Leesimpressies

  • Michael Ondaatje: De kattentafel

  • Nr. 9 - 2012
  • In 1954 maakt een jongetje van elf jaar alleen, dat wil zeggen zonder ouders, per schip een reis van Sri Lanka, toen nog Ceylon, naar Engeland. Dat jongetje was de schrijver Michael Ondaatje. Het was een reis van drie weken die een leven lang zou duren. Het schip bevat zeven verdiepingen en aan boord zijn meer dan zeshonderd man. De jonge Michael verkeert permanent in opperste staat van ontvankelijkheid. Aan boord zijn enkele leeftijdgenoten. Er ontstaat een hechte vriendschap met Ramadhin, wiens broze gezondheid om aandacht vraagt, en met de onstuimige Cassius. Het drietal neemt zich voor dagelijks iets te doen wat niet mag. Voor dag en dauw een duik nemen in het zwembad van de eerste klas vormt een terugkerend voorbeeld. Of bij een tussenstop in Aden stiekem een hondje aan boord smokkelen. Bovenal vermaken de drie zich met hun verwondering over die merkwaardige uitstalling van volwassen passagiers waar de overtocht hen mee in contact brengt. Aan excentriciteit geen gebrek.

    Ondaatje weet de belevenissen aan boord uitstekend vanuit een jongensblik te beschrijven. Alles is nieuw en maakt indruk. Grote en kleine gebeurtenissen krijgen evenveel gewicht. Er zijn tussen het moment van de overtocht en het boekstaven daarvan meer dan vijftig jaar verstreken. De herinnering is volop levend gebleven. De auteur kwalificeert zichzelf als geoefend in behoedzaamheid. De boottocht brengt een beschroomde jongen, gewend aan de bescherming van de familie, naar een volgende levensfase. Enkele keren werpt de schrijver een blik vooruit naar een later moment in zijn leven. Na het contact met Cassius te zijn kwijt geraakt, komt zijn naam toevallig onder de aandacht ter gelegenheid van een tentoonstelling. Cassius is kunstenaar met een woede naar de wereld. Als hij van zijn oude middelbare school het verzoek ontvangt een schilderij te schenken luidt zijn reactie: ‘Krijg de tering! Scheldbrief volgt.’Die kunstgreep van de latere blik biedt Ondaatje de mogelijkheid om de ervaringen van toen in het evaluerende perspectief van de volwassene te plaatsen. In het geval van de vriendschap met Ramadhin leidt dat tot enkele aangrijpende passages. Ramadhin overlijdt aan zijn zwakke hart op jonge leeftijd. Het verdriet om het verlies resulteert in een huwelijk met zijn zuster. Die verbintenis uit solidariteit zal geen stand houden.

    Zo leerden we dat kleine, belangrijke punt, dat ons leven vol interessante vreemdelingen kon zijn, die ons zonder enige persoonlijke betrokkenheid passeerden


    De benaming kattentafel is ontleend aan juffrouw Lasquetti. Volgens haar is dat de plek waar de minst geprivilegieerden hun maaltijd gebruiken. De afstand tot de kapiteinstafel is maximaal. Aan de kattentafel vertoeven de drie vrienden en zes volwassenen die de lezer in de loop van het boek nader leert kennen. De meeste disgenoten dragen een mysterie met zich mee. Juffrouw Lasquetti lijkt een onschuldige oude vrijster met een speciale belangstelling voor wandkleden. Ze blijkt echter een groot aantal postduiven te vervoeren en bezit goede contacten met Whitehall. Misschien werkte juffrouw Lasquetti, voornaam Perinetta, wel voor een veiligheidsdienst. Juffrouw Lasquetti leest graag in een ligstoel aan dek detectives die zij over de reling gooit op het moment dat de inhoud haar teleurstelt. Een andere merkwaardige gast aan tafel is de pianist Mazappa, van Siciliaanse origine. Hij reist mee vanwege zijn spel ’s avonds in het scheepsorkest. Van hem leren de drie vrienden schunnige liedjes. Dan is er nog een plantkundige in het gezelschap die in het scheepsruim bijzondere gewassen kweekt. En niet te vergeten de scheepssloper die zijn kennis over de geheimen van een schip met de jongens deelt. Ook is er een gevangene aan boord die gelucht wordt als iedereen al naar bed is. De jongens beloeren hem met argusogen. Geleidelijk wordt duidelijk dat er een spectaculair verhaal aan de gevangene kleeft en dat sommige medepassagiers in een bijzondere relatie tot hem staan.
    Ondaatje is zijn herinneringen aan de overtocht gaan opschrijven op aanraden van zijn kinderen. Het is de blik van de onschuld die verslag uitbrengt. De scheepstocht is een ervaring voor het leven. Subtiel maakt de auteur duidelijk hoe de minieme verschuiving van een bandje aan een zomerjurk een wending van het lot kan impliceren. Dat zijn de signalen die er toe doen. Denkend aan zijn tafelgenoten merkt Ondaatje op: ‘steeds weer zouden onbekenden zoals zij, en anderen aan uiteenlopende kattentafels in mijn leven, degenen zijn die mij veranderden’. Tijdens het lezen bekroop mij soms een associatie met Kandy van Springer. Ook daar gaat het, bijna in dezelfde tijd, om een jeugdherinnering op Ceylon. Ondaatje is net als Springer een meester in weemoedigheid. Springer arriveert in Nederland. Ondaatje gaat in Tilbury van boord. Onwennig zoekt hij op de kade zijn moeder na zich afgevraagd te hebben of ze er wel zal zijn. De twee hebben elkaar vier, vijf jaar niet gezien. De scheiding van zijn ouders is eerder in het boek terloops gemeld. Moeder en zoon stappen een ongewisse toekomst in. De zoon na een onuitwisbare reis.