Leesimpressies

  • Herman Koch: Finse dagen

  • Nr. 12 - 2020
  • Als een jongen van negentien in 1973 voor de wintermaanden naar de uitgestrekte bossen van Finland vertrekt, dan moet hij een goed verhaal hebben. Herman Koch deed het en beschikt over verschillende verhalen. De openingszin van de roman openbaart een mogelijke versie. “Ik was in de eerste plaats naar Finland gegaan om iets met mijn handen te doen.” Hij treurt om zijn moeder die anderhalf jaar voordien is overleden. Tot je knieën in de sneeuw bij rond de twintig graden onder nul is een geschikte plek om te rouwen. Finland is ook een land voor bezinning. Koch bevindt zich in het niemandsland tussen de middelbare school en zijn volwassen leven. Zijn vader hoopt na het uitstapje te horen wat hij wil met zijn leven. Welke studie zal het worden? Hij wil schrijver worden maar op dat antwoord zit zijn vader niet te wachten. Werken op een boerderij in Finland is te prefereren boven de druivenpluk in Frankrijk of een kibboets in Israël. Het is een aantrekkelijker optie dan ’s avonds dronken worden of bij een kampvuur liedjes zingen. Voor Herman Koch is dat een schrikbeeld. De eenzaamheid in het hoge noorden is het perfecte gezelschap. Koeien melken, bomen zagen en per tractor met de opbrengst naar de houtzagerij.

    De eerste roman van Herman Koch kwam in 1989 als een klaroenstoot de Nederlandse literatuur binnen. Hugo Brandt Corstius voorzag Red ons, Maria Montanelli van een rake typering. Het is De avonden van Gerard Reve maar dan 25 jaar en 2,5 kilometer verder. In die roman zijn veel elementen te vinden die in Finse dagen aan een heroptreden toe zijn. Koch heeft in de loop der jaren veel lacherige reacties geoogst over zijn Finse uitstapje. Er zijn enkele aanleidingen om eindelijk verslag uit te brengen van die periode. In 2012 brengt Koch als gevierd auteur een bezoek aan Finland op uitnodiging van zijn lokale uitgever in het kader van een promotietour. Hij komt in het bezit van een dichtbundel waar de naam Herman in voorkomt. Het werk dateert uit 1973, zijn jaar. Hij leest de woorden Äiti kuollut. Het zijn de woorden die hij kan dromen. Ze verwijzen naar wie hij toen was: de jongen wiens moeder dood was. Het is onontkoombaar om die geschiedenis wereldkundig te maken.
    Het verslag van Finland wordt afgewisseld met de herinneringen aan een jeugd in Amsterdam. Herman is enig kind in het tweede huwelijk van zijn vader. Het huwelijk van zijn ouders houdt geen stand. Herman koestert een wrok jegens zijn vader, die openlijk aan een nieuwe relatie is begonnen. Weinig flatteus omschrijft hij de nieuwe minnares. Ze is oud, graatmager en hult zich in een luipaardjas. Zij is de weduwe van het Minervaplein. Als de jonge Herman door kortsluiting wordt getroffen, brengt hij het er per toeval levend af. Hij oefent op de juiste blik om zijn ouders van het incident op de hoogte te stellen.

    Ik keek ze aan met mijn meest onbevangen blik, dat hoopte ik tenminste. Zie je hoe weinig het kan schelen of je bent iets kwijt waar je veel om geeft? Het is de prijs die je betaalt als je er als ouders zo’n puinhoop van maakt


    Koch heeft zijn grootste bekendheid te danken aan de romans die internationaal doorbraken: Het diner en Zomerhuis met zwembad. Problematisch aan zijn romans is de distantie waarmee hij zijn personages tekent. De auteur als schepper is meestal wrevelig over zijn schepsels of zelfs neerbuigend. Dat is iets anders dan het onderscheid in good guys en bad guys. Ook een bad guy kun je met mededogen aan de lezer voorstellen. In een autobiografische roman is distantie van nature minder aanwezig. Dat betekent echter niet automatisch dat de schrijver de waarheid vertelt, de volledige waarheid en niets dan de waarheid. Koch speelt voortdurend een spel met de waarheid. Hij veinst oprechtheid en is eerlijk over zijn verzinsels. Een boek dat op dit soort dilemma’s een interessant licht werpt is Of heb ik het verzonnen?. Dat boek uit 2017 bevat de briefwisseling tussen Herman Koch en Wanda Reisel. De twee kennen elkaar vanaf hun jeugd in een Amsterdamse voorstandswijk. Zij halen herinneringen op en constateren dat hun geheugens soms niet parallel lopen. Reisel beschrijft dat de vriendenkring bang was voor de harde grappen van Herman. Hij droeg een sarcastisch pantser als tweede huid. Een verlegen slungelachtige jongen uit een problematisch gezin bedient zich van allerhande kunstgrepen om zich staande te houden. In Finse dagen valt op hoe Koch geobsedeerd is door de veronderstelde opvatting van anderen over hem. Hij is zich daar altijd en overal van bewust. Hij vraagt zich zelfs af wat de receptionist van het hotel over hem zal denken. Vervolgens komt aan de orde of Koch zich bij die opvatting neerlegt dan wel dat het tijd is voor ontregelende tegenacties. Zelfs over hoe de dood van je moeder te presenteren heeft hij nagedacht. Het gebeurde toen hij 17 was een maand voor zijn 18e verjaardag. Dat is net even zieliger want met 18 ben je volwassen.
    Bij veel vertelde anekdotes raakt de auteur zelf het overzicht kwijt. Wat is de ongecensureerde, de gecensureerde en de aangedikte versie? Soms laat je iets dat pijnlijk is weg, soms voeg je iets toe om indruk te maken. De ongecensureerde versie benadert de waarheid het dichtst. Dat wil zeggen voor zover het geheugen een betrouwbare bron is om bij te rade te gaan en de eigenaar van het geheugen te goeder trouw. Koch ontdekt na het overlijden van zijn vader dat de weduwe van het Minervaplein wel meeviel. Hij gaat zelfs zo nu en dan bij haar op bezoek.
    In de jeugd is de puurheid nog in authentieke staat verkrijgbaar. Koch beschrijft de even heftige als kortstondige verliefdheid op de 15-jarige Anna. Tijdens een weekend langlaufen in Lapland blijft zij als enige op hem wachten. Als zij op de terugreis eerder de bus moet verlaten, zoent hij haar ten afscheid en ontvangt het stel applaus en gejoel van de overige passagiers. Als schrijver is Koch het best op dreef als hij het persoonlijke in zijn werk durft toe te laten. In Finse dagen is dat het geval. Tot op zekere hoogte.