Leesimpressies

  • Michael Chabon: Telegraph Avenue

  • Nr. 5 - 2013
  • Een romanschrijver die Oakland als decor kiest, houdt van een uitdaging. In mijn hotel aan de zuidkant vroeg ik aan de receptie wat de stad aan interessants te bieden had. Er was verlegenheid en na ruggespraak bleef men het antwoord schuldig. Mijn skyline bestond uit enkele industrieloodsen, een hamburgertent en een benzinepomp waar Edward Hopper zijn vingers nooit aan zou branden. Bij gebrek aan druilerige regen was het geen dag voor zelfmoord. Gelukkig was aan het eind van de straat het Coliseum waar de Yankees een serie van drie wedstrijden tegen de A’s zouden spelen. Daarna snel over de Bay Bridge naar San Francisco. De tol neem je voor lief. Omgekeerd in de richting van Oakland is de reis uiteraard gratis. Ik begon dus aan Telegraph Avenue met bewondering voor het karakter van Michael Chabon. Naast Oakland vormt het aangrenzende Berkeley de achtergrond voor het verhaal. Dat maakt de opgave al eenvoudiger.

    Chabon schrijft in Telegraph Avenue over twee stellen waarvan zowel de mannen als de vrouwen compagnons zijn. Het verhaal speelt in het begin van deze eeuw en begint op het moment dat de dubbele compagnons met hun bedrijfjes in zwaar weer verkeren. De vrouwen, Gwen en Aviva, hebben een vroedvrouwenpraktijk. Zij zijn in het ziekenhuis actief maar doen ook thuisbevallingen tot ongenoegen van de reguliere geneeskunde. Op een dag doen zich bij een thuisbevalling complicaties voor met veel bloedverlies. Hoewel met moeder en baby alles goed afloopt, is spoedopname in het ziekenhuis noodzakelijk. Daar krijgen de vrouwen de hoon van een gynaecoloog over zich heen. Gwen is behalve zwart en gevuld uitgerust met een flinke dosis assertiviteit. De arts dient een officiële klacht in en er komt een hoorzitting. Gwen die wel weet dat het woord excuses tot wonderen in staat is, kan dat moeilijk over haar lippen krijgen. Zij speelt de kaart van het racisme en weet de arts in de touwen te werken. Hij voert als verweer: “ik ben geen racist, ik haat iedereen even erg.” De principekwestie blijft sluimeren.

    Of je doet bevallingen hier in het ziekenhuis, of je kiest voor dat thuisgedoe met wierook branden, placenta’s opeten en mandala’s maken


    Ondertussen hebben de mannen, Archy en Nat, hun eigen sores. Zij drijven een tweedehands platenzaak waar alles nog om vinyl draait. Cd’s en dvd’s zijn taboe. Zelfs een espressomachine in de winkel is een te grote concessie aan de moderne tijd. De heren leven van de nostalgie. Nat is onhandig en van hem wordt gezegd dat hij nog geen orgie in een bordeel kan organiseren. Archy, een kolossale dikkop, heeft ernstiger problemen. Gwen en hij verwachten hun eerste kind samen, net in een periode dat hun relatie door een diep dal gaat. In de winkel treffen we rond de toonbank een grote schare geestverwanten. Michael Chabon levert fraaie portretten af van dit gezelschap oudere jongeren. Het zijn allemaal kleurrijke types. Er is een advocaat die uitsluitend walvisachtigen verdedigt, een huisbaas die King of Bling genoemd wordt, hun beste klant de hammondorgelspeler met zijn Afrikaanse papegaai Achtenvijftig en een begrafenisondernemer annex lid van de gemeenteraad. In de politiek speelt de discussie of er toestemming komt voor een nieuw winkelcentrum in de buurt. Daar wil Gibson ‘G Bad’ Goode, een voormalige quarterback van de Pittsburgh Steelers een vestiging beginnen van zijn platenimperium, waarin een afdeling voorzien is voor tweedehands exemplaren. Als die vestiging er komt, kunnen Archy en Nat hun Brokeland Records wel sluiten.
    De clientèle van Brokeland Records koestert het verleden. Bandjes, muzieknummers, persingen en speelfilms vervullen hun dromen. Een winkel die weggedrukt dreigt te worden door een grote keten roept herinneringen op aan Meg Ryan en Tom Hanks in You’ve got mail onder regie van Nora Ephron alleen geeft deze variant een rauwe en geen zoete versie.
    In een uitbundige stijl raast Chabon de lezers langs de vele verwikkelingen en personages. Behalve met de kennissenkring maakt de lezer kennis met de buitenissige familieleden van de hoofdpersonen. Metaforen buitelen over elkaar heen. Op bladzij 247 begint een zin die pas op bladzij 259 eindigt. Het boek biedt een imposante leeservaring al komt het soms dicht op de grens van het al te kolderieke. Je raakt in de ban van de aandoenlijke nietsnutten Archy en Nat. De roman roept het dilemma op waaruit het echte leven bestaat. Is het ware leven om je over te geven aan je passie ongeacht de consequenties waaronder de economische of is het ware leven de stap zetten naar volwassenheid en je hobby op het tweede plan parkeren? Doe je waar je zin in hebt onder het genot van een jointje of is het aanpassen geblazen? Onder de personages zijn de antwoorden divers. Net als in het echte leven. Michael Chabon heeft een meeslepende roman geschreven die een mooie bijpassende uitvoering in het Nederlands heeft gekregen.