Leesimpressies

  • Noreena Hertz: IOU

  • Nr. 8 - 2009
  • Systeembanken mogen niet omvallen. Het woord faillissement klinkt schel en onherroepelijk. Laten we over omvallen spreken. Banken hebben een nutsfunctie en als die verdwijnt is de schade niet te overzien. Met dat argument heeft de Nederlandse regering miljarden euro’s belastinggeld steun geboden op basis van minder bedenktijd dan doorgaans aan de aanschaf van een nieuwe vaatwasser wordt besteed. Dat is geen verwijt, want de omstandigheden vereisten snelheid. Daarin lijkt omvallen weer erg op faillissement. Wie De prooi leest (zie nr 06) wordt gewaar dat binnen een bank, althans bij ABN Amro, de nutsfunctie geen enkele rol speelt bij alle ruzies die men daar uitvecht. Het gaat om het belang van de bank, het belang van de manager en het belang van de aandeelhouder. Banken worden gered op grond van overwegingen die bij henzelf niet ter zake zijn. Wat de Nederlandse regering doet met de Nederlandse banken is één ding. De kredietcrisis is echter vooral een mondiaal verschijnsel. Daarom wilde ik meer weten over de rol van het kapitaal in de wereld.


    Noreena Hertz is een Britse econome met een Israëlische achtergrond. Zij wordt gerekend tot de andersglobalisten en kreeg internationale bekendheid met haar boek The silent takeover. Daarin komt het democratisch tekort aan de orde dat ontstaat door een internationaal opererend bedrijfsleven waar de nationale oriëntatie van overheden niet tegen opgewassen is. Het neoliberalisme zit op de troon. Hertz geldt als de Europese tegenhanger van de Canadese Naomi Klein die met haar boek No logo eveneens een grote lezersschare wist te bereiken. Is Klein vooral pamflettist en actievoerder bij Hertz springt een meer analytische benadering in het oog. Die analytische invalshoek is duidelijk aanwezig in het boek IOU, voluit I owe you. Ditmaal is de internationale schuldenlast het onderwerp.


    Geven is zaliger dan ontvangen als het om kredieten gaat


    Hertz begint met een historisch overzicht hoe de schulden zijn ontstaan en alsmaar verder opliepen. Zij bespreekt de positie van de verschillende spelers op deze internationale markt. Naast de commerciële banken blazen de exportkredietagentschappen flink in de bus. Ook de Wereldbank en het IMF zijn belangrijke spelers. De markt voor internationale leningen beleefde een bloeiperiode tijdens de koude oorlog. De machtsbolwerken USA, Sovjet-Unie en China probeerden zo veel mogelijk landen onder hun invloedssfeer te brengen. Met het geleende geld konden de derde wereld landen wapens van de kredietverstrekker kopen. Landen zonder democratische controle wisten wel raad met al dat geld onder meer om de eigen spilzucht van de machthebbers bot te vieren. Door steeds maar bij te lenen werd het verhogen van de binnenlandse belastingen met het bijbehorende gemor van de eigen bevolking omzeild. Deze tredmolen kwam tot stilstand na de val van de muur. Via leningen steun verwerven werd minder opportuun. De geldverschaffers, die hun risico’s zorgvuldig afgedekt hadden, wilden zelfs terugbetaling. Dat bleek voor veel landen niet op te brengen. De torenhoge schuldenlast hing als een molensteen om de nek. Bovendien zit er een element van grote onrechtvaardigheid in het systeem. Waarom moet een land gebukt gaan onder de last van het terugbetalen als de leningen zijn aangegaan door een corrupt regiem dat het geld gebruikte om de eigen bevolking onder de duim te houden. Moet die bevolking, nadat de machthebbers zijn verdwenen, dan het offer brengen terwijl zij in het draaiboek vooral de rol van slachtoffer vervulde. Zeker gezien de hoogte van de schuld in relatie tot het Bruto Nationaal Product is dat niet op te brengen. Hertz geeft sprekende voorbeelden om de hoogte van de schuld in uit te drukken. Zo kan met het geld dat nodig is om één Hawk van British Aerospace aan te schaffen anderhalf miljoen mensen de rest van hun leven van schoon water voorzien worden. Of met een andere metafoor: ‘voor de prijs van vier stealthbommenwerpers kunnen 155 miljoen kinderen een jaar naar school’. Hertz beschouwt het als een daad van rechtvaardigheid om de schuld kwijt te schelden, ook in het eigen belang van de rijke landen, als aan drie voorwaarden is voldaan. Ten eerste is noodzakelijk dat het bewind dat de lening aanging dat deed zonder democratische goedkeuring. Ten tweede zou het geld besteed moeten zijn op een wijze die strijdig was met de belangen van de bevolking en ten derde wist de geldverstrekker dat het geld op die manier gebruikt zou worden. De eerste punten vrijwaren de burgers van een ontvangend land. Zij beslisten noch profiteerden. Het laatste punt betrekt een element van medeverantwoordelijkheid door de aanbieder in de overwegingen. Hertz werkt in haar blauwdruk uit op welke wijze de voorwaarden in de praktijk toepassing kunnen krijgen. Daarnaast zal veel politieke wil nodig zijn. Het boek IOU verscheen voordat de kredietcrisis tot uitbarsting kwam, al is er via het uitbundig op de pof leven wel sprake van een voorschot. Afgelopen weekend schreef Hertz, die op het ogenblik een gasthoogleraarschap in Rotterdam vervult, een artikel over de gevolgen van de huidige crisis op de toekomst van het kapitalisme. Zij voorziet dat het Gucci-kapitalisme plaats zal maken voor het concept van het coöp-kapitalisme. Het kapitalisme als motor van welvaart en vrijheid blijft. De ongebreidelde hebzucht zal echter ingeruild worden voor kernwaarden als samenwerking en collectief belang. De gedrevenheid van Hertz komt kennelijk voort uit een optimistische inborst.