Leesimpressies

  • Lieve Joris: Het uur van de rebellen

  • Nr. 30 - 2007
  • Ter gelegenheid van het marathoninterview met Lieve Joris omschreef de VPRO gids haar als de Naipaul van Neerpelt. Geboren in een kroostrijk Vlaams gezin wist ze al op jonge leeftijd dat haar toekomst elders lag. Ze wilde weten wat zich buiten de bebouwde kom afspeelde in plaats van een bestemming te vinden als moeder van een katholiek gezin in een nieuwbouwwijk. Ze ging als au pair naar Amerika, vandaar naar Amsterdam om vervolgens toe te geven aan een passie voor reizen. Ze heeft inmiddels drie boeken geschreven over Congo. Dat begon twintig jaar geleden met Terug naar Kongo, wat toen nog met een K geschreven werd. De inspiratie voor dat boek lag in haar jeugd bij de opwindende verhalen die haar heeroom vertelde als hij zijn missiewerk onderbrak voor een verblijf in het vaderland. De exotische gebeurtenissen te midden van de “kroezelkopjes” maakten bij Lieve Joris het verlangen wakker om zelf te gaan kijken. Lang na het overlijden van heeroom ging ze op pad.


    In 2001 verscheen het vuistdikke Dans van de luipaard en vorig jaar Het uur van de rebellen. Wat mij altijd beviel in de reisboeken van Lieve Joris is de evenwichtige wijze waarop zij zelf aanwezig was in haar werk. Ze beschrijft nauwkeurig wat ze ziet en doet met mate verslag van haar particuliere indrukken daarbij. Elk reisboek is overgeleverd aan de impressies van de auteur. Zonder de bril van de auteur is er geen boek. Daarom is het gepast dat de auteur zo nu en dan laat weten hoe het hem of haar zelf vergaat. Een auteur die in het eigen werk volledig afwezig blijft, suggereert een schijn van objectiviteit die niet bestaat. Het andere uiterste is dat de auteur zo ruim te koop loopt met de eigen ervaringen dat het zicht op de landen en volken waar het om gaat je ontnomen wordt. De dosering is alles. Afwezigheid is ongeloofwaardig maar een plek op de voorgrond onwenselijk. Schrijf dan geen reisboek.

    In afwijking van eerdere boeken is Lieve Joris als ik-personage afwezig in Het uur van de rebellen. Ze pakt de draad op waar ze eindigde met Dans van de luipaard. Veel personen die daar hun opwachting maakten, voert ze opnieuw ten tonele. Een reisboek is omgebouwd naar een roman geconstrueerd rond een hoofdpersoon. Het boek behandelt het leven van Assani. We volgen hem van kinds af aan. Hij groeit op als Tutsi jongetje in de hoogvlakte van Congo aan de oostgrens met Rwanda. Hij verlaat zijn geboortegrond uit drang naar een opleiding en om het bestaan als herder achter zich te laten. Hij eindigt als generaal in de hoofdstad Kinshasa in het zuidwesten van Congo. Aan de hand van Assani schetst Lieve Joris de gewelddadige geschiedenis van Congo. Zij doet dat door voortdurend de hoofdstukken over de actuele situatie in Kinshasa, dat wil zeggen de jaren 2003 en 2004, af te wisselen met hoofdstukken over eerdere episodes uit het leven van Assani. De titel van elk hoofdstuk markeert een jaartal en een locatie. Dat wijst de lezer goed de weg door de sprongen in de tijd. Het is mij echter niet duidelijk geworden waarom de auteur voor deze structuur gekozen heeft. De meerwaarde boven een chronologisch vertelling ontgaat me. Voor een buitenstaander is het trouwens lastig om de talloze conflicten in Congo op hun merites te beoordelen. Aan het eind van het boek geeft de auteur een beknopte samenvatting van de politieke geschiedenis. In het verhaal focust zij op haar hoofdpersoon en diens directe omgeving. Er is vooral observatie en minder analyse of verklaring. Congo is een groot land, 80 keer België, dat bewoond wordt door vele verschillende volkeren met verschillende talen. Bovendien kent Congo een tiental buurlanden waarvan sommigen er niet in slagen om hun eigen problemen binnen de landsgrenzen te houden.

    Na de onafhankelijkheid in 1960 ontstaat een rumoerige periode waarbij Mobutu via een staatsgreep in 1965 als overwinnaar uit de bus komt. Hij doopt Congo om in Zaïre. Zijn regime wordt corrupter en corrupter. Rebellen onder leiding van Kabila senior weten in de jaren negentig Mobutu naar het buitenland te verdrijven. Kabila roept zichzelf tot president uit maar komt in conflict met de Rwandezen die hem bij zijn machtsovername geholpen hebben. In 2001 wordt Kabila vermoord door een lijfwacht waarna zoon Joseph zijn functie over neemt.

    Binnen de woelige ontwikkelingen van zijn land zien we hoe Assani het hoofd boven water probeert te houden. Hij wil een bijdrage leveren aan de vooruitgang en stoort zich aan de corruptie die wijd en zijd verbreid is. Hij ontkomt er niet aan zelf vuile handen te maken. We volgen hem als hij met een handjevol kindsoldaten zijn werk doet. Bij elke ontwikkeling is er de onzekerheid wat dit voor zijn positie zal betekenen. Hij wordt heen en weer geslingerd tussen loyaliteit aan zijn land aan de ene kant en aan de andere kant zijn gezin, familie en volk. Het boek eindigt met een zoveelste terugkeer naar Kinshasa. Hij heeft de laatste woorden van zijn stervende moeder in zijn oren geknoopt: ‘je moet in je land blijven, je chef respecteren en je deur openzetten voor iedereen”. Dat laatste is een twijfelachtige aanbeveling. Er zijn vredesakkoorden getekend maar of die rust zullen brengen in Congo valt te bezien. De verkiezingen van 2006, die buiten de tijdhorizon van het boek liggen, genereerden volop tumult.

    Aan het eind van het boek restte mij een onbevredigend gevoel. Deze roman voegde wat mij betreft te weinig toe aan wat Lieve Joris in haar vorige boek al over Congo had meegedeeld. In het eerder genoemde marathoninterview liet zij de suggestie open dat haar gereis over de wereld misschien geen andere functie bezit dan een aanloop te zijn om uiteindelijk te schrijven over haar eigen wortels. Terug naar Neerpelt en de familie. Mijn belangstelling heeft ze.

Lijstjes

Deze auteur komt voor in de lijstjes: