Leesimpressies

  • Etgar Keret: Zeven vette jaren

  • Nr. 34 - 2014
  • Sinds de staat Israel bestaat, verkeert het land in oorlog met de omgeving of in iets dat daarop lijkt. Bij oorlog weet je waar je aan toe bent en bij iets dat daarop lijkt is dat maar de vraag. Jonge mannen die met bomgordels de bus instappen, kunnen een gevoel van heimwee naar echte oorlog oproepen. Een dergelijke gevoel van herkenning deelt Etgar Keret met een taxichauffeur. Het is een vervreemdende constatering waar schrijver Keret in grossiert. Hij begint Zeven vette jaren, een Bijbelse titel, niet met de geboorte van Israel maar met die van zijn zoon. De gebeurtenis vindt plaats op de kraamafdeling van een ziekenhuis en de aandacht van het medisch personeel moet verdeeld worden tussen de bevalling van echtgenote Sjira en de slachtoffers van een terreuraanslag die op de eerste hulp binnen komen. In Israel is het geweld nooit ver weg. Het boek eindigt met het voorval dat Etgar en Sjira Keret met hun dan zeven jaar oude zoon dekking zoeken langs de kant van de weg als zij op weg naar familiebezoek overvallen worden door een luchtalarm. Het gezin maakt er het beste van. Zij construeren een pastrami sandwich waarbij de moeder op de grond gaat liggen, de vader bovenop en tussenin het kind. Je moet wat.

    De rode draad in het boek vormen de eerste levensjaren van zoon Lev. Daarnaast leren we andere familieleden kennen. De ouders van Keret hebben de Holocaust overleefd. Moeder verbleef als kind in het getto van Warschau. Vader was zakenman. In de beschreven periode ervaren we hoe Keret ook met hem in het ziekenhuis beland om te vernemen dat alle opties bij zijn dodelijke ziekte weinig tot geen perspectief bevatten. Vader ziet het als een uitdaging. Hij geniet ervan een besluit te nemen als de situatie uitzichtloos is. Vader zal het eind van het boek niet halen. Dan is er een oudere broer van 12 ambachten, waaronder die van olifantenfluisteraar, en 13 ongelukken naast een zuster die met een orthodoxe jood getrouwd is. Keret spreekt over de huwelijksvoltrekking als de dag waarop mijn zuster stierf. Bij hun spaarzame ontmoetingen krijgt hij te horen hoe onverkwikkelijk het is dat hij de sjabbat niet eerbiedigt en weigert om de spijswetten in acht te nemen. Ooit was de zuster artillerie-instructeur in het leger maar nu woont ze in het orthodoxe deel van Jeruzalem en voedt ze een legioen van 11 kinderen met dubbele namen op.

    Ik heb geen god. Maar mijn zuster wel, en ik houd van haar, dus probeer ik voor die van haar enig respect op te brengen


    Behalve de familieverwikkelingen biedt het boek nog meer onderwerpen. Het schrijverschap van Keret zorgt voor veel afleiding. Hij is een frequent deelnemer aan buitenlandse literaire festivals. Ook houdt hij van het contact met zijn lezerspubliek. Is hij thuis een kritische beschouwer van de Israëlische politiek, in het buitenland is zijn joodse zelfbewustzijn altijd paraat. In een Beiers restaurant staat hij onverzoenlijk tegenover een Duitser die bij binnenkomst Juden raus riep. Dat bleek een misverstand. De auto van de Duitser stond geblokkeerd en hij riep slechts jeden raus. Zijn vrouw wrijft hem aan dat hij altijd en overal swastika’s meent te zien. Een receptionist van een Frans hotel zegt onomwonden tegen Keret en zijn Arabisch-Israelische collega Sayed Kashua (zie weblog 27 uit 2012) dat hij het liefst geen joden zou toelaten. Kashua moppert vervolgens de hele avond dat hij thuis al decennialang een zionistische bezetting moet ondergaan en daar bovenop moet accepteren dat hij voor een jood wordt aangezien. In Polen, waar zijn werk zeer populair is, gaat hij op bedevaart naar zijn voorouders.
    Wat het lezen van Keret tot een prettige bezigheid maakt, is zijn humor. Het misverstand is hem dierbaar. Er is veel goed bedoeld gekibbel met zijn vrouw. Zelfs hun eerste ontmoeting indertijd stoelde op miscommunicatie. Nu handelen hun meningsverschillen over kwesties of je een taxichauffeur die nodig moet plassen thuis je toilet aanbiedt of dat je zoon later dienst mag nemen in het leger. En altijd zijn er op de achtergrond bedreigingen aanwezig. Bijvoorbeeld van die geflipte idioot van een Achmadinedjad of in de vorm van Kassam-raketten of van scuds. Keret maakt inzichtelijk op welke wijze de internationale spanningen doorwerken in het dagelijks leven. Dat Israel de laatste jaren alleen nog maar mensen in de regering duldt met een hekel aan vrede, helpt ook niet echt.
    Vorig jaar las ik van Keret Superlijm. Dat werk bestaat uit ultrakorte verhalen die zich veelal begeven op de grens van het absurde of daar net overheen. Vergelijkenderwijs onderscheidt Zeven vette jaren zich door dichter bij de realiteit te blijven met het opgroeien van zoon Lev als rode draad. Toch heeft dit boek ook te lijden onder de constructie van een bundeling. De verhalen zijn niet geschreven in volgorde van publicatie. Het voorwoord uit Superlijm over zijn eerste probeersel om te schrijven keert hier in identieke vorm terug op bladzijde 116. Keret schreef en publiceerde de verhalen tussen 2006 en 2012. De ordening in zeven jaren is achteraf aangebracht. Dat leidt er toe dat soms uitleg wordt verschaft over iets dat we eerder in het boek al waren tegengekomen. Een smetje op het genoegen dat het lezen van dit boek enkele uren weet te verschaffen.