Leesimpressies

  • Georges Perec: Het leven een gebruiksaanwijzing

  • Nr. 39 - 2016
  • Vanwege een kort bezoek aan Parijs in verband met de tentoonstelling van Magritte in Centre Pompidou, hoorde er een kloek werk van een Franse schrijver in de koffer. Georges Perec wilde die rol wel op zich nemen. Parijs en literatuur. De stad is altijd een warm bad geweest voor Nederlandse schrijvers die thuis hun zin niet kregen. Parijs is echter meer een stad om te flaneren en om op verwarmde terrasjes te zitten dan om te lezen. Je ziet Parijzenaars en vermoedt dat zij scènes naspelen uit nouvelle vague films. Ze voeren gewichtige gesprekken en wanen zich het middelpunt van de wereld. Zodra de regisseur cut roept, keren zij terug naar de werkelijkheid. Ze drinken nog een wijntje en vertrekken naar hun eigen lits jumeaux of dat van hun maitresse. Per metro, auto of tegenwoordig vaak per motor. Het toeteren kan beginnen. Dan blijft de Thalys over om te lezen. Perec heeft echter geen treinboek geschreven. Hij vraagt om concentratie, niet om hoge snelheid. De roman moest wachten tot de aankomst in Den Haag, stad met vele gezichten, en meer lijkend op een road movie dan op nouvelle vague. Den Haag is een uitstekende plek om Perec te lezen op voorwaarde dat de lezer een appartementencomplex ter beschikking heeft. Dat stimuleert het inlevingsvermogen.

    Georges Perec heeft met Het leven een gebruiksaanwijzing een verbluffend knap boek geschreven. Als uitgangspunt fungeert een appartementencomplex halverwege de rue Simon-Crubellier in het zeventiende arrondissement. Met een nauwelijks te stillen honger naar details schetst Perec de bewoners en de inrichting van hun kamers tot en met de kelders aan toe. Geen snuisterij blijft onbesproken. De bewoners verschaffen de schrijver een alibi om een stortvloed aan verhalen over de lezer uit te storten. De dadendrang van de personages omvat vele decennia en continenten. Perec heeft fantasie en speelsheid in overvloed. En alsof dat allemaal niet genoeg is, komen er ook nog vele oude bewoners aan bod. Het appartementencomplex vertegenwoordigt een universum op zich. Daarnaast is er aandacht voor de verwikkelingen tussen de bewoners onderling. Bewoners van de welgestelde soort hebben er soms een gewoonte van gemaakt om hun personeelsleden in het complex onder te brengen. Daar zijn de dienstbodenkamers op de bovenste verdieping zeer geschikt voor. Voor het overzicht is een dwarsdoorsnee van het pand in het boek opgenomen. De huidige bewoners zijn vet afgedrukt, de vroegere bewoners cursief. Het boek bevat een tijdwijzer dat begint in 1833 met de geboorte van James Sherwood en eindigt in 1975, het jaar waarin de roman zich afspeelt. Sherwood is de oudoom van de schatrijke Parcival Bartlebooth, een sleutelfiguur in het boek over wie later meer. In de bijlage is ook een inventarisatie opgenomen van de meer dan 100 verhalen die in het boek verteld worden. Gezien de grote hoeveelheid personages komt het goed uit dat Perec hen in enkele zinnen weet neer te zetten.

    Cyrille Altamont is een langbenige, vijfenvijftigjarige, in Engelse pakken en lentefris ondergoed geklede meneer met enkele schaarse, bijna kanariegele haren, heel dicht bij elkaar geplaatste ogen, een strogele snor en perfect verzorgde handen


    De eerder genoemde Bartlebooth heeft een obsessie met puzzels. Bij een puzzel geldt dat het geheel de elementen bepaalt en niet andersom. Bartlebooth heeft een heel systeem opgetuigd om zijn passie bot te vieren. In gezelschap van butler Mortimer Smautf, meer dan vijftig dienstjaren, reist hij 20 jaar de wereld rond om in totaal 500 aquarellen met zeegezichten te schilderen. Deze stuurt hij vervolgens naar Gaspard Winckler, woonachtig op de verdieping net onder de dienstbodenkamers. Winckler bevestigt de aquarel op hout en figuurzaagt tot hij het schilderij in 750 stukjes heeft opgedeeld. De elementen gaan naar Bartlebooth en het puzzelen kan beginnen. We zijn getuige van de ondergang van Bartlebooth. Geleidelijk worden vertrekkende personeelsleden niet vervangen. De roman eindigt met zijn dood.
    In mijn bibliotheek hebben zich in de loop der jaren elf boeken van Perec verzameld. Onder meer de roman La disparation, waar ruim 300 bladzijden lang de letter e niet in voorkomt, maakt daar deel van uit. Je zou kunnen zeggen dat Het leven een gebruiksaanwijzing de overtreffende trap vormt in het oeuvre van Perec. Veel van wat hij in ander werk als vingeroefening heeft verricht, komt hier tot volle wasdom. De figuur van Gaspard Winckler speelt een prominente rol in W of de jeugdherinnering, net als in De condottiere. Uitgeverij Arbeiderspers bracht Tips en wenken voor wie zijn afdelingschef om opslag wil vragen enkele jaren geleden als een aparte publicatie op de markt. Dezelfde thematiek komt ook in het leven een gebruiksaanwijzing aan bod.
    De drang om schilderijen, meubels en gebruiksvoorwerpen in extenso te beschrijven is ook te vinden in Een kunstkabinet en in De dingen. Met Het leven een gebruiksaanwijzing heeft Perec zichzelf de loef afgestoken. De liefhebber zal de neiging voelen om zodra het boek uit is van voor af aan te beginnen. Soms is een glas helemaal vol.