Leesimpressies

  • Jokha Alharthi: Celestial bodies

  • Nr. 4 - 2021
  • In 2019 was de winnaar van de Man Booker International Prize een grote verrassing. De winnaar was afkomstig uit Oman en het betrof een vrouw. Bij internationale vergelijkingen kom je vertegenwoordigers uit islamitische landen gewoonlijk niet in de kopgroep tegen. Dat beeld zie je terug in de wetenschap op basis van de herkomst van Nobelprijswinnaars. Bij sport, kijkend naar de medaillespiegel van de Olympische Spelen, valt dezelfde conclusie te trekken. Idem dito voor internationale prijzen in de kunstensector. Als het om literatuur gaat, vormt de Egyptische Nagieb Mahfoez een uitzondering op de regel. Zijn omvangrijke oeuvre kreeg erkenning tot ver buiten de eigen landsgrenzen. En dan is er opeens een vrouw uit Oman. Behoort haar sekse in de islamitische wereld niet de tweede typemachine te bespelen? De hier geschetste context maakte mij nieuwsgierig naar het bekroonde boek. Ik deed afstand van mijn gewoonte om een boek in het origineel te lezen of in geval van tekortschietende beheersing daarvan in het Nederlands. Hoe vakbekwaam de vertaler zijn werk doet, er gaat altijd iets van het origineel verloren. Een Nederlandse vertaling van Celestial Bodies ontbreekt tot nu toe. Het werk verscheen in het Arabisch en is door Marilyn Booth in het Engels vertaald. Zij voorzag het boek ook van een inleiding. De Nederlandse lezer heeft helaas dus te maken met een dubbel verlies.

    De roman van Jokha Alharthi omvat een groot aantal personages en bestrijkt grofweg de twintigste eeuw. Centraal staan drie zussen. We komen het nodige te weten over henzelf, hun ouders, kinderen en verdere sociale omgeving. Het verhaal begint met de oudste zus Mayya. Zij zit hele dagen achter de naaimachine. Ze heeft geen contacten buiten het eigen huishouden. Ze droomt van een bepaalde man die naar het buitenland is geweest zonder hem ooit gesproken te hebben. Op een dag legt moeder een arm op de schouder van Mayya. Er heeft zich een huwelijkskandidaat gemeld. Een goede partij bovendien. Het is Abdallah, de zoon van een rijke koopman. Het is niet haar gedroomde kandidaat maar Mayya schikt zich in haar lot. De roman is zo opgebouwd dat afwisselend per hoofdstuk een alwetende verteller in de derde persoon en Abdallah in de eerste persoon aan het woord komt. Abdellah is wel verliefd op Mayya. Hij zou zijn liefde graag beantwoord zien. Op de huwelijksdag kan er bij de bruid echter geen lach vanaf zelfs geen glimlach. Ogenschijnlijk gaat het Abdellah voor de wind. Geld is geen probleem en hij trouwt de vrouw van zijn leven. Hij voert het woord reizend in een vliegtuig hoog boven de wolken. De schijn bedriegt. Zijn moeder is jong overleden, vermoedelijk vermoord, en zijn vader hield er een gewelddadige opvoedingswijze op na. Vader handelt nu in dadels maar heeft zijn vermogen vergaard met wapens en slavenhandel. Als iedereen op school over het beroep van zijn vader moet vertellen, breekt bij Abdellah het zweet uit.

    I had the uncomfortable feeling that the word merchant meant a fat ugly disgusting person with a bulging belly which jiggled and swayed as he piled up gold and tortured the poor


    Abdellah is niet te benijden. Op de achtergrond van de roman werpt de ontwikkeling die Oman doormaakt een schaduw over de personages. In 1970 werd de sultan afgezet door zijn zoon en kwam het land eindelijk in een stroomversnelling. Op dat moment wordt de slavernij officieel afgeschaft wat niet wil zeggen dat de praktijk zich daar aan conformeert. In ziekenhuis, hotel en restaurant wordt Engels de voertaal. Het is een taal die Abdellah niet onder de knie heeft. Het overzichtelijke leven in het dorp waar de familie woont, krijgt concurrentie te verduren van de aantrekkingskracht van de nabijgelegen hoofdstad. Zelfs het taalgebruik wordt vrijmoediger. Aanvankelijk spreken de personages in vaste rituelen met teksten ontleend aan spreekwoorden, gedichten en het heilige boek. Langzaam wordt het taalgebruik persoonlijker.
    Het eerste kind van Abdellah en Mayya, wordt door de moeder uit protest London gemoeid. Vader krijgt kritiek vanwege die vreemde keuze. Blijkbaar heeft hij thuis niks te vertellen als het om de naamgeving van zijn kinderen gaat.
    Middelste zuster Asma accepteert nog de voorgestelde huwelijkspartner, overigens een familielid. Zij zal hem een grote schare kinderen schenken maar kiest uiteindelijk haar eigen pad. Jongste zus Khawla wijst de haar voorgestelde kandidaat af en volgt de eigen voorkeur. Zij kiest een man die naar Canada verdwijnt en eens in de twee jaar naar Oman komt onder meer om haar zwanger te maken. Uiteindelijk kiezen de twee jongste zussen voor zichzelf. De ironie van een patriarchale samenleving is dat de mannen een groot risico lopen met lege handen achter te blijven. Mannen zijn de verliezers van de vooruitgang.
    Het taalgebruik van Alharthi is rijk aan beeldspraak. Hemellichamen spelen een rol in haar verbeelding zoals de titel illustreert. In 243 bladzijden behandelt zij maar liefst circa dertig personages. Zij spitst de levens toe op geboorte, huwelijk en overlijden. De karakters beperken zich tot een dominant kenmerk. Mayya is naaister, Asma houdt van boeken en Khawla is met make-up in de weer. De keuze om alleen Abdellah een eigen stem te geven en de anderen door de verteller te laten presenteren heeft geen duidelijke meerwaarde. Het is hooguit een Pyrrhus overwinning voor de man. De lezer krijgt een sfeerbeeld van het leven in de kleine oliestaat Oman maar de personages blijven ondanks dat op afstand. Oman zal nooit meer hetzelfde zijn. De geest van het individu gaat niet meer in de fles.
    middelr@xs4all.nl