Leesimpressies

  • Per Olov Enquist: Het bezoek van de lijfarts

  • Nr. 2 - 2018
  • Het lezen van historische romans heeft niet mijn voorkeur. Het belangrijkste motief om boeken te lezen is om meer te begrijpen van mijn wereld, mijn tijd en mijn leven. Boeken leveren daarvoor een klankbord. Liever verplaats ik me in het huidige Angola bijvoorbeeld met behulp van Jose Eduardo Agualusa dan in het Nederland uit de Gouden Eeuw. Verwacht van mij geen pleidooi om straatnaambordjes te zuiveren. Ik woon in een straat die vernoemd is naar een baljuw uit de veertiende eeuw. Misschien heeft hij een overvolle kerfstok. Ik vind het prima zolang de post maar juist bezorgd wordt. Het argument dat studie van het verleden noodzakelijk is om het heden te begrijpen overtuigt mij niet. Uiteraard is het verleden de aanloop naar het heden. Hecht je waarde aan die redenering dat zul je om dat verleden te begrijpen je moeten verdiepen in wat daar weer aan voorafging. Die aanpak leidt tot een eindeloze regressie. Dan begint ieder verhaal uiteindelijk met de oerknal. Dat het heden voortkomt uit het verleden wil niet zeggen dat de geschiedenis noodzakelijkerwijs zo moest verlopen. Het had voor hetzelfde geld anders kunnen gaan. In elke tijd doet het toeval een duit in het zakje. Historie als leidraad voor nu ruil ik graag in voor een verleden dat op eigen merites beoordeeld wordt.

    De Zweedse veteraan Per Olov Enquist heeft een sterke reputatie verworven via het schrijven van historische romans. Dat heeft zelfs geresulteerd in het gebruik van zijn naam als pseudoniem door een buitenlandse auteur. Waarschijnlijk is Het bezoek van de lijfarts zijn beroemdste boek. Verschillende mensen hebben mij dit werk enthousiast aangeraden. Op deze weblog (2015, nr1) heb ik Alessandro Baricco aangehaald die zich lovend over dit boek heeft uitgelaten. Ik sluit me graag bij hun waardering aan. Enquist weet een korte en ingrijpende periode uit de Deense geschiedenis, ook wel de Deense revolutie genoemd, overtuigend tot leven te wekken. Zijn roman voegt aan de historische feiten de beweegredenen van de hoofdpersonen toe. Enquist vertelt de tragische geschiedenis van de jonge koning Christian VII die na het overlijden van zijn vader als jongeling de troon overnam. Het verhaal illustreert de achilleshiel van de monarchie. Wat gebeurt er als erfopvolging de heerschappij in handen legt van iemand die ongeschikt is voor de rol van staatshoofd? De koning is geestesziek. Hij wordt gekweld door angsten en leeft zich regelmatig in uitbarstingen van woede uit. Hij vat de werkelijkheid op als een toneelstuk en acteren is een van de weinige zaken waarin hij uitblinkt. Met het oog op de toekomst zoekt het hof voor hem een echtgenote. De keuze valt op de jongste zus van de koning van Engeland. Caroline Mathilde is vijftien jaar als zij trouwt met Christian. Ook zij wordt beheerst door angsten. Als zij haar intrede maakt in de Deense Koninklijke familie bezit zij geen karakter. Haar leven voltrekt zich in groot isolement maar geleidelijk ontwikkelt zij haar persoonlijkheid. Het Deense hof kent zo zijn eigen gewoonten.

    In Frankrijk vraagt men: is hij een ontwikkeld man? In Duitsland: stamt hij uit een goede familie? In Holland: hoeveel kapitaal bezit hij? Maar in Denemarken: welke titel heeft hij?


    Om de nukken van de koning te beteugelen gaat zijn omgeving op zoek naar een lijfarts. De Duitser Johann Friedrich Struensee krijgt die functie aangeboden. Hij is een vooruitstrevende arts die zich aangetrokken voelt tot het gedachtegoed van de Verlichting. Hij overwint zijn aarzeling en aanvaardt de functie. Struensee weet het vertrouwen van Christian te winnen. Christian houdt zich liever bezig met onanie dan dat hij het bed deelt met zijn echtgenote. Die ene keer is voldoende om nageslacht te produceren. Om van de staatszaken verlost te zijn, draagt hij zijn bevoegdheden over aan Struensee. Er zijn overeenkomsten met andere gebedsgenezers zoals Raspoetin en Greet Hofmans. Ook zij kwamen onder medische vlag binnen en gingen er snel toe over zich met staatszaken te bemoeien. In twee jaar tijd zal de lijfarts meer dan 600 decreten uitvaardigen. Hij wil Denemarken moderniseren en begint ondertussen een verhouding met de koningin. Dat overspel is een publiek geheim en zet kwaad bloed. Permanent vinden er in het kabinet en hofhouding machtswisselingen plaats. Verbanning is een veel toegepast wapen. Voltaire ziet in het Deense bewind een medestander voor zijn opvattingen. Christian en Struensee zijn voor hem bondgenoten. Als Struensee de horigheid wil afschaffen komt de adel in verzet. Hun privileges verdienen bescherming. Ook het volk heeft bezwaar tegen de stortvloed aan regels die Struensee over het land uitstort. De lijfarts concentreert zich meer op gelijk hebben dan op gelijk krijgen. Die omstandigheid wordt hem noodlottig.
    Enquist heeft met behulp van historische documenten zijn literaire fantasie los gelaten op een bewogen periode in de Deense geschiedenis. Personages krijgen een sterke inkleuring, zo ook de minister-president Guldberg bijgenaamd de hagedis die zich met een beroep op vaderland en God ontpopt als de grote tegenpool van Struensee. De heerschappij van de lijfarts duurt slechts twee jaar. De geest is echter uit de fles.
    Dankzij kunstgrepen als inlevingsvermogen, herhalingen en al te veel toegepaste vooruitwijzingen heeft Enquist een meeslepend verhaal opgetekend. Koningen zijn niet te benijden.