Leesimpressies

  • Eugene Ionesco: De eenzame

  • Nr. 32 - 2017
  • Vorige week Roemenië en volgende week Frankrijk. Daarmee treed ik in de voetsporen van Eugene Ionesco voor wie dat de route van zijn leven was, al had hij vermoedelijk niet het voorrecht van een korte tussenstop in Den Haag. Ionesco, geboren in 1909 en gestorven in 1994, is vooral bekend geworden door zijn absurdistische toneelstukken. Die voorkeur zat diep. Hij schreef zijn eerste toneelstuk als 13-jarige. In de herfst van zijn loopbaan voegde hij een roman aan zijn oeuvre toe, een betrekkelijk kort werk van in mijn editie 126 bladzijden. Hij zou de roman ook nog omzetten naar een toneelstuk. Je moet je vak trouw blijven. De roman kan zo beknopt zijn omdat er in feite maar één personage in voorkomt van wie een kritische fase in zijn leven aan de orde komt. Het personage wandelt naamloos door het verhaal. Hij vervult als midden dertiger een eenvoudige administratieve functie op een kantoor. Dat doet hij al zijn hele volwassen leven, tot hij besluit daarmee te stoppen. Dan begint er een nieuw leven van volledige vrijheid zonder verplichtingen. De hoofdpersoon blijkt niet bestand tegen zo’n geïdealiseerd bestaan. Hij gaat aan zijn vrijheid ten onder. In zijn isolement blijft slechts de waanzin als gezelschap over.

    De roman begint met een rondje beaujolais in het café op de hoek samen met de collega’s. Onze hoofdpersoon, die we verder zullen aanduiden als H., neemt afscheid. Nooit meer dat haasten vroeg in de ochtend om per bus op tijd op kantoor te zijn en dan de tijd doden met het bijwerken van de lijsten. Dertien jaar tegenover Jacques Dupont aan dezelfde tafel is lang. Was je om 8u45 niet op het werk, dan was je te laat om de presentielijst te tekenen en volgde een boete. H. kwam regelmatig te laat al was het maar doordat hij in zijn hotelkamer moest wachten tot er een plaatsje vrij was in het gemeenschappelijke toilet op de gang. H. heeft een overzichtelijk maar karig bestaan. Een ontsnappingsroute is verleidelijk en komt door een toevallige gebeurtenis binnen de mogelijkheden. Ionesco houdt zich hier aan een ooit door Karel van het Reve beschreven wet. Je kunt in een roman iemand niet als een toverslag bij heldere hemel rijk laten zijn. Daar is een verklaring bij nodig. In dit geval gaat het om een erfenis van een in Amerika overleden oom. Het tweede deel van de wet van Karel van het Reve geeft aan dat de verklaring slechts een enkele schakel hoeft te omvatten. We hoeven niet te weten waaraan de oom is overleden en waarom hij het in zijn hoofd heeft gehaald om juist aan die saaie H. zijn vermogen na te laten. Ook in dit opzicht is Ionesco trouw in de leer.
    Op de afscheidsborrel beloven de aanwezigen contact te zullen houden. Daar komt niets van terecht maar het nieuwe leven staat op het punt van beginnen. H. geeft zich graag over aan filosofische bespiegelingen bijvoorbeeld of het heelal wel of niet oneindig is. De neiging tot filosofie ontwikkelt zich tot een molensteen om de nek.

    Ik filosofeer te veel, dat is mijn fout. Als ik wat minder filosofisch was geweest, had ik een gelukkiger leven gehad. Je moet niet filosoferen als je geen groot filosoof bent


    H. is opgevoed door zijn moeder die op jonge leeftijd weduwe werd. Zij offerde alles op zodat hij vooruit kon komen in het leven. Zij stierf aan een beroerte toen H. net op het kantoor was begonnen. Het lukte hem echter niet op school goede cijfers te halen. Er waren geen ambities om gevolg aan te geven. Contact met anderen verliep moeizaam. H. was van nature een buitenstaander. Hij begreep niet wat de anderen bezielde. “Ik heb niets interessants te vertellen aan anderen. En wat de anderen zeggen interesseert me evenmin.”
    H. belegt zijn geld voorzichtigheidshalve bij drie notarissen en koopt een appartement in een buitenwijk. Een rustige buurt. Dagelijks eet hij tweemaal in een restaurant dat een paar deuren van zijn woning is gelegen en dagelijks zorgt een dienstbode voor het huishouden. Met de conciërge is de verhouding stroef. Dan is er nog een buurvrouw met een blaffende hond. Het aantal sociale contacten is minimaal en zelfs die weinige verbindingen vallen in de loop van het verhaal weg. H. drinkt zijn beaujolais liever per fles dan per glas en wisselt de wijn af met een enkel cognacje. Hij leest in de krant over moord, natuurrampen, oorlogen enzovoort. De ellende in de buitenwereld slaat bij hem naar binnen. Hij meent vanuit zijn raam steeds meer geweld op straat te zien. Er vindt beneden een revolutie plaats. Er vallen doden en gewonden. Mensen dragen karabijnen en de sfeer is grimmig. De eenzaamheid van H. slaat over in waanzin. De relatie met de werkelijkheid komt meer en meer onder druk. Eenzaamheid is niet langer een keuze of een lot maar een gesel die vernietigend toeslaat.
    Ionesco laat de lezer weinig ruimte voor perspectief. Ik weet niet of het toneelstuk dat de auteur van de roman heeft gemaakt nog gespeeld wordt. Mochten er plannen zijn voor een Nederlandse uitvoering dan zou Barry Atsma wat mij betreft geschikt zijn de rol van H. op zich te nemen. Ik verheug me nu al dat hij in DWDD komt uitleggen dat het gelukt is om er een ingetogen vertolking van te maken. Heel klein.