Leesimpressies

  • Hilary Mantel: De geest geven

  • Nr. 37 - 2016
  • Aan het werk van Hilary Mantel was ik nog niet toegekomen. Als enige vrouw wist zij twee keer de Man Booker Prize te winnen wat op zich de nieuwsgierigheid wekt. Maar. Die bekroningen betreffen zeer obese boeken en handelen over de Britse staatsman Thomas Cromwell die actief was in de zestiende eeuw. Dik en oude koek. Twee aanleidingen om niet aan een boek te beginnen, terwijl de modale lezer aan een enkele aanleiding wel genoeg heeft om te schiften in het ruime aanbod. Recentelijk zijn er twee werken van Mantel in het Nederlands verschenen die de grond onder mijn bezwaren weg sloegen: een verhalenbundel en een autobiografie. Ten faveure van Mantel pleit dat zij geen pleaser is. Ze weet in eigen land regelmatig voor opschudding te zorgen. Ze maakt kritische opmerkingen over de koninklijke familie, laat zich negatief uit over religie of laat in de boven vermelde verhalenbundel een aanslag op Margaret Thatcher plegen. Kopstukken uit de Britse politiek storen zich aan haar. Hilary Mantel en heilige huisjes vormen geen vast koppel. Een schrijver die David Cameron weet te irriteren kan op mijn belangstelling rekenen. Ik las de verhalenbundel en de autobiografie en was over de laatste het meest enthousiast. Ook in haar persoonlijk leven is het soms stormachtig toegegaan.

    Mantel besteedt in haar memoires de meeste aandacht aan haar jeugdjaren. Ze wordt geboren in 1952 en groeit op in de provincie. Haar ouders hebben een Ierse achtergrond. Na haar krijgt het gezin nog twee jongens. Hilary is eigenzinnig. Haar rijke fantasie opent de weg naar een loopbaan als buitenbeentje. Zij wil het liefst een ridder worden en vindt dat zij eigenlijk een jongetje zou moeten zijn. Het zal jaren duren voor ze accepteert dat die wens niet in vervulling zal gaan. De omstandigheden binnen de familie zijn weinig alledaags. Geruime tijd woont Hilary in de omgeving van Mancester naast haar oma en daar weer naast woont een oudtante. Als zij 11 is verdwijnt vader Henry voorgoed uit haar leven. Zijn plaats is dan al een poosje ingenomen door Jack die, zonder met haar moeder te trouwen, de rol van stiefvader op zich neemt. Jack bezorgt haar de achternaam Mantel. Met hem heeft ze nooit een echt gesprek gevoerd. Ze heeft geen idee wat er in haar stiefvader omgaat maar weet hem desondanks kernachtig te typeren. Jack was tegen ontbijt, sport en ziekte. Hij verbood Shakespeare en aardappelpuree en de BBC vond hij aanstellerij. “De sfeer in huis was gespannen als in de ademloze stilte tussen bliksemflits en donderslag.” Ook met moeder was de relatie niet rimpelloos.

    Mijn moeder was de edelsteen in de zetting van haar zonen, en ik was haar verpakking die opgewonden werd opengescheurd en terzijde geschoven


    Als achttien jarige verlaat Hilary Mantel het ouderlijk huis om rechten te gaan studeren, eerst aan de London School of Economics en later in Sheffield. Ze trouwt twee keer met dezelfde man. Het meest aangrijpend in het boek is het verslag over de perikelen met haar gezondheid. Van jongs af aan wordt zij gekweld door verschrikkelijke pijnen. Aanvankelijk denkt men aan groeipijn. Er volgt een barre tocht door de medische instituties vol verkeerde diagnoses en therapieën. Ze belandt bij een psychiater en zal een operatie ondergaan die hopeloos uitpakt met als gevolg dat ze nooit kinderen kan krijgen.
    Mantel analyseert openhartig wat haar is overkomen en welke impact dat op haar leven heeft gehad. Onderdeel daarvan is de vraag waarom ze meer niet meer assertiviteit aan de dag heeft gelegd. In sommige perioden is ze overdreven slank en in andere gaat ze gebukt onder overgewicht. De pijnen drijven haar tot wanhoop. Ze is altijd wel ergens aan verslaafd en meestal aan iets, zo merkt ze zelf op, waar geen praatgroep voor is. Vanwege het werk van haar man brengt ze enkele jaren in het Midden-Oosten en Afrika door wat weer extra complicaties met zich meebrengt. Uiteindelijk blijkt het om de gynaecologische aandoening endometriose te gaan. Met hangen en wurgen vindt ze een manier om de consequenties te dragen. Een verschuiving in het endocriene patroon heeft gevolgen voor je gedachten en je gevoelens. Het is een zoektocht om uit te vinden wie je bent en om die persoon te blijven. Mantel vindt in het schrijven een nieuwe levensvervulling. Ze produceert boeken in plaats van kinderen. Haar niet bestaande dochter, voorzien van naam en al, vormt een terugkerende gedachte. Hoe zal het kind zich ontwikkelen? Het risico van zulke bespiegelingen is dat een dergelijk verhaal makkelijk larmoyant kan worden. In die valkuil trapt ze niet. Mantel weet met fonkelende formuleringen haar zelfonderzoek gestalte te geven. De neiging tot spot zit haar als gegoten. Ze is te intelligent om medelijden te willen oogsten. Het schrijverschap is een oplossing die zowel haar zelf als haar lezers voldoening biedt. Ze houdt zich aan de volgende vuistregel. “Hang je sociale leven aan de wilgen en denk maar niet dat je vriendschappen kunt onderhouden.” Natuurlijk is het geoorloofd om ook met adviezen de spot te drijven.