Leesimpressies

  • Nicolaas Matsier: Het achtenveertigste uur

  • Nr. 3 - 2007
  • Nicolaas Matsier was een schrijver voor een kleine kring liefhebbers tot hij ineens in 1994 een bestseller afleverde. Wat Bernlef overkwam met Hersenschimmen was Gesloten huis voor Matsier. Hij beschreef daarin zijn ervaring met het leeg halen van het ouderlijk huis. Een gebeurtenis die je maar één keer in je leven meemaakt en waar geen oefening voor bestaat. Toen het boek verscheen lag die bezigheid voor mij nog besloten in de toekomst maar je wist direct dat het ongeveer zo in zijn werk moest gaan. Inderdaad, het boek klopte. Al die grote en kleine voorwerpen waaraan een geschiedenis verbonden is, zetten het geheugen in beweging. Waarna de vraag rijst, wat moet je met die voorwerpen? Ze belichamen de herinnering maar zijn onbruikbaar voor de toekomst. Een prachtig boek. Ruim tien jaar later verscheen Het achtenveertigste uur. Nu geen melancholie bij een afgesloten jeugd maar de rauwe actualiteit van de asielproblematiek.


    Matsier heeft zijn boek opgebouwd als een casebeschrijving. We volgen het asielverzoek van een dertigjarige Soedanees die op het Aanmeldcentrum Schiphol de ambtelijke molen in gaat met de hoop hier te mogen blijven. De Soedanees komt zelf niet aan het woord. Zijn beleving is in het geheel een marginale aangelegenheid. Tolken verzorgen zijn inbreng. Het verhaal is geconstrueerd vanuit het perspectief van de functionarissen waarmee de asielzoeker van doen krijgt. De procedure staat in het teken van tijdsdruk. De Vreemdelingenwet kent een procedure van achtenveertig uur om tot een spoedige afwikkeling te komen van zaken waarin snel klaarheid valt te brengen. We betreden hier de bureaucratische werkelijkheid want de achtenveertig uur beginnen op 2 november en eindigen op 5 november. Het gaat om procesuren waarvan er veertien in een etmaal passen.

    De Soedanees maakt kennis met steeds andere vertegenwoordigers die hem als estafettestokje aan elkaar doorgeven vergezeld van bijpassende documenten. De start ligt bij de Koninklijke Marechaussee, bij wachtmeester Gingnagel van het Bureau Falsificaten, die zich gebogen heeft over het geboortebewijs. Zo komen we te weten dat het om Mohammed Hassan gaat geboren te Adelinsh in Sudan. De volgende schakel vormt opperwachtmeester Baksteen. De Soedanees heet nu Mohamed-Hassan en is geboren te Al-Dinj. Zijn leeftijd is constant gebleven. De kracht van het boek is gelegen in de monoloog interieur van alle functionarissen die met de asielzoeker van doen krijgen. We krijgen zicht op wat zij doen, waarom zij dat doen en wat ze van hun werk vinden. Dat alles vermengd met hun persoonlijke beslommeringen. De één maakt zich zorgen op tijd bij de crèche te zijn, de ander of het lukt om tijdens het werk een sigaar te roken. Zo ontstaat een contrast van mensen die hun werk doen met daarnaast hun privé besognes tegenover iemand die, ontheemd, slechts als lijdend voorwerp aanwezig is. Ook worden we deelgenoot van de verbale afwegingen waar de ambtenaar voor staat. Moet er een Klemt-Te-Meer in de strijd gegooid worden?

    Na het voorwerk van de marechaussee is het de beurt aan hoofdrolspeler IND eveneens in de gedaante van verschillende personages. Via een gestandaardiseerde aanpak moeten de formulieren van de juiste kruisjes en opmerkingen voorzien worden. Er dient vastgesteld welke identiteit, nationaliteit en reisroute in het geding is. Via nationale en internationale regelgeving is bepaald op welke gronden asiel verleend wordt en vervolgens moet uitgemaakt worden of betrokkene daaraan voldoet. Er ontstaat een schimmige krachtmeting om de feiten boven water te halen. Een hulpmiddel om de reisroute te traceren is een reeks van vragen over de kleur van het vliegtuig en de uniformen van de stewardessen. Is van een land uitgemaakt dat een bepaalde stam aan vervolging bloot staat, dan is het zaak om na te gaan of iemand tot die stam behoort. De agrarische werkelijkheid van Soedan laat zich moeilijk vangen in de bureaucratische categorieën die in ons systeem doorslaggevend zijn. De IND begint met het eerste gehoor, een eufemistische aanduiding om de beladen term verhoor te omzeilen. Dat eerste gehoor wordt weer door verschillende ambtenaren afgewikkeld. Dan komt een nader gehoor, een voornemen en vervolgens een beschikking.

    De vorm die Matsier gekozen heeft, roept bij de lezer onvermijdelijk een gevoel van gene op. De ambtenaren van de IND doen echter naar behoren hun werk al is de één wat plichtsbewuster dan de ander. Er is in Nederland een breed draagvlak voor een restrictief asielbeleid. Daar horen spelregels bij en mensen en instanties die uitvoering geven aan wat democratisch tot stand is gebracht. Pas wanneer politieke keuzes hun uitwerking krijgen op individueel niveau en een case blijkt opgetrokken uit een mens worden de onaangename trekjes voelbaar. Matsier mengt zich niet in dit dilemma. Hij beschrijft alleen. Dat resulteert in een indringend beeld al valt te vrezen dat menig lezer voortijdig afhaakt, omdat het inkijkje in de wereld van de rompslomp een zwaar beslag legt op je geduld.

    Regels en procedures zijn bedoeld om willekeur uit te bannen. Zij moeten helpen rechtvaardige oplossingen te realiseren. Regels en procedures kunnen echter in hun uitwerking nieuwe vormen van willekeur in het leven roepen met als uiterste horrorscenario een ISO certificaat voor Auschwitz. Misschien kunnen we maar een beperkt aantal asielzoekers onderdak verlenen maar de asielproblematiek is niet anders dan een symptoom van de onbillijke verdeling in de wereld. Als zij die het goed hebben daar geen oog voor bezitten, zal de asielproblematiek alleen maar toenemen ongeacht de procedures die we bedenken.

    Hoe ging het verder met de Soedanees? Eén van de advocaten met piketdienst ontdekte een lichtpuntje in zijn zaak met behulp van nieuwere informatie. Het tij keert zich maar de Soedanees is inmiddels mob gegaan. Hij is met onbekende bestemming vertrokken.