Leesimpressies

  • Fouad Laroui: De kleine bedrieger

  • Nr. 11 - 2014
  • Na het laatste verbale gooi en smijtwerk van Geert Wilders had ik zin een boek te lezen van een Marokkaan dat wil zeggen een Nederlander van Marokkaanse afkomst. De keuze viel niet op Hafid Bouazza en evenmin op Abdelkader Benali, slagerszoon zonder brilletje. Het werd Farad Laroui die veel aandacht heeft getrokken met zijn boek Poldermarokkanen. Daarin geeft hij voorbeelden van hoe de Nederlandse en de Marokkaanse cultuur tegen elkaar kunnen schuren. Zelf schuur ik ook wel eens. Dezer dagen sprak ik een Poldermarokkaan. Ze werkte bij de Kamer van Koophandel, was geboren in de bergen van Marokko en opgegroeid in Spakenburg. Ik vroeg of ze erg geleden had onder de oorlog tussen het orthodoxe christendom en de islam. Opgewekt zei ze: “Welnee, in mijn jeugd waren er maar twee Marokkaanse families in het dorp en bovendien zijn Spakenburgers hele vriendelijke mensen.” Godbetert, daar ging mijn vooroordeel. Wel werd duidelijk dat de familie volop meedeed aan de enige oorlog in het dorp die er echt toe doet. De manlijke leden waren voor de roden en tegen de blauwen. Zelf gaf ze niet om voetbal.

    Fouad Laroui werkt aan de Universiteit van Amsterdam. Hij bezit de Nederlandse nationaliteit maar schrijft in het Frans. Zijn roman De kleine bedrieger haalde de shortlist van de prestigieuze Prix Goncourt. Nederland komt in de roman niet voor, een goed vertrekpunt voor een onbevangen blik. Het verhaal speelt zich af op een eliteschool in Casablanca. Het Lycee Lyautey is de beste Franse school buiten Frankrijk. Daar meldt zich de tienjarige Mehdi met zijn koffertje aan het begin van het schooljaar bij de conciërge. Zijn oom heeft hem per stokoude 2CV afgeleverd samen met twee kalkoenen. Mehdi is afkomstig uit een dorp in het Atlasgebergte. Een beurs heeft de entree in deze voor hem vreemde wereld mogelijk gemaakt. De kalkoenen illustreren zijn buitenstaanderschap. Het Lycee is niet alleen een school maar ook voor het komend jaar zijn verblijfplaats.
    Mehdi gaat gebukt onder verlegenheid en schaamte. Op voor de hand liggende vragen blijft hij het antwoord schuldig of neemt zijn toevlucht tot dwaalsporen. Soms is Mehdi een kleine bedrieger. Surveillanten en medeleerlingen stellen hem op de proef. Mehdi heeft een levendige fantasie die hij gebruikt als overlevingsmechanisme. De jongen is zeer belezen en daar kan hij de nodige voorbeelden uit destilleren zodra hij zich bedreigd voelt. Dan krijgt Mehdi in zijn verbeelding moordlustige trekjes. Als hij uitgekozen wordt om deel te nemen aan de lessen toneelspelen doet hij een ervaring op om zich te kunnen handhaven in zijn nieuwe omgeving. Tijdens het acteren mag je er naar hartelust op los liegen. Het was een vrijbrief om niet jezelf te hoeven zijn.

    Toen Mehdi ontdekte dat hij zijn eigen personage kon ‘spelen’, begon hij langzamerhand zijn ziekelijke verlegenheid kwijt te raken


    Vooral de weekenden zijn zwaar. De meeste leerlingen gaan dan naar huis. Nooit laten de ouders van Mehdi iets van zich horen. We weten dat hij een broer en een zus heeft, een moeder en een vader die veel afwezig is. Het gezin waar Mehdi uit voortkomt blijft in nevelen gehuld. Als Allerheiligen en Allerzielen in het weekend vallen gaat de school dicht. Maar wat te doen met Mehdi? Op het nippertje weet de school onderdak te organiseren bij het gezin van een klasgenootje. Daar wordt hij van indringer tot surrogaat zoon. Het gezin heeft recent een zoon verloren. De moeder ontploft als zij ziet dat Mehdi de pyjama heeft aangetrokken van haar overleden zoon. In de loop van het wekend draait zij bij en uiteindelijk sluit ze de jongen in haar armen. De contacten met de Franse familie bezorgen Mehdi een stoomcursus in een andere cultuur. De lucht in huis is al heel verschillend van wat hij kent.
    De eenzaamheid van de jongen is hartverscheurend. De roman is niet in de ik-vorm geschreven maar aan het woord is een verteller, een rijpere versie van Mehdi?, die zich vooral van een luchtige toon bedient. Die toon past niet helemaal bij de verlammende onzekerheden waar de jongen aan ten prooi valt maar voorkomt wel dat de eenzaamheid bij de lezer al te zwaar op de maag rust.
    Af en toe gaat de roman mank aan inconsistenties. Mehdi is zeer intelligent en belezen. Zijn Frans is beter dan dat van de Fransen. Toch ontstaan er steeds misverstanden doordat Mehdi zaken letterlijk interpreteert. Beeldspraak gaat er bij hem niet in. Hier lijkt de schrijver te kiezen voor grappig bedoelde misverstanden ten koste van de geloofwaardigheid. Verder is het jammer dat er vaak Arabische termen opduiken zonder vertaling of verklarende noten. Een tweede vertaler had de toegankelijkheid vergroot.
    Aan het eind van het schooljaar ontvangt Mehdi een prijs als beloning voor zijn prestaties. Zelfs zijn moeder is bij die plechtigheid aanwezig. Een beslissende horde voor de rest van het leven is genomen.