Leesimpressies

  • Helene Uri: De besten onder ons

  • Nr. 28 - 2014
  • In het zomernummer van Onze Taal viel de schijnwerper op het boek De besten onder ons van de Noorse Helene Uri. De roman speelt zich af in het milieu van taalkundigen, werkzaam aan de Universiteit van Oslo. Zoals vaak in campusnovels, een populair genre in de Angelsaksische literatuur, blijft er van de hoog gestemde ambitie om de waarheid te dienen, vaak weinig over. Ook bij Uri blinkt de wetenschappelijke elite uit in kleinzieligheid. Op vermakelijke wijze doet de schrijfster verslag van de vetes die het dagelijks leven aan de universiteit kleuren. Meer dan gebruikelijk gaat Uri de diepte in bij het portretteren van haar vakgebied. Er komen vele onderwerpen voorbij waarin taalkundigen zich vastbijten. We leren dat de Afrikaanse taal !Kung 141 verschillende klanken kent, wat het beroemdste citaat van de linguïst Noam Chomsky is en dat de medewerker die zich tien jaar heeft bezig gehouden met onderzoek naar namen voor het vrouwelijk geslachtsorgaan een comparatieve kuttoloog genoemd wordt. Het gekonkel wordt afgewisseld met bezoekjes aan buitenlandse congressen waar dezelfde mensen elkaar treffen die voor de zoveelste keer dezelfde verhalen tegen elkaar afsteken. Het is niet verwonderlijk dat Helene Uri na een dienstverband van twaalf jaar de Universiteit van Oslo verliet en koos voor een bestaan als schrijfster.

    Tegen de achtergrond van vakmatige intriges voert Uri een liefdesgeschiedenis op. Vanaf het moment dat hij haar voor het eerst zag is Pål Bentzen, die iets doet met de verbuiging van sterke werkwoorden, diep onder de indruk van de nieuwe collega Nanna Klev die zich gaat bezig houden met het in kaart brengen van de spreiding van de keel-r. Daarnaast is er een hoofdrol voor professor Edith Rinkel, bij wie we in de roman getuige zijn van haar vijftigste verjaardag, een briljante vrouw even ongenaakbaar als seksueel aantrekkelijk. Van Rinkel wordt verteld dat zij mannelijke studenten bij toerbeurt als haar minnaars kiest. De lezer ervaart dat deze geruchten gegrond zijn. Rinkel is de baas van Brentzen die ondanks zijn succes bij de vrouwen zeer geïmponeerd blijft door haar persoonlijkheid. Tegenover de dominante Rinkel is de lieftallige Nanna Klev een verademing. Vanaf het eerste moment dat Brentzen haar zag, wist hij dat zij voor hem de ware zou zijn.

    Want Nanna’s belangrijkste eigenschap is niet dat ze knap of kundig is, maar dat ze anderen een goed gevoel weet te geven. Nanna straalt. Ze straalt van goedheid


    De driehoeksrelatie tussen de hoofdpersonen wordt op de spits gedreven door een geval van plagiaat. Nanna is het universele patroon op het spoor dat ten grondslag ligt aan alle talen. Dat belooft niet alleen een wetenschappelijke doorbraak te worden maar ook een commerciële. Zo’n patroon leent zich voor de toepassing in nieuwe vertaalprogrammatuur. Uri houdt tot het eind de spanning er in voor we zekerheid hebben over wie dader en wie slachtoffer is.
    Uit De besten onder ons blijft de indruk achter dat taalkunde in Noorwegen een discipline van belang is. Naast Oslo zijn er andere Noorse universiteiten waar dit vak veel beoefenaars kent. In de roman komen die collegae zo nu en dan ter sprake. Noorwegen neemt een uitzonderingspositie in, overigens net als Griekenland, omdat deze taal twee versies kent althans in geschreven vorm. In gesproken vorm is er Landsmål, in gebruik op het platteland, naast Bokmål, letterlijk boekentaal, in het stedelijk gebied. Eerst hoorde Noorwegen bij Denemarken en later maakte het deel uit van Zweden. Sinds 1905 staat het land op eigen benen en in het zelfbewustzijn neemt de eigen taal, vernoemd naar het land, een belangrijke plaats in.
    Uri heeft haar roman geschreven in een postmoderne stijl. Zij betrekt de lezer bij het creatieve proces dat schrijven is. Een roman is een construct bedacht door de auteur. Dat is per definitie zo en hoeft wat mij betreft niet expliciet toegelicht te worden. In het begin van het boek maakt Uri de lezer deelgenoot van het vraagstuk waar zij haar verhaal het best kan laten beginnen. Dat ligt voor het personage Rinkel mogelijk op een ander moment dan voor het personage Bentzen. Daardoor komt het verhaal vertraagd op gang. Ook past zij voortdurend vooruitblikken toe op wat we nog voor de boeg hebben. We zouden eens vergeten dat we met een verteller van doen hebben die naar believen kan ingrijpen in de loop van het verhaal. Uri is op die manier nadrukkelijk aanwezig en plaatst zichzelf tussen het verhaal en de lezer. Voor mij maakt dat de roman niet interessanter. Gelukkig maakt zij veel goed door te strooien met kwaadaardige passages. Uri had beslist nog wat te verrekenen met het universitaire milieu. Vooral de universitaire bestuurders, geroepen tot hun functie bij gebrek aan talent als onderzoeker, zijn een favoriet mikpunt. Voor de liefhebbers van Onder professoren van W.F. Hermans valt hier het nodige te genieten.