Leesimpressies

  • Jesus Carrasco: De vlucht

  • Nr. 21 - 2019
  • Jesus Carrasco, afkomstig uit Extremadura in het westen van Spanje, van wie twee boeken in het Nederlands verkrijgbaar zijn, schrijft romans bevolkt door zwijgzame personages. In het debuut De Vlucht blijven de twee hoofdpersonen naamloos. Tijd en plaats zijn oningevuld. Er is sprake van een dunbevolkt gebied met overdag een verschroeiende zon. De lezer moet het doen met weinig context. Wat Carrasco wel vertelt is overigens kraakhelder in poëtische bewoordingen. Wie afziet van inperking door concretisering wil vermoedelijk een universeel verhaal vertellen. Dat verhaal is vervreemdend en beklemmend. Een jongen in de puberleeftijd ontvlucht zijn geboortegrond. De volwassenen uit zijn dorp, in plaats van hem te beschermen, vormen de bedreiging. Zelfs zijn vader in de ban van de alcohol staat aan de verkeerde kant. Het meest heeft de jongen te duchten van de rechter, een invloedrijk man in het bezit van een motor met zijspan. Ook de onderwijzer maakt deel uit van de belagers. Er blijft in het ongewisse waar de bedreiging precies uit bestaat maar er is een suggestie van mishandeling en misbruik. De jongen besluit tot een drastische stap. Hij zoekt een veilig heenkomen, zijn bestemming ligt buiten het dorp. Het was geen vooruit geplande ontsnapping maar meer een kwestie van een druppel en een emmer.

    De roman begint in de olijfboomgaard. Het is opmerkelijk ondanks het kale landschap hoeveel verschillende bomen de auteur als decorstukken opvoert. Ze bieden een schim van beschutting. In de openingsscene heeft de jongen zich verstopt in een kuil met nauwelijks ruimte om zich te bewegen. Dikke takken zorgen voor een afdak met daaroverheen snoeiafval. Hij hoort dichtbij de stemmen van de volwassenen die naar hem op zoek zijn. Hij is zelfs niet veilig voor de urine van een plassende speurder. Er nemen gelukkig geen honden deel aan de klopjacht en zo blijft hij onopgemerkt. Hij is gered maar dat is slechts het begin. In zijn eentje gaat hij op pad. De jongen ontdekt een vuur dat wijst op de aanwezigheid van een oude herder met een kleine veestapel: geiten, een bok, een ezel en uiteraard een hond. Het beroep van herder verwijst in dit geval ook naar een figuurlijke betekenis van dat beroep. De jongen sluit zich aan bij het gezelschap van de herder. De twee spreken nauwelijks met elkaar maar ontwikkelen een bondgenootschap. De herder brengt de jongen vaardigheden bij zoals het melken van de geiten en de jongen vult de afnemende krachten van de herder aan. Elke dag is er de zorg om aan voedsel en drinken te komen voor de twee mannen en de dieren. Het wordt nergens Remi en Vitalis uit Alleen op de wereld. Moeder Barbarin is afwezig. De grimmigheid van het landschap en de opsporingsdrift van de rechter zijn op de achtergrond nadrukkelijk aanwezig.

    In Z-vorm op zijn zij gelegen paste zijn lichaam maar net in de kuil. Zijn armen om zijn knieën geslagen of als kussen onder zijn hoofd gevouwen, met slechts een minieme nis voor zijn knapzak met proviand


    In het dorp is een beloning uitgeloofd voor de opsporing van de jongen. Dat dwingt de herder en de jongen tot extra voorzichtigheid. Ieder die hen opmerkt kan een rol als verrader vervullen. De jongen en de herder worden opgespoord door de rechter zelf die zich per motor met zijspan in het gezelschap van twee helpers aandient. Het tweetal vertoeft op dat moment bij de ruïne van een kasteel. De jongen verstopt zich en weet zich opnieuw schuil te maar de oude man wordt afgetuigd. Later in het verhaal zal er een tweede confrontatie plaatsvinden met een escalerende afwikkeling.
    Carrasco gaat onverminderd door met het onverbloemd vertellen van de heftige voorvallen. De jongen en de herder blijven rolvast. De herder leert de jongen dat je zelfs tegenover je vijanden barmhartig dient te zijn. De roman schuwt de Bijbelse elementen niet. Zal het de eenling lukken de dreiging uit de omgeving het hoofd te bieden? Is leven vooral overleven?
    Wat zijn de kansen van de jongen als op enig moment de bescherming door de herder wegvalt? Inmiddels is er een tweede roman van Carrasco uitgekomen: De grond onder onze voeten. Daarin zijn vergelijkbare elementen uit De vlucht terug te vinden maar op een minder overtuigende manier vanwege een lossere compositie. Een tekort aan context wreekt zich dan.
    De lezer voelt de hele roman de dreiging waaraan de jongen bloot staat. Carrasco eindigt door de mogelijkheid van verlossing open te houden. De voortdurende zoektocht naar drinkwater komt tot een einde doordat het eindelijk gaat regenen. De schrijver rondt af met een sterke slotzin. “Daarna liep hij weer naar de deur en bleef daar zolang het regende staan kijken hoe God voor even de duimschroeven wat losser draaide.” Misschien is er naast het heden een toekomst voor de jongen.