Leesimpressies

  • Nelson Aldrich (red.): George, being George

  • Nr. 2 - 2010
  • Om twee redenen heb ik het werk van George Plimpton met belangstelling gevolgd. Hij was mede-oprichter begin jaren vijftig van het tijdschrift The Paris Review. Dat blad zou vooral bekendheid oogsten vanwege de lange interviews met schrijvers over de ambachtelijke kant van hun werk. Ik heb daar zeven delen Penguin aan overgehouden onder de benaming Writers at work. Af en toe vormen die delen een bron om naar terug te keren bijvoorbeeld bij het overlijden van een schrijver zoals in het geval van Kurt Vonnegut en John Updike. Daarnaast bedreef Plimpton participerende journalistiek wat vanwege de rolverwisseling tussen verslaglegger en deelnemer een hachelijk genre vormt. Als het om participerende sportjournalistiek gaat is het zelfs niet van gevaar ontbloot. Aan een duel met wereldkampioen boksen Archie Moore hield Plimpton een gebroken neus over. Een amateur tegen een professional heeft iets van uitsloverij. Is er een huiveringwekkender sportfragment denkbaar dan Mart Smeets op een racefiets? Nou vooruit, Mart Smeets op klapschaatsen. Mag ik dat zo zeggen, ja toch? Plimpton kwam er glansrijk mee weg.

    George Plimpton overleed in 2003 op 76-jarige leeftijd. Kort nadien kwamen enkele vrienden bijeen voor het plan om het leven van Plimpton te gedenken via een boek. Het zou geen gewone biografie worden. Een kleine 400 mensen werd benaderd voor een interview. Het boek is opgebouwd uit de citaten van die interviews, hier en daar aangevuld met passages uit brieven en verlevendigd met foto’s. Nelson Aldrich vormde de eindredactie. Om verschillende redenen een toepasselijke vorm. Plimpton had dit procedé toegepast bij enkele boeken die hijzelf over anderen had gemaakt. Bovendien was hij een extreem sociaal wezen. Liever 300 mensen in je eigen huis over de vloer dan het risico lopen een avond alleen door te brengen, leek zijn motto te zijn. Het omslag van het boek geeft daarvan een illustratie. Uiteindelijk zijn van ongeveer 200 mensen citaten in George, being George terechtgekomen. Het is daarom meer een laatste literaire party dan een biografie.


    George Plimpton honkbalde bij de New York Yankees, speelde ijshockey bij de Boston Bruins en American football bij de Detroit Lions


    Het boek volgt in grove trekken de chronologie van zijn leven. George kwam uit een keurig milieu. Hij keek zeer op tegen zijn ouders. Voordat hij in Harvard en Cambridge (UK) belandde, was hij van school verwijderd. Zijn vader heeft toen een jaar lang niet tegen hem gesproken, wat hem diep raakte. Zijn rijzige gestalte maakte de indruk van een gentleman inclusief een wat geaffecteerde tongval. In de loop van zijn leven zou hij zich ontwikkelen tot een veelgevraagd spreker. Op You Tube is een filmpje te zien waarbij hij op hoge leeftijd een zaal met universiteitspubliek weet in te pakken met zijn onuitputtelijke voorraad anekdotes. Aan een halve vraag heeft hij genoeg om de ene gebeurtenis aan de andere te rijgen. Mooi is het verhaal toen hij onder leiding van de strenge Leonard Bernstein triangel speelde bij de New York Philharmonic tijdens de tweede symfonie van Mahler. Dat was vanwege de onontkoombare dwang van het tempo lastiger dan als keeper van de Bruins een penalty shot van Wayne Gretzky stoppen.

    Zijn optreden als amateur tussen professionals maakte hem beroemd. Dat leidde ook tot commentaar. In het blad The New Yorker verschenen er cartoons over hem. Een schoonmaakster die op haar knieën de vloer boent, voegt een collega toe: “dit wil ik George Plimpton wel eens zien doen.” Of de man die de operatiekamer wordt binnengereden en aan de chirurg achter zijn mondkapje vraagt: “hoe weet ik dat u niet George Plimpton bent?”

    Vanaf de oprichting in 1952 tot zijn dood in 2003 bleef Plimpton de drijvende kracht achter The Paris Review. Steeds nieuwe jonge medewerkers stonden hem ter zijde. De redactie fungeerde als gezinsvervangend tehuis. Ook letterlijk omdat het redactielokaal overliep in zijn eigen woning. Voor zijn twee echtgenoten was het soms moeilijk te accepteren dat Plimpton publiek bezit was. Zelf kon hij niet buiten die aandacht.

    De veelzijdigheid van Plimpton is indrukwekkend. Er was ook nog een kleine filmcarrière. Die bestreek onder meer Lawrence of Arabia uit 1962 tot Good Will Hunting uit 1997. Verder was hij politiek actief. Zijn vriendschap met de Kennedy’s resulteerde in een betrokkenheid, onder meer als speechschrijver, bij de campagne van Bobby Kennedy. Plimpton was erbij toen de fatale moordaanslag plaatsvond door Sirhan Sirhan in 1968 te Los Angelos. Sterker nog, samen met anderen wist hij de dader te overmeesteren.

    Het beeld dat na lezing blijft hangen, is dat van een bijzonder mens. Een charmeur en sociaal wezen dat maniakaal voor zichzelf op de vlucht lijkt. Wat hem ten diepste bezig hield, kon hij moeilijk met anderen delen. Desondanks heeft hij veel mensen het gevoel gegeven dat hij er speciaal voor hen was. Tijdens zijn uitvaartplechtigheid kwamen gasten op de weduwe Plimpton af om hun teleurstelling te ventileren. George had immers toegezegd op hun uitvaart te komen spreken. Tijdens de uitvaartplechtigheid vindt trouwens een luchtige gesprek plaats tussen Norman Mailer en Philip Roth, bepaald geen vrienden, over de nood van mannen op leeftijd en de bereikbaarheid van urinoirs. George, being George is een prachtig eerbetoon geworden.