Leesimpressies

  • Jorge Amado: Gabriela

  • Nr. 13 - 2014
  • Het WK in Brazilië werpt een schaduw vooruit. Over ruim een maand speelt Nederland zijn eerste wedstrijd. Dan toont Louis van Gaal, let op zijn vernieuwde heup, de Brazilianen hoe zij de samba moeten dansen. De spelers zitten midden in hun voorbereiding. Thuis in een mondain optrekje ergens in de Midlands komen alle gesprekken tussen Robin en Bouchra van Persie uit bij dat ene overheersende thema: kracht en zwakte van de Braziliaanse literatuur. Zij willen alles weten van de symbolische gelaagdheid in het magisch realisme vanuit narratief perspectief. Zij dwepen vooral met Machado de Assis, Graciliano Ramos en Jorge Amado. Werken van Martin Amis en Ian McEwan komen hun huis niet meer in. Robin moet na elk hoofdstuk in welk boek van Amado dan ook zijn neiging onderdrukken de i-Phone te pakken om zijn enthousiasme te delen met Ibrahim Afellay, die zich sinds zijn transfer naar Barcelona helemaal heeft ondergedompeld in de Spaanse literatuur. Hoe is het mogelijk, wrijft Robin de ex PSV-er onder de neus, dat Camillo Jose Cela wel de Nobelprijs kreeg en Jorge Amado niet? Waarom lopen sommige voetbalmiljonairs weg met deze al in 2001 overleden auteur? Recent verscheen in vertaling Gabriela met aanbevelingen op het omslag van Roald Dahl en Mario Vargas Llosa, bepaald geen grote voetballers.

    Titels van Jorge Amado als Vlinders van de nacht en De hoer van Bahia verlokken de lezer naar een wereld van exuberante broeierigheid. Misschien heeft hij zijn grootste bekendheid als chroniqueur van de liefde wel te danken aan de verfilming van Dona Flor en haar twee echtgenoten. Bij Amado kun je terecht voor Latijns-Amerikaanse hartstocht. De roman Gabriela past in dit patroon. Amado maakt de lezer wegwijs in zijn geboortestreek, het gebied rond Bahia in het noordoosten van Brazilië grenzend aan de Atlantische Oceaan.. Daar staan in de jaren twintig van de vorige eeuw grote veranderingen op stapel. Cacaoplantages vormen de grondslag van de economie. In geval van droogte worden alle hogere machten aangewend om de verlossende regen af te smeken. De pastoor neemt zich zelfs voor om een maand lang af te zien van de zoete gunsten van zijn huishoudster. Voorafgaand aan het eerste hoofdstuk komt het belangrijkste gespreksonderwerp in het dorp ter sprake. Een grootgrondbezitter heeft zijn echtgenote, slechts gehuld in ragfijne zwarte kousen, betrapt met de tandarts. Hij heeft beide doodgeschoten. Dat is het recht om niet te zeggen de plicht van de hoorndrager conform de traditie. Iedereen stemt in. De rechter bekrachtigt de volkswil. De lezer moet geruime tijd geduld hebben voordat de naamgeefster van de roman haar opwachting maakt. Het verhaal bevat een wirwar aan personages die meer met grove verf dan met fijne penseelstreken geschilderd zijn. Iets meer focus was welkom geweest. Wel is steeds het vertelplezier van Amado zichtbaar.

    Toen verscheen er een andere vrouw, gekleed in treurige lompen, bedekt met zo’n laag vuil dat haar gelaatstrekken niet meer te zien waren en haar leeftijd niet te schatten viel, de haren ongekamd en smerig van het stof, haar voeten bloot


    Gabriela maakt een glamourloze entree. Als zij gewassen is en schone kleren draagt, blijkt ze een beeldschone vrouw te zijn die uitstekend kan koken. Nacib de Arabier uitbater van bar Vesuvio, die zojuist zonder kokkin is geraakt, neemt haar overdag in dienst en ’s nachts in bed. Met de komst van Gabriela beleeft de bar een gouden periode. Iedereen is dol op Gabriela. Uit angst haar te verliezen aan de vele kapers op de kust begaat Nacir de fout met haar te trouwen. Hij was nog zo gewaarschuwd dat sommige bloemen verwelken in de vaas. Een goede bijzit is nog geen goede echtgenote. De liefdesverwikkelingen van Gabriela en Naciib net als trouwens van vele andere personages, ter plekke worden alle bewoners voortgestuwd door hormonen, vinden plaats tegen een achtergrond van maatschappelijke turbulentie.
    Vertaalster Maartje de Kort schetst in haar nawoord dat Amado in zijn jonge jaren een overtuigde communist was. Of dat in 1958 nog gold, het jaar dat deze roman verscheen, is de vraag maar ondertussen vormt het verhaal een perfecte illustratie van de marxistische wereldbeschouwing. Politiek en moraal vormen de weerspiegeling van de economische onderbouw. Er is een machtsverschuiving aan de gang van productie naar handel. Jarenlang is het dorp bestuurd door grootgrondbezitter kolonel Ramiro Bastos en zijn aanhang. Nu heeft hij te maken met serieuze tegenstand. Een exporteur, zelf nog verse import, neemt het tegen hem op. Hij wil de riviermonding uit laten baggeren zodat schepen niet langer vastlopen. Meer cacao vraagt om meer afzetgebied. De strijd neemt heftige vormen aan. De nieuwe generatie verovert de macht. Oude normen en waarden slijten. Aan het eind vindt de rechtszaak plaats over de zaak waar het boek mee begon. In naam van de vooruitgang krijgt de tweevoudige moordenaar gevangenisstraf. Nooit eerder vertoond. Oude tijden zijn definitief voorbij.