Leesimpressies

  • Simon Vestdijk: Meneer Visser’s hellevaart

  • Nr. 51 - 2007
  • Mijn voornemen om oud te worden verdraagt zich uitstekend met de gewoonte jaarlijks een boek van Vestdijk te lezen. “O, Gij, die sneller schrijft dan God kan lezen”dichtte Roland Holst ooit over de kluizenaar van Doorn. Vestdijk produceerde een nog altijd indrukwekkend oeuvre. Hij schreef meer dan 50 romans. Wie komt daarbij in de buurt? Hermans, Reve en Mulisch verbleken als luiwammesen. Dat aantal maakt des te meer indruk omdat Vestdijk relatief laat begon als romanschrijver. Hij startte zijn loopbaan in de literatuur met poëzie. Hij was midden dertig toen de eerste romans vorm kregen waaronder Meneer Visser’s hellevaart. Bovendien werd Vestdijk niet heel oud. Hij overleed op 72-jarige leeftijd. Krap vier decennia stonden hem als romancier ter beschikbaar. Bijna ieder jaar viel daar nog een periode tussenuit wanneer een depressie hem het werken onmogelijk maakte. Productiviteit en veelzijdigheid vragen om bewondering. Behalve poëzie en romans schreef Vestdijk vele essays. Hij was een gepassioneerd liefhebber van klassieke muziek.


    Aan een boek van Vestdijk was ik dit jaar nog niet toegekomen, wel over hem. Eerder dit jaar las ik de biografie van Wim Hazeu, ongeveer 1000 bladzijden met een hoge informatiedichtheid. De biograaf wijst op de invloed van Ulysses op Meneer Visser’s hellevaart. Net als Leopold Bloom laat Willem Visser een associatieve stroom van gedachten op de lezer los. De handeling speelt zich in beide boeken binnen één etmaal af. Joyce koos Dublin als decor. Voor meneer Visser is Lahringen de plaats van handeling met op de achtergrond Weulnerdam wat Vestdijks is voor Harlingen en Leeuwarden.

    Willem Visser is een dwangmatige pestkop. Hij is getrouwd met Marie en het huishouden wordt gecompleteerd met huishoudster Betsy. Vestdijk heeft als gewoonte om aan dienstbodes een erotische uitstraling toe te kennen, zo ook deze keer. Visser is bemiddeld dankzij de erfenis van oom Richard. Het geld heeft hij belegd in onroerend goed waardoor hij, ooit kandidaat-notaris, als huisjesmelker kan optreden. Veel dorpsgenoten passeren de revue waaronder enkele politiefunctionarissen. De familie Wachter bekend van de Anton Wachter romans maakt deel uit van de cast. Vooral moeder Wachter vormt het mikpunt van Visser. De onaangename trekjes van Visser zijn verteerbaar door de nuchtere humor waarmee deze zijn opgetekend. Nadat hij zijn zwager heeft belasterd komt hij tot de volgende gedachtegang. “Dat waren de drie dingen, die je altijd van iemand zeggen kon, langs je neus weg: hij drinkt, hij staat er slecht voor, hij is zo rot als een mispel.”

    Visser spiegelt zich graag aan Robespierre en diens gewelddadigheden. Ook spreekt hij zichzelf aan als generaal. Aan het eind van het boek, in een droom, dient Visser zich te verantwoorden voor zijn gedragingen. De dreiging, die hier vanuit gaat, doet denken aan Het proces van Kafka. Als Visser ontwaakt uit de droom probeert hij de balans op te maken. Hij stak zijn arm uit naar twee sulfonaltabletten en sliep binnen vijf minuten.

    Veel liefhebbers van Vestdijk rekenen Meneer Visser’s hellevaart tot hun favoriete boeken. De ontvangst was in de jaren dertig echter zeker niet onverdeeld gunstig. Ook de verkoopcijfers waren bescheiden.

    Bij mij roept het werk van Vestdijk altijd gemengde reacties op. Er is enerzijds de bewondering voor zijn scheppingskracht maar anderzijds is er de schrijfstijl die mij matig bevalt. Het taalgebruik maakt een gedateerde indruk. In deze roman is sprake van een barbier met een “uitbochtende heup” of van een “dédaigneus knikje wisselen met een freule”. Hazeu spreekt over een professorale stijl. Het werk doet gezwollen aan. Het is vergelijkbaar met de luchtige plechtstatigheid die we zo goed kennen van het Polygoon journaal. De bevrijdende ingreep van de late jaren zestig heeft niet plaatsgevonden. In politiek opzicht wordt deze periode de laatste jaren als modieus en overschat weggezet. De democratiseringsgolf van toen heeft zeker niet louter zegeningen gebracht. Wel is er definitief afgerekend met de onverteerbare opsmuk die toen in de media en de literatuur gangbaar was. Jammer dat het talent van Vestdijk juist voordien bloeide. Desondanks zal ik volgend jaar zeker opnieuw een werk van hem lezen: misschien wel een boek met essays zoals over Mahler of het autobiografische Gestalten tegenover mij. Vestdijk heeft te veel te bieden om je door de stijl af te laten schrikken. Bovendien blijft de figuur Vestdijk de nieuwsgierigheid prikkelen. Zijn bezetenheid blijft verbazen. Het is schrijven of de dood je op de hielen zit. Zo beschrijft Hazeu een verjaardag van de auteur waarbij hij zijn bezoek in de steek liet om boven door te gaan met schrijven. Of zijn allergie voor afleiding door geluiden. Om geen last te hebben van voorbij razende straaljagers of brommers zette hij de stofzuiger aan. Dat resulteerde tenminste in een constante ruis waarop hij zich kon instellen. Voor literaire pelgrims mag niet onvermeld blijven dat de stofzuiger te bewonderen valt in het Letterkundig Museum te Den Haag.