Leesimpressies

  • Pieter van Strien: Psychologie van de wetenschap

  • Nr. 7 - 2012
  • Wetenschappers doen onderzoek in de hoop de wereld te ontraadselen. Sommigen van hen slagen erin onze kijk voor altijd te veranderen. Denk aan mensen als Copernicus, Darwin, Freud, Newton of Einstein. Wat maakt hen zo bijzonder? Beschikken zij in vergelijking met ons gewone stervelingen over een bijzonder talent? Is het hun creativiteit die maakt dat zij straten en pleinen naar zich vernoemd krijgen? Als we inzicht hebben in de mechanismen die leiden tot bijzondere prestaties dan kunnen we daar mogelijk allemaal van leren. Misschien kunnen wij dubbeltjes ook kwartjes worden. Mogelijk wordt er een steegje naar ons vernoemd. Ook de naam van een vergaderzaal kan heel eervol zijn. Pieter van Strien is emeritus hoogleraar psychologie en schreef een boek over deze problematiek. Hij probeert de genialiteit van grote wetenschappers tot realistische proporties terug te brengen. Relativering van het genie vormt de rode draad in zijn boek. Daarbij wordt veel van stal gehaald.

    De uitroep eureka van Archimedes in bad is exemplarisch voor een bijzonder moment van inzicht. Een ontdekking dient zich aan als een bliksemschicht. Zoiets levert een pakkend verhaal op. Het is een mythe die we graag bereid zijn te geloven. Bij nadere beschouwing blijkt de werkelijkheid meestal anders. Bij het verhaal van Archimedes zijn al vraagtekens te plaatsen. De eerste bron over deze anekdote in bad is van drie eeuwen na dato. Hoe betrouwbaar is dat? Wie verder kijkt, merkt dat vele ontdekkingen en grootse ideeën de vrucht van toeval vormen. De vondst blijkt een bijproduct van de zoektocht naar iets anders. Dit laatste verschijnsel staat bekend onder de naam serendipiteit. Het is een van de interessantste hoofdstukken uit het boek. De ontdekker is niet geniaal maar had mazzel. Er zijn voorbeelden te over. Gutenberg raakte tijdens de oogst onder de indruk van een wijnpers. Daaruit ontstond de drukpers. Een dergelijk verschijnsel heet een analogiesprong, een fraai begrip. Als het meer om transpiratie dan om inspiratie gaat, is de vraag actueel of de computer die immers in dezelfde tijd meer werk kan verzetten dan de mens niet beter is toegerust als ontdekker. Van Strien ontkent dat. Hij geeft aan dat de computer, weliswaar behorend tot de indrukwekkendste creaties van de mens, vooral schittert in logisch denken. Het holistische denken van de rechter hersenhelft lukt de computer minder goed. Juist in de combinatie van die twee denkrichtingen ontstaan nieuwe gezichtspunten. De computer is het meest functioneel als aanvulling op de mens en niet als vervanging voor de mens.

    Computers worden steeds beter in het beantwoorden van vragen maar in het stellen van verrassende vragen blijven ze achter bij een vierjarig kind


    Een andere relativering die Van Strien aanbrengt is het revolutionaire karakter van veel ontdekkingen. Er is sprake van een revolutie als er sprake is van een duidelijke omslag tussen voor en na een ontdekking. Van een afstand bezien valt er een grote verandering te bespeuren. Aan de wijziging die op een bepaald moment als revolutie geldt, blijken echter vaak kleine ontdekkingen vooraf te gaan die de kiem voor de revolutie leggen. Revolutie is op die manier de bekroning van een reeks kleine stappen en dus eigenlijk van een keten aan evoluties. In de wetenschapsleer is het werk van Kuhn zeer bekend geworden. Kuhn is de man van de paradigmawisselingen. Van Strien laat zien dat dergelijke wisselingen slechts zelden voorkomen. Geleidelijkheid is het gangbare patroon bij nieuwe inzichten. Bovendien is dat inzicht veelal het resultaat van een collectieve inspanning dan van de geniale enkeling. Wetenschappelijk onderzoek voltrekt zich tegenwoordig in teams. Verspreid over de wereld zijn vakgenoten met verschillende facetten van hetzelfde probleem bezig. Informatie wordt uitgewisseld. Wetenschappers houden elkaar scherp en beïnvloeden elkaar. Er zijn genoeg voorbeelden bekend van ontdekkingen die min of meer gelijktijdig door verschillende mensen hebben plaatsgevonden. Bij de uitvinding van de telefoon lagen er slechts enkele uren tussen de aanmelding van Graham Bell bij het US Patent Office en van zijn concurrent Elisha Gray. Het kan kantje boord zijn of iets op jouw conto zal worden bijgeschreven. Daarbij kan ook het Mattheus Effect een rol spelen. Aan iemand die al een grote reputatie als wetenschapper heeft opgebouwd, zal de eer sneller toevallen dat aan een onbekende rivaal.
    Zelfs een hoge intelligentie is geen verklarende factor om als grote ontdekker de geschiedenisboekjes te halen. Een behoorlijke intelligentie is mooi meegenomen maar zeker geen voldoende voorwaarde. Houdingsaspecten zijn zeker zo belangrijk. Uit onderzoek komen gedrevenheid en doorzettingsvermogen als bepalende kenmerken naar voren. Aan het eind van het boek houdt van Strien een pleidooi om psychobiografisch onderzoek een belangrijke rol te laten spelen bij het verklaren van ontdekkingen. Nu kan dat zeker boeiende leesstof opleveren maar in de zin van Popper zijn hier wel vraagtekens bij te plaatsen. Je kunt immers niet uitsluiten dat er mensen zijn met vergelijkbare jeugdervaringen en psychische gesteldheden die nooit een ontdekking van enige betekenis zullen doen. Van Strien weet beslist te overtuigen met zijn relativerende boodschap. Voor zijn oplossing geldt dat minder. Van Strien is iemand die in de herfst van zijn loopbaan een enorme hoeveelheid kennis in de etalage plaatst. Het moest er allemaal nog uit. De grote informatiedichtheid komt de leesbaarheid niet ten goede. Het is meer een studieboek dan een leesboek. De grote eruditie waaruit de auteur put is voor de kern van zijn betoog niet allemaal even relevant. Het verhaal over de memen van Richard Dawkins had gemist kunnen worden. Het gebruik van grafieken en illustraties had de toegankelijkheid eveneens kunnen bevorderen. En dan zijn er nog die voortdurende aankondigingen van wat gaat komen. Daarvoor straks meer. Ik kom daar in het volgende hoofdstuk op terug. Enkele vooruitblikken kunnen spanning oproepen. Overdaad vormt ballast. De inhoud is zeer de moeite waard maar de vorm had een beter lot verdiend.