Leesimpressies

  • Rob van Essen: De goede zoon

  • Nr. 13 - 2019
  • Het werk van Rob van Essen is voor mij onbekend terrein. Zijn laatste roman werd in de jaaroverzichten over 2018 veelvuldig geprezen. Wie de literaire berichtgeving in de Nederlandse media enigszins volgt, zal merken dat er in ons land jaarlijks tientallen meesterwerken geschreven worden. Die verschijnen er wereldwijd niet eens laat staan in een relatief klein land. Mijn huiver voor de loftrompet verloor het van mijn nieuwsgierigheid. Ik besloot zijn laatste twee romans te lezen. Van Essen overschrijdt van harte de grenzen van de werkelijkheid. Hij biedt ruimte aan elementen uit genres als fantasy en science fiction. Dystopische romans hebben een functie in het tekenen van een afschrikwekkend toekomstperspectief met als overtuigende voorbeelden George Orwell en Ray Bradbury. Boeken wijzen op code oranje. De schrijver waarschuwt uit bezorgdheid. Het treden buiten de werkelijkheid is noodzakelijk, omdat de schrijver wil laten zien wat dreigt maar nog niet is. Je houdt van science fiction of niet. Ik behoor tot de laatste categorie. Mijn smaakpapillen zeggen dat de werkelijkheid een eindeloze hoeveelheid variatie vertoont, zodat het een zwaktebod is als een schrijver daar niet mee uitkomt. Waarom zou je iets willen bewijzen buiten de werkelijkheid? Geef mij maar fictie op basis van non fictie.

    De naamloze hoofdpersoon uit De goede zoon bevindt zich in een impasse. Hij heeft onlangs zijn moeder begraven en heeft ter herinnering haar foeilelijke sta-opfauteuil met ingewikkeld bedieningspaneel uit het verzorgingstehuis naar zijn woning overgebracht. Hij is van slag doordat een vrouw in de supermarkt haar boodschappen al op de band plaatste, terwijl hij nog niet klaar was met de zijne. Zoiets is een inbreuk op de ruimte die jou toebehoort. Hij is ontslagen als schrijver van de soapserie EVSV, echte vrienden slechte vrienden. Zijn uitgever is ontevreden over zijn ingeleverde plotloze thriller, waar hij tot voor kort juist zo succesvol mee was. Hij is zestig jaar en zoekt houvast.
    De hoofdpersoon maakt een reis van zeven dagen en schept een nieuwe toekomst tegelijk met een nieuwe wereld. In die periode zullen bepalende voorvallen uit zijn persoonlijke geschiedenis hun opwachting maken. De herinneringen zullen de degens kruisen met de vervreemdende gebeurtenissen tijdens de reis.
    De sterkste passages uit het boek zijn die waar de hoofdpersoon dicht bij zijn eigen verleden blijft. Zo heeft hij twintig jaar lang zijn hoogbejaarde en dementerende moeder bezocht. Hij brengt het verval van haar geestelijke vermogens in kaart door haar telkens te confronteren met de ansichtkaart waarop haar geboortehuis staat afgebeeld.

    Altijd wees ik eerst het verkeerde huis aan, is dit het huis waar je geboren bent? Nee, nee! Is het dan dit huis? Ja, ja! Maar de ontkenning werd steeds gereserveerder, en geluidlozer, tot hij was gereduceerd tot een bijna onmerkbaar hoofdschudden


    De hoofdpersoon is meer waarnemer dan deelnemer. Dat brengt hem tot originele observaties en overpeinzingen. Zijn ouders, opgegroeid in een streng gereformeerd milieu, zweerden het geloof af maar keerden na verloop van tijd terug in de schoot van de moederkerk. Dat brengt de hoofdpersoon bij de kwestie hoe mensen er in het hiernamaals uitzien. Veel mensen overlijden oud en afgetakeld maar zijn zij dat ook in het hiernamaals? Het hemelse ideaal is toch dat mensen daar op hun best zijn. Zouden ze dan niet eeuwig 35 moeten zijn of misschien 50 voor ‘degenen die meer aan levenservaring hechten dan aan conditie’.
    Een belangrijk ijkpunt voor de hoofdpersoon is de korte periode die hij als gesjeesde student werkte voor het Archief van Amsterdam. Daar leert hij Lennox, De Meester en Guido kennen die in de reis opnieuw van zich doen spreken. Aanleiding voor de reis is het gedeeltelijke geheugenverlies van De Meester, die een identiteitswijziging heeft ondergaan en nu Bonzo heet. De Meester zou een rol hebben gespeeld in de opzienbarende ontvoering van een biermagnaat. De hoofdpersoon, bedreven in het schrijven van scripts, krijgt als taak om Bonzo van een nieuwe identiteit te voorzien. Voor het gemak geeft hij hem zijn eigen verleden mee.
    Veel in de roman draait om het verwerven en bevestigen van een identiteit. Tijdens de reis nemen de vervreemdende elementen een overdreven vorm aan. Individuen kunnen aangesloten raken op elkaars geheugen. Veel menselijke functies zijn overgenomen door robots. Er zijn zelflopende rugzakken en zelfsturende auto’s die als een therapeut gesprekken kunnen voeren met de inzittende voorheen de berijder. Daar ben ik het spoor wat bijster geraakt.
    Meer leesplezier heb ik beleefd aan de voorlaatste roman van Rob van Essen. De literaire wereld vormt het decor voor Winter in Amerika. Het gaat daarbij om de inspanningen die een redactrice van een uitgeverij allemaal moet betrachten om te zorgen dat de hoogbejaarde Benjamin Winter zijn memoires zal voltooien. De memoires zijn van levensbelang voor de continuïteit van de uitgeverij. De redactrice dreigt te bezwijken onder haar opdracht. Winter is niet zo maar iemand. Hij is de laatst overgeblevene van de grote vier. Rob van Essen speelt op een inventieve manier met de eigenaardigheden van het literaire bedrijf.