Leesimpressies

  • Rascha Peper: Vingers van marsepein

  • Nr. 11 - 2008
  • Vanaf het moment dat zij voor haar roman Oesters Zeeuws-Vlaanderen als decor koos, heb ik een zwak voor het werk van Rascha Peper. Als regelmatige weekend allochtoon doet belangstelling voor dat vergeten gebied tussen Nederland en België mij goed. De burgemeesters uit die streek stonden dezer dagen zelfs op de emigratiebeurs in Nieuwegein om hun paradoxale boodschap te verkondigen: komt allen, want bij ons is het rustig. Ik herinner me slechts één ander voorbeeld van literaire aandacht voor een vleugje Zeeuws-Vlaanderen. De Libris prijs 2002 ging naar een auteur die in zijn boek een veerpont liet varen tussen Breskens en Terneuzen. Gelukkig heeft de prijs alleen literaire en geen topografische pretenties. Peper ontving nimmer de Libris prijs hoewel naar mijn smaak elke roman van haar daar meer aanspraak op zou mogen maken. Gaat haar nieuwste boek Vingers van marsepein die belofte wel inlossen?

    Typerend voor het werk van Peper is dat zij niet haar autobiografie tot de maat der dingen neemt. Veel schrijvers blijven dicht bij hun eigen ervaringen. De Nederlandse literatuur grossiert in ongelukkige liefdes, dominante ouders, niet mogen fietsen op zondag, heimwee naar de gordel van smaragd en dan was er gelukkig ook nog een Duitse bezetting. Peper haalt haar inspiratie elders. Plezier in het verzinnen en vertellen van verhalen voert de boventoon. Liever verbeelding dan bekentenis. Toch is er in het werk wel een rode draad te herkennen. Peper heeft een voorliefde voor mensen met een obsessie en het object daarvan heeft vaak met kunst van doen. Een passie houdt het levensvuur bij haar hoofdpersonen brandend maar kan ook tot hun ondergang voeren. Deze vertrouwde elementen keren terug in Vingers van marsepein. Voor Peper diende het werk van de anatoom Frederik Ruysch als startpunt voor de roman. Ruysch was een meester in het conserveren van lichamen. Door gebruik te maken van nieuwe technieken wist hij, tot afgunst van zijn vakgenoten, preparaten te maken die de dood levensecht maakten. Peper heeft rond het werk van Ruysch twee verhalen gevlochten met een tijdsverschil van 300 jaar. Dat symboliseert de tijdloze aantrekkingskracht van Ruysch. Peper bedient zich van een alwetende verteller die in beide verhalen een tienjarige in het middelpunt plaatst. Anno 1704 is de hoofdrol voor het meisje Bregtje. Door de hete koorts heeft zij haar ouders verloren. Liefdevol wordt ze opgenomen in het huishouden van haar oom Frederik Ruysch. Van nabij volgt en bewondert ze diens werk. Zij raakt in een ernstig gewetensconflict. Ze koestert lang de illusie dat haar broer Rens de epidemie van de hete koorts overleefd heeft. Hij zou een nieuw bestaan gevonden hebben bij een boerenfamilie. In de hoop het contact met hem te herstellen laat zij zich chanteren door een concurrent om de geheimen van haar oom door te spelen. Haar worsteling komt ten einde als zij zich onherroepelijk realiseert dat Rens niet meer in leven is. Peper vertelt op een uitgesponnen manier waarbij zij het verhaal veelvuldig kruidt met klassieke Oud Hollandse begrippen. Bijna elke bladzij getuigt van gerechten en kledingstukken uit die periode. Verder vernemen we in overvloedige details hoe Ruysch een neushoorn, die hem ter beschikking is gesteld, in etappes gereed maakt voor conservering.

    Tegenover Bregtje staat het verhaal van Benjamin. Hij is ook tien jaar maar leeft drie eeuwen later. Ook hier is sprake van een gebroken gezin. De ouders van Benjamin zijn gescheiden. Met zijn vader en diens nieuwe vriendin brengt Benjamin een bezoek aan Petersburg. Hij raakt onder de indruk van het werk van Ruysch waarmee hij in een Russisch museum kennis maakt. De parallellen liggen voor het oprapen. Zo wonen beide kinderen op de Amsterdamse Bloemgracht. Ook het pad van Benjamin wordt gekruist door een neushoorn. In de dierentuin van Petersburg waagt hij zich impulsief in het dierenverblijf om daaruit de rugzak van een leeftijdgenoot terug te halen. Op het nippertje ontsnapt hij aan de toorn van de neushoorn die geen indringer duldt. Ook bij Benjamin speelt een loyaliteitsconflict. Hij houdt weliswaar veel van zijn moeder, die gebukt gaat onder de scheiding, maar moet tegelijk erkennen dat hij gesteld raakt op de vriendin van zijn vader. Benjamin doet zijn best om alle partijen tevreden te stellen. Peper heeft haar huiswerk met zorg verricht. Niet alleen zijn er de klassieke bewoordingen in het verhaal van Bregtje maar ook de bezienswaardigheden van Petersburg komen keurig aan bod. Ondanks het vakmanschap van Peper blijft er bij mij na afloop een teleurstellend gevoel over. Het doet geforceerd aan om het onderscheid van drie eeuwen tot een geheel te smeden. Daarnaast is het de vraag of het een gelukkige keuze is geweest om het perspectief van twee tienjarigen als uitgangspunt te nemen. Het werk van Ruysch, de aanleiding voor de roman, is niet in de eerste plaats voor kinderen bedoeld. In vergelijking met eerder werk van Peper als Rico’s vleugels of Wie scheep gaat ontbeert deze roman een sterke spanningsboog. De lezer krijgt vooral een voortkabbelende geschiedenisles voorgeschoteld.

Lijstjes

Deze auteur komt voor in de lijstjes: