Leesimpressies

  • Irene Vallejo: Papyrus

  • Nr. 32 - 2021
  • Een geschiedenis van de wereld in boeken is de ondertitel die Irene Vallejo aan haar studie heeft meegegeven. Een liefhebber van lezen is per direct nieuwgierig. Geschiedschrijving aan de hand van oorlogen en dynastieën van koningshuizen, dat weten we nu wel. Laten we tot de kern komen. Na een langgerekt verblijf op het gymnasium volgde er voor mij toch nog een afscheid met een diploma. Er was opluchting direct gevolgd door het voornemen om voorgoed afscheid te nemen van Homerus en Herodotus. Nooit meer Livius, Ovidius, Cicero en Vergilius. Mijn omgang met Maria Montessori zou pas na een uitgebreide incubatietijd vruchten afwerpen. De klassieken willen echter maar niet volledig uit beeld verdwijnen. Nu rakelt Irene Vallejo de afgezworen grootheden op. Ze baseert haar betoog zelfs op het onderscheid tussen de Grieken en de Romeinen. Het is een ingreep die haar vuistdikke verhaal in tweeën deelt. Het eerste deel heet Griekenland bedenkt de toekomst, het tweede de wegen van Rome. Onder die paraplu stort de Spaanse Irene Vallejo een bombardement aan verhalen over de lezer uit. Ze heeft gelukkig een aantrekkelijke manier van les geven. Alexander de Grote neemt als eerste het podium in beslag. Een centrale rol was er voor de plaats die naar hem vernoemd is: Alexandrië.

    Onze associatie met een boek is vooral bepaald door de versie die we sinds de uitvinding van de boekdrukkunst kennen. Daar ging een lange aanloop aan vooraf. Ooit bestonden er hiërogliefen en spijkerschrift. Voor je aan een geschreven boek toekomt is er een alfabet noodzakelijk. Dan gaat het nog om de inhoud, de software. Ook het uiterlijk van een boek heeft vele gedaanten doorgemaakt. Na een kleitablet kwam er de papyrusrol. De papyrusplant wortelt in het water van de Nijl. Door het oprollen van papyrus werd het mogelijk een verhaal van langere adem vast te leggen. De houdbaarheid van papyrus was beperkt waarna in een vervolgfase langdurig perkament in zwang raakte. Vallejo beschouwt niet alleen het boek als een voorwerp dat op zich staat maar heeft daarnaast aandacht voor plekken waar boeken samenscholen zoals bibliotheek en boekwinkel. Een paar eeuwen voor Christus bestond in Alexandrië de ambitie om een verzameling aan te leggen waarvan alle boeken van de wereld deel zouden uitmaken. Van meet af aan een illusie, nu meer dan ooit. Van Alexander de Grote gaat trouwens het verhaal dat hij altijd sliep met een exemplaar van de Ilias en een dolk onder zijn kussen. Desondanks zou hij maar 32 worden.
    Vallejo besteedt veel aandacht aan boeken die handelen over boeken. Dan bespreekt zij onder meer het werk van Walter Benjamin (diens essay Ik pak mijn bibliotheek uit), de fatale bibliotheekliefde van de hoofdpersoon uit Elias Canetti’s Martyrium, de alomtegenwoordigheid van bibliotheken bij de vrijwel blinde bibliothecaris Jorge Luis Borges of de rol van bibliotheken in de setting van een detective zoals bij Umberto Eco en Carlos Ruiz Zafon.
    Vallejo geeft bovendien veel voorbeelden van wat boeken betekenen zowel voor een individu als voor de mensheid. Two giant steps.

    Het nadenken over de wereld bestaat bij de gratie van boeken en lezen, dat wil zeggen, het bestaat alleen als we woorden kunnen zien en er rustig over kunnen peinzen in plaats van ze alleen maar uitgesproken horen worden in de snelle stroom van een betoog


    Vallejo geeft in Papyrus een schat aan informatie over de klassieke oudheid. Toch waren voor mij de passages het boeiendst waarin ze parallellen trekt tussen vroeger en nu of wanneer ze persoonlijk wordt. Van het eerste is een voorbeeld dat zij de verhouding tussen de Grieken en Romeinen vergelijkt met die tussen Europa en de Verenigde Staten. De eerbied voor cultuur en geschiedenis versus het pragmatisme van economische en militaire macht. Een mooie illustratie is dat in The Great Gatsby van Scott Fitzgerald de bibliotheek niet van belang is vanwege de intrinsieke waarde maar als statussymbool.
    Over haar eigen leven vertelt ze met tederheid hoe moeder haar vroeger thuis voorlas. Ze heeft zelfs een poos gedacht dat de boeken in het ouderlijk huis speciaal voor haar geschreven waren. Ook vertelt ze hoe de boekenwereld een reddingsboei vormde toen ze als meisje vanwege het anders zijn ten opzichte van haar leeftijdgenootjes gepest werd. Je ziet het voor je hoe zo’n blauwkouserig meisje in Zaragoza zich vanuit een innerlijke kracht niet klein laat krijgen door een vijandige omgeving.
    Aan boeken zijn risico’s verbonden. Machthebbers voelen zich bedreigd door de inhoud. Verbod en vervolging worden als wapen ingezet. Salman Rushdie kreeg een fatwa aan de broek voor zijn Duivelsverzen. Mensen die de eeuwige waarheid in pacht hebben raken van het eerste het beste afwijkende krasje in de war. Heinrich Heine schreef al dat waar boeken verbrand worden uiteindelijk mensen verbrand zullen worden. Overigens heeft Ray Bradbury met Fahrenheid 451 de spot gedreven met het verbranden van boeken. Nee, Vallejo heeft het liever over werken die de kracht van de boekenwereld benadrukken zoals Charing Cross Road 84 van Helene Hanff en De voorlezer van Bernard Schlink. De lofzang op het boek krijgt gelukkig een enkele keer wat relativering. Letterkundige G.K. Chesterton gaf als antwoord op de beroemde vraag welk boek hij zou meenemen naar een onbekend eiland: Handboek voor de bouw van sloepen. Graag sluit ik mij aan bij het slotwoord van Irene Vallejo: zonder boeken zouden de beste dingen van de wereld zijn opgelost in vergetelheid. Of misschien nog toepasselijker: ‘bijna iedereen heeft op een bepaald moment in het leven door een spleet geloerd naar een Finzi-Contini-tuin”.
    middelr@xs4all.nl