Leesimpressies

  • Sayed Kashua: Tweede persoon enkelvoud

  • Nr. 27 - 2012
  • In de krantenkolommen heeft Israel weinig te klagen over een tekort aan aandacht. We lezen over de tegenstelling tussen de orthodoxe stroming die gelooft in onverdraagzaamheid en over het gematigde deel van de bevolking dat open staat voor verzoening. Behalve met de binnenwereld is er de verdeeldheid met de buitenwereld, met de Palestijnen en de omringende Arabische staten. We lezen veel minder over de interne verdeeldheid tussen de meerderheid van joodse inwoners en de eigen Arabische minderheid. Die minderheid bezit het Israëlische staatsburgerschap. Deze tegenstelling vormt de onderstroom van de roman Tweede persoon enkelvoud. De auteur, Sayed Kashua, belichaamt de complexiteit van zijn land. Hij is Palestijn, succesvol met een sitcom op de televisie, en schrijft in het Hebreeuws. Eerder verscheen zijn debuut, Dansende Arabieren in vertaling en nu is er de roman die dateert uit 2010. Kashua hanteert twee verhaallijnen die langzamerhand uitmonden in een confrontatie. De ene lijn betreft een verhaal in de derde persoon van iemand die naamloos consequent als advocaat wordt aangeduid. De andere lijn is in de ik-vorm waarbij een jonge maatschappelijk werker, werkzaam in de verslavingszorg, verslag doet van zijn ervaringen. De tweede persoon enkelvoud ontbreekt, hoewel niet helemaal.

    De advocaat is een ambitieuze Arabier met een eigen praktijk. Hij snakt naar erkenning van zijn joodse omgeving. Om de status die hij najaagt een duwtje in de rug te geven heeft hij zijn praktijk verplaatst van het Arabische Oost-Jeruzalem naar het westelijk deel van de stad. Hij bezit, die term is niet toevallig, een echtgenote en twee kinderen. Dan is er de vriendenkring bestaande uit een accountant, een gynaecoloog en een andere advocaat. Het gezelschap deelt een vergelijkbare achtergrond en heeft de wil vooruit te komen. Het gezelschap komt bijeen en bespreekt een boek en een actueel thema. Terzijde komt aan de orde of de sushi van de juiste traiteur afkomstig is. Het is een eetclub waarmee Saskia Noort moeiteloos een verhaal als ‘Terug naar de kust van Eilat’ zou kunnen componeren. De vrienden hebben De Kreutzersonate van Tolstoj gelezen. Tot zijn ontsteltenis heeft de advocaat in zijn tweedehands exemplaar een briefje aangetroffen in het handschrift van zijn vrouw. Het is een briefje dat het bestaan van een minnaar doet vermoeden.

    Ik heb op je gewacht, maar je kwam niet. Hopelijk is alles goed met je. Ik wilde je bedanken voor gisteravond, het was fantastisch. Bel je me morgen?


    In de verhaallijn van de welzijnswerker, Amier Lahab, leren we een veel ingetogener karakter kennen. In zijn vrije tijd neemt hij de verzorging van Jonathan op zich die, als gevolg van een mislukte zelfmoordpoging, veroordeeld is tot het bestaan van een kasplant. Jonathan is joods en al snel wordt duidelijk dat hij niet meer zal herstellen. Geleidelijk treedt Ariel in de voetsporen van Jonathan. Hij luistert naar zijn muziek en leest zijn boeken. Nadat Jonathan is overleden zet Amier zijn leven voort inclusief de bijbehorende identiteitspapieren. De moeder van Jonathan geeft haar medewerking aan de transformatie. Een ik wordt jij, een Arabier een jood.
    Kashua weet met overtuiging de twee verhaallijnen te ontrollen. Doordat hij een gedetailleerde beschrijving geeft van het dagelijks leven van zijn hoofdpersonen, ontstaat een onthullende inkijk in de huidige Israëlische samenleving. De hypocrisie ligt voor het opscheppen. Om te illustreren dat er gelijke kansen zijn, houdt elke vooraanstaande opleiding een plekje open voor de excuus Arabier. De verslavingszorginstelling waar Amier een poosje in dienst is geweest, heeft in een bestaan van vijftien jaar slechts een cliënt van de drugs af geholpen. De bezoekers die zich bij de instelling melden doen dat om een handtekening op te halen die de continuïteit van hun uitkering waarborgt. Dan is er bij de bushalte vaak een beveiligingsbeambte. Hij zegt de passagiers vriendelijk goedendag om te achterhalen of zij wel vlekkeloos Hebreeuws spreken. Zo niet dan is er sprake van verdenking. Op subtiele wijze weet Kashua een beklemmende sfeer op te roepen.
    Ondertussen is de advocaat, na de vondst van het briefje, in woede ontstoken. Hij is zo ontvlambaar dat de begeerte voor zijn vrouw, die grotendeels gedoofd was, weer aanwakkert. Op het volgende moment beraamt hij het plan haar te vermoorden. Ook probeert hij de identiteit van de minnaar op het spoor te komen. De aanwijzing waar hij dat mee moet doen is dat in zijn versie van De Kreutzersonate voorin de naam Jonathan geschreven staat. Het is uiteraard heel symbolisch dat de novelle van Tolstoj een man tijdens een treinreis verslag doet van de moord op zijn vrouw na een vermoeden van overspel. Zo versmelten uiteindelijk de twee verhaallijnen. En passant leren we dat er in Israel twee rechtssystemen naast elkaar bestaan als het gaat om een echtscheiding. Er is de gewone familierechtbank naast de shariarechtbank. Bij de familierechtbank komt een redelijke vereffening tussen de echtelieden aan de orde; bij de shariarechtbank blijft de vrouw met lege handen achter. Het geschil zal dienen bij de rechtbank waar de zaak het eerst aanhangig is gemaakt. Zolang de advocaat het mysterie niet ontrafeld heeft, bespioneert hij zijn vrouw of zij niet stiekem naar de familierechtbank is geslopen. Daar is ze berekenend genoeg voor. Kashua heeft een geraffineerde zedenschets geschreven. Hij is een auteur om te volgen.