Leesimpressies

  • Fiston Mwanza Mujila: Tram 83

  • Nr. 25 - 2017
  • Mijn beeld van Congo in literatuur is vooral gebaseerd op Lieve Joris en David van Reybrouck. Hoe boeiend ook, dat is het beeld van geïnteresseerde buitenstaanders, van verlichte nazaten van de kolonisten. Een ander, meer autochtoon, portret is te vinden in de debuutroman van Fiston Mwanza Mujila. Hij ontvluchtte een paar jaar geleden zijn land om in alle vrijheid erover te kunnen schrijven. Dat doet hij nu vanuit Oostenrijk. Hij heeft een kroeg-eettent-bordeel genaamd Tram 83 als middelpunt gekozen voor zijn verhaal. Een kroeg als microkosmos, op loopafstand van het station dat de verbinding met de rest van de wereld vormt. Daar krioelen de mensen door elkaar heen en zoeken verpozing om te overleven in het harde bestaan. Daar treffen zij elkaar. Er zijn buitenlandse gelukszoekers en lokale bezoekers. Je kunt er eten en vooral veel drinken, ter afleiding is er live muziek. De gemengde toiletten zijn slecht verlicht. Ze vormen een perfecte plek voor snelle seks. Ook een manier om de dagelijkse sores te vergeten. Je kunt er alles en iedereen tegen komen. Terugkerend zinnetje in een dialoog is: “Weet u ook hoe laat het is?” Het is een vraag die geen antwoord behoeft.

    Te midden van een grote variëteit aan bezoekers van Tram 83 voert Mujila twee hoofdpersonen op. Requiem en Lucien zijn twee jeugdvrienden. In het begin van de roman haalt Requiem zijn vriend op van de trein. Lucien komt van het Achterland naar Stadland om zijn toneelstuk af te schrijven. Een kennis uit Frankrijk, Porte de Clignancourt genoemd naar de dichtst bijzijnde metrohalte, zit met ongeduld op het stuk te wachten zodat het gespeeld kan worden. De Fransen zouden belangstelling hebben. De voortgang bij Lucien hapert echter. Requiem is een ongrijpbare sjacheraar. Hij verdient de kost met dubieuze transacties. Hij zorgt voor compromitterende foto’s van bezoekers van Tram 83 met prostituees om hen zo te kunnen afpersen. Lucien gaat gewetensvoller te werk. Tussen de twee ontstaan spanningen. Tram 83 is voor Requiem een natuurlijker habitat dan voor Lucien. De laatste wordt na een voorleessessie zelfs in elkaar geslagen. Over de herkomst van Requiem wordt veel gespeculeerd. Zijn moeder zou afkomstig zijn uit Angola en zijn vader zou een Griekse reder geweest zijn.

    In juli 1972 ging het geroddel in Tram 83 over zijn veronderstelde Slavische herkomst. In februari 1982 ging het geroddel in Tram 83 over zijn vermeende Vietnamese herkomst. In september 1992 ging het geroddel in Tram 83 over zijn vermeende Comorese herkomst


    In Tram 83 komt de sfeertekening beter uit de verf dan de ontwikkeling van de karakters. Het meest in het oog springt evenwel de schrijfstijl van Mujila. Hij dompelt de lezer onder in zijn verbale uitbundigheid. Mujila leeft zich uit in schrijfplezier. Zo heeft hij er een handje van om een dialoog te onderbreken voor een beschrijvende passage om vervolgens de dialoog weer op te pakken alsof er nooit iets tussen is gekomen. Het is een stijl die een goede afspiegeling vormt van het chaotische leven van de personages. Het zorgt bij de lezer soms voor verwarring maar draagt uiteindelijk wel bij aan de totaalindruk die de schrijver wil achterlaten.
    Een andere manier waarop de schrijver uiting geeft aan zijn verteldrift is het grote aantal opsommingen waaraan hij zich te buiten gaat. Deze kunnen met gemak meer dan een halve bladzij in beslag nemen. Dat gebeurt bijvoorbeeld door het ratjetoe aan bezoekers van Tram 83 te beschrijven. Telkens draven ze weer op: de toeristen, de serveersters en hulpserveersters, kuikens ( dat wil zeggen meisjes tussen twaalf en vijftien die zich prostitueren), huurlingen met kalasjnikovs, studenten, muzikanten enzovoort enzovoort. Op een ander moment voert hij meer dan een pagina allerlei aliassen voor Requiem op. Dan weer betreft het tien verschillende nachtmerries waar Lucien door bestookt wordt. Het ritme bestaat uit hijgerigheid in overdrive. Iets meer dosering zou welkom zijn. De zucht tot imponeren overschaduwt te vaak de grimmigheid van het verhaal dat verteld wordt. Mujila heeft de neiging om op zinderende wijze te vertellen over uitzichtloosheid. En dan zijn er de vele herhalingen die Mujila toepast onder meer door zodra het station ter sprake komt in herinnering te roepen dat de metalen constructie onvoltooid is gebleven. Beginnend op bladzij 216 staat 80 keer het woord luguber achter elkaar vermeld. Mujila beschikt onmiskenbaar over veel schrijftalent maar weet in deze roman zijn eigen gedrevenheid niet altijd in toom te houden. Voor een debuutroman zijn er grotere gebreken denkbaar. Mujila heeft waarschijnlijk een rijk oeuvre voor zich als hij aan trefzekerheid weet te winnen.