Leesimpressies

  • Shaun Prescott: Het verdwijnen

  • Nr. 25 - 2020
  • Mensen zijn sterfelijk maar steden bezitten het eeuwige leven. Zo lijkt het in ieder geval. De Australische schrijver Shaun Prescott vertelt in zijn debuutroman dat het in het centrale westen van de deelstaat New South Wales anders ligt. Daar zijn steden aan het verdwijnen. De naamloze ik-verteller gaat op onderzoek uit. Er bestaat nog geen boek over verdwijnende stadjes dus er ligt een schone taak te wachten. Er duikt direct een probleem op. Hoe kun je schrijven over stadjes die er niet meer zijn? Waar haal je dan je informatie vandaan? Je moet de geschiedenis een stap voor zijn. De oplossing is om in het bedreigde gebied een stadje te bezoeken dat nog bestaat om uit de eerste hand de ontwikkelingen op te tekenen. Als ooggetuige van de verdwijning moet het lukken om het geplande boek te schrijven. De verteller, over wiens herkomst geen gegevens beschikbaar zijn, neemt zijn intrek in het stadje. Hij vindt een woning in onderhuur bij Rob, neemt een baan als vakkenvuller in de supermarkt om in zijn levensonderhoud te voorzien en kiest een patisserie als uitvalsbasis om contact te leggen met de bewoners. Op basis van interviews zal de verteller zicht krijgen op de gebeurtenissen. Het boek schrijft zich bijna vanzelf. De werkelijkheid blijkt weerbarstiger.

    Het lukt weliswaar om in contact te komen met een aantal bewoners maar de verkregen informatie laat te wensen over. De omstandigheden in het stadje zijn vreemd tot zeer vreemd. Een logische stap is de gang naar de bibliotheek. Daar moet de geschiedenis van het stadje terug te vinden zijn. De bibliothecaris die ooit met de gedachte heeft gespeeld om zelf over de geschiedenis van verdwijnende stadjes te publiceren, meldt dat de gevraagde informatie ontbreekt. Er zijn geen geschiedenisboeken om op terug te vallen.
    In de pub, waar overigens nooit een bezoeker komt, raakt de verteller in gesprek met uitbaatster Jenny. Zij verkondigt dat het stadje nimmer is gesticht. Het is er gewoon. Er zijn ooit mensen verzeild geraakt en die bleven er wonen. Niet meer en niet minder.

    Er valt geen enkele reden voor het bestaan van dit stadje te geven. Er was geen opmerkelijke stichter en er is geen uitzonderlijke of bewonderenswaardige historie om te koesteren. Het oudste bekende feit is dat er veel vee is gestorven tijdens de grote droogte in de jaren dertig


    Andere bewoners zijn niet in staat om meer licht te werpen op het raadsel. Buschauffeur Tom, ooit een succesvol muzikant, doorkruist dagelijks de wegen van het stadje in zijn voertuig zonder passagiers. Het meest trekt de verteller op met Ciara, de vriendin van huisbaas Rob. Zij presenteert een muziekprogramma op de radio waar niemand naar luistert.
    Omdat het verleden in duister gehuld blijft, verplaatst de verteller zijn aandacht naar het heden. Hij luistert gesprekken af in de hoop meer te weten te komen over wat de mensen als de essentie van het stadje beschouwen. Is het te groot of te klein? Ligt het te ver van alles af of juist te dichtbij? Misschien komt het door de islam hoewel er geen gelovige moslims te bespeuren zijn. Net als de lezer een beetje gewend is geraakt aan de schimmige inwoners van het stadje doet zich een nieuwe ontwikkeling voor. In de grond ontstaan gaten. Eerst maar een paar stuks. Het worden er meer en ze worden groter. Dan verdwijnen er enkele huizenblokken. Het verdwijnen is serieus begonnen. Mensen trekken weg, gebouwen raken overwoekerd. Misschien treft een straf het stadje juist omdat een essentie ontbreekt. De stad kent zowel in oostelijke als in westelijke richting een uitvalsweg. Samen met Ciara vertrekt de verteller naar de grote stad. De lezer blijft in het raadsel achter.
    Prescott heeft zijn roman in kraakheldere bewoordingen geschreven. Toch is het raden naar de bedoelingen van de auteur. De indruk die het stadje achterlaat is een onheilspellende. De inwoners hebben geen ziel, geen geheugen en daarmee geen identiteit. Je bent wat je onthoudt en als dat weinig is krijgt het leven iets van een waakvlammetje dat ieder moment uit kan waaien. Ook voor de verteller vallen aan het eind van het boek de zaken niet op hun plek. Wel blijkt dat het leven in de grote stad, aanlokkelijk op voorhand, tegenvalt. Voor mij zou het onbevredigende aspect van de roman minder zwaar wegen als de persoon van de verteller een vastere identiteit had gekregen. Een vreemd verhaal in de ogen van een vreemde verteller is misschien net iets te veel.
    Shaun Prescott heeft in een interview de vergelijking gemaakt met de roman Het slot van Kafka. Dat boek was voor hem een openbaring. Bij Kafka probeert iemand toegang te krijgen tot iets wat wel degelijk bestaat en blijft bestaan. Een overeenkomst is zeker het in broodnuchtere bewoordingen gevangen absurdisme. In de dankbetuiging aan het eind van Het verdwijnen betoont Prescott zijn respect voor het volk van de Wiradjuri. Dat betreft een bevolkingsgroep die deel uitmaakte van de Aboriginals en leefde in het gebied waar de roman zich afspeelt. Misschien heeft Prescott de bewoners die zich hebben gevestigd in het leefgebied van de Wiradjuri willen aanspreken vanwege hun opdringerigheid. Er is geen heil te vinden voor mensen die een stad vestigen op het grondgebied van een ander. Er rust een vloek op het stadje.
    middelr@xs4all.nl