Leesimpressies

  • Kamel Daoud: Moussa of de dood van een Arabier

  • Nr. 2 - 2016
  • Toen Albert Camus in 1949 zijn eerste roman publiceerde, heeft hij niet kunnen bevroeden dat hij een Algerijn, die overigens nog meer dan twee decennia geduld moest hebben tot zijn geboorte, zou aanzetten tot het schrijven van een soort vervolg. Literatuur is in tegenstelling tot de krant en de sociale media een kwestie van lange adem. Dat het leven de dood kan inhalen wist Camus maar al te goed. Tot de aangrijpendste passages in zijn werk behoort wat mij betreft het tafereel in zijn postuum verschenen autobiografische roman De eerste man. Camus onderneemt een zoektocht naar zijn vader, die toen de zoon een jaar oud was, vertrok naar de Eerste Wereldoorlog om te sneuvelen aan de Marne. De speurtocht mondt uit in een bezoek aan het graf. Daar beseft Camus dat hij ouder is dan zijn vader ooit is geworden. Het autobiografische boek staat vol met zintuiglijk indrukken van de zon, de zee en de woestijn. Die indrukken zijn ook krachtig aanwezig in de roman De vreemdeling, het omstreden meesterwerk dat Kamel Daoud in een volgende eeuw zal inspireren om een detail uit de roman van Camus in het volle licht van de schijnwerper te plaatsen.

    Meursault, de hoofdpersoon in De vreemdeling, schiet in koele bloede op het strand een Arabier dood. Zo maar zonder dat er sprake is van een serieus te nemen dreiging. In kraakhelder proza wordt een afschuwelijke daad onthuld. De daad is niet alleen buiten proportie maar brengt opmerkelijk genoeg bij de dader geen enkele emotie te weeg. Gelaten laat hij alles over zich heen gaan. Die stoïcijnse houding blijft in tact tot en met het proces dat eindigt met het uitspreken van de doodstraf. In de roman blijft de gedode Arabier naamloos. Daar heeft Kamel Daoud de draad opgepakt. Hij verleent het slachtoffer een naam te weten Moussa. Daoud laat het verhaal vertellen door Haroen, de jongere broer van Moussa. Haroen schetst gedetailleerd hoe de dood en de schok over de naamloze vernedering het leven van hem en zijn moeder hebben getekend. Zelfs het lichaam is nooit gevonden, vermoedelijk meegesleurd door de zee. De moeder blijft de rest van haar leven in de rouw. Haroen blikt aan het eind van zijn leven terug op de gebeurtenissen en plaatst zo de roman van Camus in een breder perspectief. Moussa was als sjouwer en manusje-van-alles actief in de haven en op de markt. Waarom werd hij vermoord? Bij de dader is wel een zonnesteek als verklaring naar voren gebracht. Wat bracht Moussa naar de noodlottige plek op dat fatale tijdstip, twee uur in de middag?

    Waarom was Moussa die dag nou op dat strand? Dat blijf ik me afvragen. Ik weet het niet. Ledigheid is een te makkelijke verklaring, en noodlot te pompeus


    Het geven van een naam en een profiel aan de vermoorde Arabier geeft het boek van Daoud een toegevoegde waarde. Hij doet echter nog meer. Zijn Moussa ontpopt zich als een schaduwversie van De vreemdeling. Daoud citeert uitvoerig uit Camus. Moussa is zowel eerbetoon als afrekening. De inhoud kent vele parallellen. Direct al bij de openingszin begint de weerspiegeling. Camus opent met: “Vandaag is moeder gestorven”. Daoud reageert met: “Vandaag is mijn moeder nog in leven”.
    Haroen kopieert in zijn gedrag Meurault. Ook hij pleegt ten tijde van de Algerijnse onafhankelijkheid begin jaren zestig zo maar een moord en uiteraard is dit keer een Fransman het slachtoffer. Haroen komt weg met zijn daad wat van Meursault niet gezegd kan worden. Dat doet wel enigszins afbreuk aan de morele verontwaardiging die ten grondslag ligt aan de roman Moussa. Onrecht laat zich slecht door onrecht uitwissen. Een bijzonder detail in het boek is dat het vele jaren zal duren voordat Haroen er toevallig achterkomt dat zijn familiegeschiedenis in een roman is vereeuwigd. Een jonge vrouw gaat voor haar studie op onderzoek uit of er nog sporen te vinden zijn van het slachtoffer uit De vreemdeling. Zij komt na omzwervingen bij Haroen uit die dan pas te weten komt dat zijn betreurde broer een plek heeft gekregen in een literaire klassieker. De hele wereld wist daarvan behalve hij en zijn moeder. Dan bemerkt hij ook dat de naam in de roman ontbreekt terwijl er wel 25 keer het woord Arabier gebruikt wordt. Hij leest bovendien dat Meursault tijdens de berechting misschien nog wel meer dan de schuld aan de moord krijgt aangewreven dat hij bij de begrafenis van zijn moeder onbewogen is gebleven. Een extra vernedering voor het slachtoffer en de nabestaanden. Het is een daad van ruimhartigheid dat Daoud de andere kant van de medaille heeft belicht. Een bijzonder debuut, net als indertijd met Camus het geval was. Het leesgenot van Moussa is gebaat bij een wellicht hernieuwde kennismaking met De vreemdeling. De twee romans versterken elkaar.