Leesimpressies

  • Markus Zusak: De boekendief

  • Nr. 15 - 2016
  • Het is een typisch naoorlogs probleem. Welk boek lees je op de avond van de dodenherdenking? Bij het Nationaal Comité 4 en 5 mei kun je niet terecht voor een canon met de belangrijkste romans. Je moet zelf je weg vinden. Ik besloot af te gaan op een tip van Irene van Lippe Biesterfeld die in een interview verklaarde dat voor haar De boekendief het mooiste boek is dat zij kent. We kennen prinses Irene als de vrouw die de deur van het koninklijk huis achter zicht dicht trok om te trouwen met een katholieke meneer die koning van Spanje wilde worden. Niet geschoten is altijd mis. Zelf heb ik overigens altijd gegokt op Alfredo di Stefano voor die functie, de onvermoeibare tovenaar van het grote Real Madrid uit de jaren vijftig dat nauw gelieerd was aan Franco, maar die werd het ook niet. Terug naar de prinses. Later kreeg zij bekendheid door gesprekken met bomen te voeren. Daar zijn helaas geen beelden van. Ik ben er vanuit gegaan dat toen haar keuze voor het favoriete boek al vast lag. En daarom leek het verantwoord om het aanbevolen werk van de Australische schrijver Markus Zusak ter hand te nemen.

    De titelrol is weggelegd voor Liesel Meminger, een 9-jarig meisje dat met haar moeder en broertje per trein onderweg is naar een pleeggezin eind jaren dertig in Duitsland. De ouders van Liesel zijn communisten wat geen veilige achtergrond vormt voor de kinderen in die periode. Liesel weet nog niet dat zij een boekendief is maar zal daar snel achter komen. Tijdens de treinreis overlijdt haar broertje en op de geïmproviseerde begrafenis stuit zij op een boek dat half verborgen in de sneeuw is achtergebleven. Liesel koestert dit bezit hoewel ze nog nauwelijks kan lezen. Het boek is het zogenaamde Doodgravershandboek, een macaber startpunt. Het verzamelen van boeken zal zich ontwikkelen tot een gewoonte, diefstal de gangbare wijze van toe-eigening. Liesel krijgt onderdak bij het oudere echtpaar Hans en Rosa Huberman in een dorp nabij München. Zij wordt liefdevol opgevangen al uit de pleegmoeder haar affectie vooral door te foeteren. Met de vader ontstaat snel een hechte band. Hij is het die haar leert lezen waardoor zich een nieuwe en fascinerende wereld voor haar opent. Een volgend boek weet zij uit de brandstapel te redden. Later zal zij met regelmaat een boek stelen uit de bibliotheek van de burgemeestersvrouw. Deze laat zelfs opzettelijk het raam voor haar open om Liesel ter wille te zijn.

    De Duitsers staken graag van alles in brand. Winkels, synagogen, Reichstags, huizen, persoonlijke bezittingen, vermoorde mensen en, natuurlijk boeken


    Liesel probeert ondanks het gemis van haar eigen familie een gewoon leven te leiden in ongewone omstandigheden. Het echtpaar Huberman heeft het niet breed. Vader komt nauwelijks aan de slag als huisschilder omdat hij geen lid van de partij is. Moeder verdient wat bij met wassen en strijken voor de rijkere dames van het dorp maar verliest steeds meer klanten. Bij het gezin klopt ook een joodse onderduiker aan die een geheim bestaan gaat leiden in de kelder. De oorlog dringt door tot in het dorp. Tijdens de bombardemente verblijven de dorpsbewoners in een gezamenlijke schuilkelder waar Liesel voorleest. Manlijke bewoners verdwijnen om een bijdrage te leveren aan de oorlogsmachinerie of worden gevangen gezet. Soms trekt er een marcherende groep joden, bewaakt door soldaten, door het dorp op weg naar Dachau. Liesel kan de gevaren met moeite plaatsen. “Ze gingen naar Dachau, om te concentreren.” Velen voelen sympathie voor Liesel. Of het nu haar pleegouders, de joodse onderduiker, de burgemeestersvrouw of buurjongen Rudy betreft. Met de laatste is er een innige vriendschap en een ontluikende liefde die zich vooral uit in voortdurend gekibbel. Ook de lezer sluit Liesel in het hart. Zusak is scheutig met het bespelen van sentimenten. Dat had wel iets minder gemogen.
    Wat een ongelukkig stempel op het boek drukt is de rol van de verteller. Zusak introduceert hier de dood als personage. Zodra iemand komt te overlijden, meldt de dood zich om de ziel van de overledene mee te voeren. In oorlogsomstandigheden staat de dood als getuige vooraan. Wat de rol van de dood als verteller storend maakt, is de overdaad aan verwijzingen naar wat de lezer te wachten staat. Gebeurt dat een enkele keer, dan kan het de nieuwsgierigheid prikkelen hoe een en ander zich zal afwikkelen. Door het permanente gebruik van deze stijlfiguur komt de verteller op hinderlijke wijze tussen het verhaal en de lezer te staan. Zo zijn er meer voorbeelden te vinden waarbij de zeggingskracht van het verhaal lijdt onder de schoolse interventies van de auteur. In de geest van de verteller mag ik wel onthullen dat Liesel de oorlog overleeft en elders op de wereld een hoge leeftijd weet te realiseren. Het is haar van harte gegund.