Leesimpressies

  • Katja Petrowskaja: Misschien Esther

  • Nr. 11 - 2016
  • Als lezer sta je voor het probleem hoe je van de boekenweek met als thema Duitsland de overgang naar het referendum over de samenwerkingsovereenkomst met Oekraïne maakt. De oplossing is Katja Petrowskaja. Zij is geboren in Kiev, woont nu in Berlijn en schrijft in het Duits. Haar debuutroman kreeg veel aandacht onder meer met een prominente positie in de literatuurbijlage van Die Zeit. Nederland kon niet achter blijven. Ze was te gast in de jaarlijkse editie van Hier is… Adriaan van Dis. De gastheer had extra Duitse les genomen zodat zijn taalgebruik even keurig was als zijn intonatie. Toch verliep het interview stroef. Katja Petroskaja bleek een zelfbewuste en eigenzinnige vrouw die haar gezicht veelvuldig in een lach plooide zonder dat duidelijk werd waarom. Ze is van het soort dat liever een vraag corrigeerde dan er antwoord op gaf. Daar hadden de nonnetjes Van Dis niet op voorbereid. Het verbale dansje van het interview stagneerde. Toen haar gevraagd werd naar de rolverdeling tussen ons en de anderen riposteerde ze overtuigend. Wer sind wir, und wer sind die Anderen? Aber es gibt kein anderen, wir haben ein Landschaft, eine Erde.

    De onafhankelijke geest van Petrowskaja komt overeen met de toon die zij in haar boek aan de dag legt. Ze gaat op onderzoek uit naar de voorgeschiedenis van haar familie en doorkruist daarvoor vele zondige plekken in het midden en oosten van Europa. Ze bezoekt onder meer het getto van Warschau, het ravijn van Babi Jar en concentratiekamp Mauthausen. Wat ze precies hoopt te bereiken, wordt niet geheel duidelijk. Ze wil in ieder geval meer te weten komen over de traditie waarin ze staat. Meer begrijpen van haar joodse wortels. Zelf is ze niet religieus. Alleen het woord mesjogge is binnen de familie bewaard gebleven. Krankzinnigheid als laatste strohalm met het Jodendom. Die drang om zicht te krijgen op het verleden voelt ze misschien wel des te meer nu zij de keuze heeft gemaakt vanwege een huwelijk met een Duitser fysiek afstand te nemen tot haar jeugd in het Sovjettijdperk. De oogst van de zoektocht levert een ratjetoe aan landen, talen, beroepen en zelfs achternamen op. Wel loopt er een rode draad door de familiegeschiedenis. Wij hebben 200 jaar doofstommen het spreken bijgebracht, vertrouwt haar moeder Katja Petrowskaja toe. Moeder is de eerste die brak met deze gewoonte. Katja volgde haar.

    Toen Lida, de oudste zus van mijn moeder, overleed, snapte ik wat het woord geschiedenis betekent. Geschiedenis is als er plotseling geen mensen meer zijn die je vragen kunt stellen, alleen nog maar bronnen


    Er komen in het boek vele verschrikkingen voorbij. De familiegeschiedenis staat in de context van de gruweldaden uit de twintigste eeuw. De afwisseling tussen de grote en kleine verhalen behoort tot de kracht van het boek. Neem de gebeurtenissen in Babi Jar. In de oorlogsjaren lag dit ravijn buiten de stad. Kiev heeft de plek inmiddels ingesloten en je kunt er per metro naar toe. De Duitsers hadden amper Kiev ingenomen of zij vermoordden eind september 1941 hier de totale resterende joodse bevolking. In twee dagen werden 33.771 mensen het slachtoffer. Het ravijn was tegelijk executieterrein en begraafplaats. Twintig jaar lang is er in Babi Jar geen verwijzing geweest naar de grootschalige moordpartij. Geen monument, geen steen, geen gedenkplaat. Inmiddels heeft elke bevolkingsgroep een eigen gedenkteken. Ook familieleden van Petrowskaja vonden hun einde in Babi Jar.
    De verschrikkingen waarop Petrowskaja stuit blijven leesbaar omdat haar stijl van formuleren lichtvoetig is. Als de onderwerpen zwaar zijn kan emotioneel vuurwerk qua schrijfstijl gauw te veel worden. Daarvan is geen sprake. In Kiev woonde de familie in de Oelitsa Florentsii, vernoemd naar de Italiaanse zusterstad. Soms ontving de familie post geadresseerd aan de Oelitsa Venetsii. In Kiev bestaat echter geen straat die vernoemd is naar Venetië. Dat was voor de familie geen bezwaar. Zij rekende geheel Italië tot hun domein. De poëtisch ingestelde Katja zag er een aanleiding in om te dromen over het water dat hun appartementencomplex zou omstromen maar niet verder zou rijzen dan de zevende verdieping waar de Petrowskaja’s woonden.
    De titel van het boek is ontleend aan de vader van Katja Petrowskaja. Hij had twee grootouders waarvan er eentje misschien Esther heette. Zij verbaast zich dat hij over dat punt geen zekerheid kan verschaffen. Zelf vindt hij dat niet verwonderlijk. Hij noemde haar immers baboesjka en zijn ouders noemden haar gewoon moeder. In de rest van het boek heet deze baboesjka misschien Esther. De juistheid van die veronderstelling blijft in het midden. Ook de kwestie wat voor de auteur het resultaat is geweest van de zoektocht blijft onopgehelderd. Geconfronteerd met de locaties van haar jeugd merkt zij aan het eind op ‘ik kom hier iets te vaak terug, jazeker dacht ik, iets te vaak’.
    Tijdens het lezen van Misschien Esther heeft de stemming over het referendum plaatsgevonden. De boze burger is tegenwoordig ook al tegen samenwerking. Onze nationale haatprediker spreekt over een patriottistische lente. Jammer voor de Oekraïners van goede wil.