Leesimpressies

  • John Carey: What good are the arts?

  • Nr. 20 - 2008
  • Waarom raakt iemand verslingerd aan lezen? Jaren heb ik besteed aan het omslaan van bladzijden in plaats van uitdagingen te zoeken in het maken van carrière, speed daten op internet of het bezoeken van meubelboulevards. Lid worden van een fanfare, er was geen tijd voor. Een leven vergooid aan lezen. Valt daar een batig saldo van op te maken en waaruit bestaat de winst zo die er al is? Zijn literatuur en kunst niet gewoon zonde van de tijd? John Carey schreef over dit onderwerp een boek. Hij is een voormalige barkeeper en bijenhouder maar ook hoogleraar Engelse literatuur in Oxford. Het boek bestaat uit twee delen. Carey begint met het bespreken van de grote vragenover kunst. Wat maakt iets tot een kunstwerk en is het zo dat je van kunst een beter mens wordt. Is Kunst met een hoofdletter superieur aan kunst voor de massa? In het laatste deel gaat Carey in op de betekenis van literatuur.

    Er zijn vele denkers van naam en faam geweest die hebben gepoogd om kunst op een verheven voetstuk te plaatsen. Carey haalt hun werken aan en bestrijdt hun pretenties. Hij komt met tegenvoorbeelden die hun betoog weerleggen of trekt de lijn van hun opvattingen door om te finishen bij absurde consequenties. Er zijn geen objectieve criteria die onomstotelijk de waarde van kunst staven. Met satanisch genoegen maakt Carey gehakt van Theodor Adorno, Walter Benjamin, Marshall McLuhan, George Steiner en vele anderen. In laatste instantie is de voorkeur voor kunst niets meer of minder dan een persoonlijke voorkeur. Alle kritiek is gecamoufleerde autobiografie gevoed door eerdere ervaringen. Na deze beginselverklaring is het onontkoombaar dat Carey zijn eigen voorkeuren etaleert.


    Literatuur is voor Carey de hoogste van alle kunstvormen. Hij geeft twee soorten overwegingen. Literatuur beschikt in tegenstelling tot schilderkunst of muziek over het vermogen om zichzelf te bekritiseren, want daar heb je immers woorden bij nodig. Het object van de kritiek hoeft zich niet tot literatuur te beperken maar kan zich op alles richten. Literatuur kan kritiseren, redeneren en moraliseren. Het andere krachtige wapen van literatuur is het stimuleren van de verbeelding. Ook dat is inherent aan het feit dat woorden de grondstof vormen. Kracht en zwakte van woorden zijn hun onbepaaldheid (indistinctness). Dat geldt niet alleen bij het schrijven over abstracte onderwerpen maar ook bij de meest concrete zaken. Het beschrijven van een gezicht, hoe kundig de schrijver dit ook onder woorden brengt, zal er niet toe leiden dat de lezer de volgende dag de beschrevene op straat kan identificeren. Woorden kunnen niet buiten de aanvulling door de lezer. Daarom bevordert literatuur de verbeeldingskracht.


    In een eerder boek van Carey Pure pleasure behandelt hij 50 boeken die voor hem een grote betekenis bezitten. En passant maakt hij melding van het grote onderscheid dat bestaat tussen lezers en niet-lezers. Die twee groepen leven in verschillende werelden. Je kunt dat als volgt karakteriseren. Niet-lezers beschouwen lezers als meewarige sukkelaars die geen deel hebben aan het echte leven. Lezers worden op hun beurt gekweld door de vraag wat zich afspeelt in de hoofden van niet-lezers, gesteld al dat daar iets in zit.


    Dit is de honderdste en laatste leesimpressie. Lezen is een tweede natuur maar het maken van een stukje over een boek was twee jaar lang een oefening in zelfdiscipline. Overigens met plezier uitgevoerd want het moest van niemand. Had het wel gemoeten dan was het niet gebeurd. De keuze van het te bespreken boek kwam impulsief tot stand door de dwingende gedachte dat juist dat boek op dat moment passend was. Vaak terecht maar niet altijd. Soms bood de actualiteit de aanleiding, nu eens de grote met het wereldnieuws of de kleine van mijzelf. Vaak vertoef ik vijf kilometer van de Belgische grens en dat is bij uitstek een plek om Vlaamse schrijvers te lezen. Deze dagen is het 60-jarig bestaan van Israël in het nieuws en daarom liggen er nu boeken klaar van David Grossman en Abraham Yehoshua. Dat verdient nog aanvulling met een Palestijnse schrijver maar het werk van Edward Said is me voldoende bekend en andere Palestijnse schrijvers ken ik niet. Soms zorgen schrijvers zelf voor actualiteit. Er staan hen twee routes open om een plaats in het Journaal te veroveren: het winnen van een prijs of het verliezen van het leven.

    Hoewel de actualiteit een handje kan helpen bij de keuze voor een boek, blijven de mogelijkheden nog steeds legio. De keuze voor een boek kan op diverse gronden tot stand komen. Het eigen kompas biedt het meeste houvast. Waren eerdere boeken een geslaagde leeservaring dan komt een nieuw boek van dezelfde auteur al snel in aanmerking. Aanraders van vrienden en bekenden leggen veel gewicht in de schaal. Dan zijn er de media met interviews en recensies. Tenslotte kan een boek in de winkel zijn verleidingskunsten op je loslaten. Een steelse blik en een ondeugende glimlach kunnen in de boekhandel de gedaante aannemen van een pakkende titel, een intrigerende openingszin, een prachtige cover of zelfs wervende informatie op de achterflap. Keuze genoeg. Toch behoudt de selectie van 100 boeken iets arbitrairs. Wel John Carey, John Gray en John Updike maar niet John Coetzee, John Irving en John O’Hara. Wel David Lodge, David Remnick en David Sedaris maar niet David Halberstam, David Mitchell en David Salinger.


    Terugblikkend op de 100 boeken valt te overzien waar mijn voorkeur ligt. Vele genres zijn aan bod gekomen: fictie naast non-fictie. De lijst bestaat uit romans, verhalen, essays, reisliteratuur, (auto)biografie, brieven, dagboeken, thrillers. De auteurs zijn afkomstig uit zo’n 40 verschillende landen. Alleen Amerika, het Verenigd Koninkrijk en Nederland zijn met meer dan 10 schrijvers vertegenwoordigd. Alle continenten zijn aanwezig maar ruim de helft heeft Europa als thuisbasis. Het gaat om 82% mannen en 18% vrouwen. Het vrouwelijk aandeel blijft ruim achter bij wat ik verwacht had en bij het quotum van Agnes Jongerius. Een leerpunt voor later. Het forensisch onderzoek resulteert in de contouren van een daderprofiel: betrokkene is een omnivoor met een voorliefde voor de Europese roman als hoofdgerecht en een dressing van thema’s die verbonden zijn met de vraagstukken van nu.


    Carey zegt iets over zijn motieven maar hoe zit het met de mijne? Nieuwsgierigheid is veelal de aanleiding maar wat is de opbrengst? Lezen is proeven van de wijsheid van anderen. Je kunt zo een onafhankelijke geest ontwikkelen die zich door niets en niemand van de wijs laat brengen. Zelfrealisatie en onafhankelijkheid vormen het resultaat dat altijd voorlopig is. Morgen kan een boek me tot andere inzichten brengen. Lezen is nooit klaar.


    Het slotwoord is voor John Carey. “Literature does not make you a better person, though it may help you to criticize what you are. But it enlarges your mind, and it gives you thoughts, words and rhythms that will last you for life.”