Leesimpressies

  • Magda Szabo: De deur

  • Nr. 7 - 2017
  • Het vorige week besproken boek van Evald Flisar werd gedomineerd door dromen. Ook de roman van Magda Szabo opent met een droom, met een nachtmerrie zelfs. Het vermoeden is gewettigd dat schrijvers wier loopbaan zich in een dictatuur afspeelt gretiger hun toevlucht nemen tot dromen. De relatie met de werkelijkheid gaat gebukt onder onvrijheid. Dan bieden dromen uitkomst. Misschien is het een geschikt onderwerp voor een promotie om uit te zoeken of schrijvers uit een dictatuur vaker dan schrijvers uit een democratie in hun werk gebruik maken van dromen. De droom van de verteller heeft betrekking op de vrouw die in de roman de show gaat stelen. Het gaat om Emerence, een vrouw op gevorderde leeftijd afkomstig uit de provincie maar nu in Boedapest actief als huismeester en hulp in de huishouding. De verteller van het verhaal heet net als de auteur Magda en is, ondanks de nodige tegenwerking door het regime, een bekend en gewaardeerd schrijver. Magda en haar man zijn recent verhuisd naar een grotere woning en de behoefte aan een hulp in de huishouding dient zich aan. Een oude schoolvriendin tipt Magda om met Emerence in zee te gaan. De kennismaking tussen de twee ontaardt direct in een geweldige krachtmeting.

    Emerence wast niet zo maar de vuile spullen van iedereen. Ze wil eerst referenties natrekken alvorens op het verzoek in te gaan. Denk niet dat ze in dienst komt, Emerence geeft zich wel of niet op. Het is van meet af aan duidelijk dat de relatie tussen Magda en Emerence niet voldoet aan de standaard tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Emerence heeft uitgesproken opvattingen. Haar meningen zijn geen onderwerp van discussie maar dictaten. Daar staat tegenover dat ze bergen werk weet te verzetten. Haar hoge leeftijd staat een tomeloze werkdrift niet in de weg. Haar dienstverlening reikt menigmaal verder dan is afgesproken. Magda is geïmponeerd door de rijzige vrouw die zich altijd met een hoofddoek tooit, die overigens geen uitdrukking is van een godsdienstige overtuiging want ook over religie heeft Emerence een vernietigend oordeel. De levens van de twee vrouwen, die bij elkaar in de buurt wonen, raken sterk met elkaar verweven. De twee raken aan elkaar gehecht zonder elkaar te begrijpen. Over alles verschillen zij van mening. Goede bedoelingen smoren meestal in onbegrip bij de ontvangende partij. Als Emerence zich op onduidelijke redenen beledigd voelt, dan antwoordt zij door hooghartig te zwijgen. En soms met een woedeaanval. Magda is nieuwsgierig naar de persoonlijke achtergronden uit het leven van haar hulp. Emerence weigert om inzage te geven in haar geschiedenis. Om haar behoefte aan privacy te verzekeren, gaan alle slagbomen dicht. Mensen komen letterlijk niet verder dan de hal van haar woning. Wat zich achter de deur bevindt, gaat niemand iets aan. Die terughoudendheid stimuleert speculaties bij de buurtbewoners.

    De oude vrouw was met een bijna zestiende-eeuwse hartstocht tegen de kerk, niet alleen tegen de predikanten maar ook tegen God en alle Bijbelse personages op één na, de Heilige Jozef, die ze vanwege zijn beroep hoog in het vaandel droeg, de vader van Emerence was namelijk timmerman geweest


    Magda probeert Emerence te interesseren voor haar werk. Ze nodigt Emerence uit om haar gezelschap te houden bij representatieve verplichtingen, zoals een spreekbeurt of het bezoek aan een filmset. Dat wordt geen succes. De verontwaardiging is groot als Emerence merkt dat bij een film alles onecht is. De toeschouwer wordt misleid door allerhande trucages. Echte kunstenaars kunnen bladeren vanzelf laten bewegen zonder gebruik te maken van een windmachine. “U bent allemaal potsenmakers, erger nog, waardelozer dan misdadigers.
    Al snel koerst de roman af op de finale. Emerence, die na elke sneeuwbui de buurt schoon veegt, wordt ziek. Ze trekt zich terug in haar eigen bastion en kan niet meer voor zichzelf zorgen. De buurtbewoners onder aanvoering van Magda besluiten dat ingrijpen noodzakelijk is. Ernstig vervuild belandt Emerence in het ziekenhuis. Het ergst van alles is dat de reddingsactie het forceren van de woning noodzakelijk maakte. Het geheim van Emerence ligt op straat. De schaamte is groter dan de oude vrouw kan dragen. Magda blijft achter met een levensgroot schuldgevoel.
    Het is duidelijk dat Emerence in de confrontatie met Magda de boven liggende partij is. De relatie bestrijkt zo’n twintig jaar. De strijd tussen de twee vrouwen draagt het boek. Het is moedig dat de auteur voor zichzelf een kwetsbare rol heeft ingeruimd. Af en toe gaat het wel heel ver hoe zij als een gevierde vrouw van de wereld zich uit het veld laat slaan door de nukken van haar hulp. Zeker, Emerence is me er eentje. Haar persoonlijkheid rechtvaardigt een prominente plek in een roman. Magda Szabo heeft, net als in haar romanDe Katalinstraat waar de oorlog voor dramatische wendingen zorgt, sleutelmomenten in het leven van haar personages inzichtelijk gemaakt. Dat de roman hier en daar stroeve passages bevat, valt vermoedelijk op het conto van de vertalers te plaatsen. Het is overigens wenselijk dat van Szabo meer werk in Nederlandse vertaling beschikbaar komt.