinneren wat de enorme impact geweest is toen hij in Engeland als 7-jarige zijn vader verloor. Ook de dood van zijn moeder heeft hij gloedvol beschreven. Daarnaast heeft hij het overlijden van twee echtgenotes moeten meemaken. De dood heeft hem niet ontzien. Omdat de aantekeningen chronologisch zijn weergegeven, lopend van 1942 tot en met 1994, valt te zien dat hij wel degelijk in de loop van zijn leven met zijn opvattingen wat opschuift. Tijdens de Golfoorlog levert hij commentaar en bepleit zonder reserve de dood van Saddam Hoessein. Ook zijn eigen dood ziet hij onder ogen als hij op de begraafplaats van Zürich een rustplaats uitzoekt in de nabijheid van James Joyce, die hij bewonderde maar niet mocht. Juist omdat er zo weinig sprake is van een rationeel debat is het verleidelijk de opvatting van Canetti als naïef te duiden. Soms laat hij enige zelfspot toe, overigens zonder van mening te veranderen.

    Ik kom er langzamerhand achter dat er niets vulgairder, banaler, trivialer, demagogischer is dan mijn gevecht tegen de dood. Ik ben me ervoor gaan schamen, maar zet het onverdroten voort


    De afkeer van de dood zit zo diep dat hij collega schrijvers langs die meetlat beoordeelt. Hij heeft een afkeer van onder meer Ernest Hemingway, Thomas Bernhard en Max Frisch vanwege hun houding tegenover zijn thema. Op dezelfde gronden omarmt hij Thomas Hürlimann als een geestverwant.
    Levensbeschouwingen beoordeelt hij op hun positiebepaling over de dood. Spottend schrijft hij over de belofte van onsterfelijkheid die religies hun aanhangers voorspiegelen. Nee, dan heeft hij meer met de wedergeboorte uit het boeddhisme. Religies hebben een goedkope manier van omgaan met de dood.
    Zelfs zijn eigen passie met het verzamelen van boeken beziet hij in de context van de dood. “…en dus zal ik tot het laatste ogenblik van mijn leven boeken moeten kopen, vooral wanneer ik heel zeker weet dat ik ze nooit meer zal lezen. Het is, geloof ik, ook een deel van mijn koppige verzet tegen de dood. Ik wil nooit weten welke van die boeken ongelezen zullen blijven.”
    Nergens werkt Canetti de gedachte uit hoe het leven eruit zal zien als hij zijn zin krijgt. Hoe krijgt het leven gestalte als iedereen eeuwig in leven blijft. Als de dood niet alleen uitgesteld maar ook afgesteld kan worden. Als die urgentie wegvalt hoe brengt iemand dan zijn tijd door, een tijd waaraan geen einde komt. Het levensmotto van Canetti luidt: ik haat de dood, dus ik besta.
    Toch zijn er soms bij Canetti wel interessante bespiegelingen te lezen. Zo vraagt hij zich af of iemand met een vooraf bepaalde toegemeten tijd ter wereld komt of kan iemand die zijn jeugd achter de rug heeft zowel kan eindigen als 40-jarige en als 70-jarige? Een andere suggestie is dat elk jaar telkens een dag langer zou moeten duren. Jaarlijks is er dan een verse dag zonder geschiedenis waarop er nooit iemand is gestorven. Hoewel Canetti vooral tegen windmolens vecht, maakt hij wel waar dat de dood een onuitputtelijke bron van inspiratie kan zijn.