Leesimpressies

  • Francis Ebejer: Vuurwerk

  • Nr. 5 - 2016
  • Toen familieleden aankondigden hun vakantie op Malta te zullen doorbrengen, ontspon zich een discussie over welke grote zonen en dochters dat land heeft voortgebracht. We zochten een politicus om niet te zeggen een staatsman of een krijgsheer, liefst een zeeheld, die in de onafhankelijkheidsstrijd een doorslaggevende rol heeft gespeeld. We zochten een kunstenaar bijvoorbeeld een architect die de beroemde verdedigingswerken rond Valletta op zijn naam heeft staan of een schilder die tot de kwartiermakers van het kubisme mag worden gerekend. We zochten desnoods een sportman met een etappezege in de Giro d’Italia op zijn palmares of een tennisser die twee rondes op Wimbledon wist te overleven. Na intensief zoeken moesten we bekennen geen enkele Maltees bij naam te kennen. We konden zelfs de naam van die stuntelige keeper niet in herinnering roepen, die in de interland tegen Spanje een gooi deed naar de oeuvreprijs voor matchfixing waardoor Nederland de deelname aan een eindtoernooi kon vergeten. De uitslag wisten we nog wel: 12-1. Literair gezien moest ik zelfs de naam van de Maltese Harry Mulisch schuldig blijven. Het was een treurige constatering over een land waar we een munt mee delen.

    Ter herinnering aan de vakantie kreeg ik na afloop Vuurwerk van Francis Ebejer cadeau. Ebejer geldt als de grootste schrijver van Malta uit de tweede helft van de vorige eeuw. Hij publiceerde zeven romans in het Engels en eentje in het Maltees. Daarnaast schreef hij meer dan 50 toneelstukken. Vuurwerk bestaat uit een bundeling van 17 verhalen met steeds Malta als decor. Op het eiland blijkt de katholieke kerk nog in het midden te staan. In veel van de verhalen is sprake van een priester, een bisschop, koster of kerkorganist. Ebejer schetst fragmenten van het dorpse leven. Hij stopt veel couleur locale in zijn verhalen. De zon schijnt, de zee ruist en de mediterrane bries zorgt voor verkoeling. De stemming zit er in de meeste verhalen goed in. De wijn vloeit rijkelijk. Er is een feest aan de gang, net achter de rug of aanstaande. Het titelverhaal waarmee het boek opent, zet meteen de toon. Ebejer gebruikt graag droge formuleringen waardoor de sfeer luchtig blijft ook als er fricties zijn tussen de plaatselijke bewoners. Soms is het register melancholisch, dan weer kluchtig. Zeker de melancholische verhalen weten te boeien, zoals het verhaal “Zomer van de amfora” waarin de hoofdpersoon vijftig jaar na dato treurt over een verloren jeugdliefde.

    Hij keek naar buiten naar de donker wordende straat, naar rondwervelend stof en bladeren van de door de wind gedeukte mimosa’s en oleanders, naar de laatste worstelende wijnstokken en dacht aan de lange dagen van zon, het water voor de baai, de mediterrane glinstering ervan, de jonge mensen


    Een andere illustratie van melancholie vormt de man die vlak voor zijn dood zich gedwongen ziet een oplossing te zoeken voor alle herinneringen die hij met zich meezeult. Wat moet je daarmee in dat finale stadium. De kwestie prangt des te meer als de herinneringen verzet aantekenen. De herinneringen zijn verontwaardigd. Waar hebben zij het aan te danken dat degene, die hen heeft geschapen, er nu tussenuit wil knijpen. De eigenaar van de herinnering gaat terug naar enkele dierbare momenten uit zijn leven alvorens definitief afscheid te nemen. Het is immers niet mogelijk om herinneringen mee te nemen.
    De kluchtige kant van Ebejer komt naar voren in een verhaal als “Het geitenhoedstertje”. Daarin komt de dorpse verontwaardiging aan bod over de mooie 20-jarige Rozina die ondanks haar betoverende verschijning nog altijd niet getrouwd is. De mannelijke elite breekt zich het hoofd over deze misstand en hun echtgenotes zo mogelijk nog meer. De mannen laten het er niet bij zitten en werken aan een oplossing.
    Ebejer schrikt niet terug om zijn verhalen soms te larderen met fantastische elementen. Dat is het geval bijvoorbeeld in het verhaal “De vervanging”. Na eeuwenlang als beeltenis in een nis van de kerk te hebben gestaan daalt de heilige Sint-Theophilus af van zijn vertrouwde plek om beneden plaats te nemen op een gereed staande ezel. Zitten is wennen na honderden jaren staan maar de heilige moet plaats maken. Dit gebeurt op instructie van Hogerhand. We volgen Sint-Theophilus op zijn reis naar de donkere vallei. Wel neemt hij zich voor in alle stilte nog eens terug te keren om te zien wie zijn plaats in de nis heeft ingenomen. Wat heeft die nieuweling wat hij kennelijk niet meer heeft.
    Hoewel de aantrekkingskracht van de verhalen wisselend is, kan de lezer zich een voorstelling maken van het leven op Malta van enige decennia geleden. De bundel dateert uit 1990 en de vertaling, misschien wel de enige van een Maltese schrijver ooit in het Nederlands, is drie jaar nadien uitgekomen. In enkele verhalen speelt de oorlog op de achtergrond een rol. Malta heeft zwaar geleden onder de bombardementen van de Luftwaffe. Het schijnt dat de Tweede Wereldoorlog het belangrijkste thema vormde in het werk van Francis Ebejer. Het zou daarom goed kunnen dat we hier met de Maltese Harry Mulisch van doen hebben. Die Maltese keeper heette trouwens John Bonello.