Leesimpressies

  • Laura Starink: De schaduw van de grote broer

  • Nr. 20 - 2015
  • Verblijvend bij de kleine broers Letland en Litouwen las ik het begin dit jaar verschenen boek van Laura Starink. Ooit studeerde zij in Rusland om later, vooral in NRC Handelsblad, te schrijven over dat land. Nu komt niet alleen Rusland aan bod maar vooral de relatie met enkele omringende landen. Met de blik op Polen, Letland en Oekraïne volgt Starink de actualiteit op de voet. In De schaduw van de grote broer probeert Starink aan te tonen 25 jaar na de val van de Muur hoe de Tweede Wereldoorlog nog steeds doorwerkt in de machtsverhoudingen van vandaag. Hoewel het resultaat informatief mag heten, las ik in geen tijden zo’n treurig stemmend werk. We gaan van slachtpartij naar slachtpartij hier en daar afgewisseld met deportaties en massale verkrachtingen. De situatie verschilt van land tot land maar de treurigheid is overal dezelfde. Nee, een broedplaats voor mensenrechten kun je het Oostblok niet noemen. De waarheid hoort echter niet onder het tapijt. Als er ooit iets helpt, is het de tucht van de openbaarheid. De antiheld van het boek is Vladimir Poetin. Hij leeft zich uit als hoofdrolspeler waarbij in het midden blijft of hij zijn tekst tot in de puntjes heeft geoefend of maar wat improviseert.

    Het meest uitgebreid gaat Starink in op de situatie in Oekraïne. Dat land vormt het slotakkoord van het boek. Daar is de situatie het meest explosief. Daar wisselt het perspectief met de dag. Daar voegt Starink ook niet zo veel toe aan wat de krantenlezer dagelijks in de kolommen aantreft. Zo’n tien jaar na de oranjerevolutie verzamelt zich wederom een menigte op het Majdan plein. Er is een roep om meer democratie en een sterke afkeer van leider Janoekovitsj, een man die zich behalve om zijn bankrekening zorgen maakt over wat Moskou vindt. Aanleiding is een contract met de EU. Waar ligt de loyaliteit van Oekraïne, bij Europa of bij buurland Rusland? De opvattingen en belangen zijn verdeeld. Door een afscheidingsbeweging in het oosten van het land, de Donbas, wordt de tegenstelling op de spits gedreven en uiterst gewelddadig. Ook hier werken keuzes uit het verleden door. Ooit besloot Chroetsjov dat de Krim niet langer onderdeel diende te zijn van de republiek Rusland maar van de republiek Oekraïne maar dat was in de periode dat beide republieken behoorden tot het grote Sovjet rijk, een betrekkelijk onschuldige overgang. Nu zijn Rusland en Oekraïne twee onafhankelijke landen en ligt de kwestie anders. Starink geeft een nauwgezette omschrijving van de omstandigheden tussen de bevolkingsgroepen op verschillende plekken in het land. Aan het eind van het boek volgt een beknopt slotwoord. Dat is onder meer zo kort omdat de toekomstontwikkeling onvoorspelbaar is. De rode draad is weliswaar dat ontwikkelingen voortvloeien uit wat voorafging maar dat laat onverlet het perspectief dat het ook anders kan lopen. Starink eindigt met een sombere conclusie.

    Er kan van alles gebeuren. De Donbas wordt een bevroren conflict of de oorlog barst na een korte winterstop weer in alle hevigheid los. Oekraïne stort ineen of Vladimir Poetin verdwijnt van het wereldtoneel. Alle scenario’s zijn slecht nieuws voor Europa


    In Letland is het probleem kleinschaliger en meer sluimerend van aard. Vanouds is Riga een militair en strategisch belangrijke havenstad. Dat heeft gedurende decennia gezorgd voor een instroom van Russen. Etnische Russen maken circa 30% van de bevolking van Letland uit. Bij de onafhankelijkheid kregen de Russen niet de Letse nationaliteit, dus geen Lets paspoort. In Litouwen waar de Russische bevolking een omvang heeft van minder dan 10% werd dat staatsburgerschap wel toegekend. Voor de Letse overheid vormen de Russen een potentiële vijfde colonne. Poetin mag graag een beschuldigende vinger uitsteken naar deze achterstelling. Een relatie met de Tweede Wereldoorlog is makkelijk te leggen. In 1940 werden de Baltische staten geannexeerd door Rusland. Toen in 1941 de Duitsers binnenvielen sloten nogal wat Letten zich bij de nazi’s aan in de hoop langs die weg hun onafhankelijke status te herwinnen. Andere Letten daarentegen vochten in het Rode Leger. In het Museum of the Occupation, midden in Riga tegenover het stadhuis, wordt deze complexe situatie samengevat in de uitspraak: vader vocht tegen zoon, broer tegen broer. Het gaat hierbij niet om een marginaal verschijnsel. Hetzelfde museum brengt naar voren dat een derde van de Letse bevolking in de oorlog is verdwenen: gedeporteerd of omgebracht.
    In het hoofdstuk over Polen is er veel aandacht voor de Jodenvervolging. Zeer uitvoering, wat mij betreft had dit korter gekund, staat Starink stil bij de receptie van een publicatie hoe op het platteland joodse burgers door hun Poolse landgenoten bijeengedreven werden in een schuur die vervolgens in brand gestoken werd. Hier waren niet de nazi’s aan zet maar betrof het Polen die Polen ombrachten. Buurman tegen buurman. Dit heeft voor een trauma gezorgd lopend vanaf ontkenning via relativering naar schoorvoetende acceptatie.
    Het zijn niet alleen de beschreven gebeurtenissen die tot somberheid stemmen. Starink heeft zich het vuur uit de sloffen gelopen. Van het ene land naar het andere, van de ene gesprekspartner naar de volgende. Allemaal belijden zij hun eigen gelijk. De anderen zijn fascisten. Het is een kwalificatie die ook Poetin in de mond bestorven ligt. En Poetin, zo citeert Starink Angela Merkel, is iemand die leeft in een andere dimensie. Helaas doet hij dat niet in zijn eentje.