Leesimpressies

  • Sebastian Faulks: Een week in december

  • Nr. 33 - 2010
  • De Britse schrijver Sebastian Faulks heeft zijn reputatie gebouwd op enkele lijvige werken met de Eerste Wereldoorlog als decor. Zijn bekendste werk uit die reeks is Birdsong. Het is daarom opmerkelijk dat zijn laatste roman zich afspeelt in de huidige tijd. En niet zo’n beetje ook. Faulks heeft zijn best gedaan om de huidige tijdgeest met een voltreffer te raken. Aan de hand van de personages stuiten we op de kredietcrisis, home grown terrorisme, de claimcultuur na een ongeluk, benepenheid in het literaire circuit en een verdwaalde Poolse voetballer uit de Premier League. Faulks staat bekend als supporter van West Ham United, wat duidt op een groot incasseringsvermogen. Wel een mooi tenue overigens. Londen is de plek waar Een week in december zich afspeelt. In zeven dagen raast de lezer mee met de verwikkelingen van vele hoofdrolspelers. Het tempo ligt constant hoog en de lezer zit in een ereloge. Hij ziet dwarsverbanden die voor de hoofdrolspelers onzichtbaar blijven.

    Faulks is erin geslaagd om een aantal kleurrijke figuren op te voeren. Iedereen krijgt een eigen sociale context en een persoonlijke geschiedenis mee. De karakterschetsen zijn zo trefzeker dat het weinig moeite kost om bij alle namen voor ogen te houden wie ook weer wie is. Faulks geeft een uitgestoken hand. Het boek is gestructureerd naar de zeven dagen van de week. Elke dag is opgesplitst in enkele genummerde delen. In de eerste zin van elk deel, vaak in de eerste woorden van de zin, maakt de schrijver duidelijk over wie een passage handelt. Faulks komt direct ter zake en vervolgt de lijn van het verhaal. Zorgvuldig wordt toegewerkt naar een climax aan het eind. Eigenlijk zijn het er zelfs twee. Aan het eind van de week is er het etentje bij de familie Topping. Hij, Lance, is pas gekozen als parlementslid en zij, Sophie, wil indruk maken zonder dat zij dat er te dik bovenop legt. Terloops imponeren is de uitdaging. De meeste personages die we in de afgelopen dagen hebben leren kennen, maken tijdens het diner hun opwachting. Hedgefondsbeheerder John Veals, die we de hele week bezig hebben gezien met het doen van schaakzetten om een megaklapper te realiseren, krijgt tijdens het diner publiekelijk een verbale afstraffing te verwerken van een voormalige bedrijfsjurist die zich nu op het platteland heeft teruggetrokken om zich aan zijn paarden te wijden. Een vermakelijke scene.


    Maar als je tussen1986 en 2006 werkte zonder erin te slagen vijftig miljoen binnen te halen, dan gaan je kinderen zich afvragen of je niet te lui was om je nest uit te komen


    De tweede climax dreigt zich af te spelen in een Londens ziekenhuis. Een broer van een eenzelvige advocaat met liefdesaspiraties verblijft daar als geesteszieke. De zoon van Veals wordt er opgenomen na een overdosis en de zoon van een andere hoofdpersoon, een radicale moslim, dient zich daar te melden voor het uitvoeren van een aanslag. Faulks houdt de touwtjes voortdurend stevig in handen. Zijn levendige fantasie wordt hem niet te machtig. In enkele recente boeken heeft Faulks zijn speelse geest al ruim baan gegeven. In Devil may care schreef hij in de geest van Ian Fleming een boek met James Bond in de hoofdrol. In Pistache parodieerde hij met korte bijdragen vele schrijvers. Daarin laat hij Jane Austen een afspraak beschrijven met Patrick Bateman uit American Psycho, laat hij Franz Kafka wakker worden in de wereld van Microsoft waarbij zijn hand in een muis is veranderd en schrijft William Shakespeare een toespraak voor Basil Fawlty. Enzovoort.

    De kracht van Een week in december zit in de personages en de vaart waarmee hun levens beschreven zijn. Zij koesteren, al dan niet toegedekte, ambities en Faulks gunt hen tenminste gedeeltelijk succes. Het boek is beslist Hollywoodproof. Zelfs de lotgevallen van de meest onsympathieke personages blijven boeien. Naast de al genoemde Veals is dat de literaire criticus R. Tranter, een rancuneuze schnabbelaar die zijn kat naar een personage van Trollope heeft vernoemd. Ook hem valt wat voorspoed op de mat. John Veals, de man die nooit lacht, doet dat in de laatste regel van het boek wel. Andere personages vertederen. Zo is er de vrouwelijke metrobestuurder die zich uitleeft in een fantasiebestaan op internet. Of de chutneymagnaat Farooq al-Rashid die een onderscheiding op Buckingham Palace in ontvangst mag komen nemen en criticus Tranter inschakelt ter literaire bijscholing om de conversatie met de koningin gaande te houden. Tevergeefs, want prins Charles doet de uitreiking. Net als Veals besteedt ook al-Rashid te weinig aandacht aan zijn zoon. De obsessie met werk komt het vaderschap niet ten goede.

    Als intermezzo worden de personages in het boek met enige regelmaat uit het niets opgeschrikt door een fietser zonder licht op het trottoir. Een gimmick als een witte pater. Het ritme van de grote stad blijft klinken. Faulks heeft een onderhoudend en vitaal boek geschreven.