Leesimpressies

  • Stefan Hertmans: Oorlog en terpentijn

  • Nr. 12 - 2014
  • Aan de voorstelling Buiten schot van Diederik van Vleuten heb ik naast een indrukwekkende herinnering het begrip slagveldvakantie overgehouden. De foto’s van Thom Hoffman kun je er zelf bij denken. Jaarlijks brengt Van Vleuten enkele dagen door in de streek van IJzer en Somme waar honderdduizenden het leven lieten. De theatervoorstelling bevindt zich in de aanloop naar de vele herdenkingen van de Eerste Wereldoorlog. Met een stortvloed aan boeken. Ik heb me voorgenomen van dat aanbod weinig te lezen. Voor Oorlog en terpentijn maak ik graag een uitzondering. Net als bij Van Vleuten heeft Stefan Hertmans via een grootvader een persoonlijke band met de geschiedenis als aanleiding gekozen. Dat kan voor een roman interessante brandstof leveren. De objectieve historische verslagen vol namen en rugnummers laat ik graag passeren. Bovendien ben ik Hertmans enige dank verschuldigd. Ooit deed ik enkele dagen Bratislava aan op basis van zijn voorspraak in het boek Steden.

    Hertmans heeft in Oorlog en terpentijn gekozen voor een driestemmige invalshoek. In het begin en einde van het boek komt de auteur zelf aan het woord. Hij vertelt over zijn eigen herinneringen aan de grootvader van moederskant. Dat begint met een uitstapje naar het strand van Oostende, stad van de klakpotter James Ensor, als Stefan zes jaar is. Het is de prelude tot een jeugd die gevuld zal zijn met eindeloze verhalen over de Eerste Wereldoorlog. Vlak voor zijn dood, grootvader Urbain Martien is dan 90, overhandigt hij zijn kleinzoon cahiers met de handgeschreven herinneringen waaraan hij zeventien jaar gewerkt heeft. Hertmans heeft het materiaal zo’n dertig jaar laten rijpen. Met de herdenkingseruptie van de Eerste Wereldoorlog in het verschiet was het nu of nooit. Gelukkig werd het nu. Wat volgt is een schitterend portret van een man die vermalen werd tussen de nachtmerrie van zijn verblijf aan het IJzerfront en zijn droom om schilder te worden. In het leger kwam hij terecht na een opleiding aan de militaire school te Kortrijk op advies van een geestelijke.

    Voor een jongen gelijk gij, zonder diploma of geld, zijn er maar twee manieren om u van de slavernij te bevrijden: soldaat of priester


    De tweede en derde stem zijn afkomstig van Urbain Martien. In een klein deel van het boek komt hij rechtstreeks zelf aan het woord. Dat is het geval bij een aangrijpende beschrijving van het overlijden van zijn vader, de kerkenschilder Franciscus Martien, geveld door de vliegende tering. Het grootste deel van het boek is in de ik-vorm geschreven. Urbain Martien komt aan het woord maar via bemiddeling van zijn kleinzoon. Op basis van de cahiers geeft Hertmans een parafrase van de belevingswereld van zijn grootvader. Het blijft ongewis waarom Hertmans nu eens het ene en dan weer het andere register bespeelt. Het is opmerkelijk dat Urbain over een rijke taalschat beschikt. Hij was een man met nauwelijks opleiding en evenmin oefende hij een beroep uit waarin de taligheid op de voorgrond stond. Ook met taalfouten was je geschikt als kanonnenvoer. Voor de periode in het leger werkte hij in een ijzergieterij en erna bij de spoorwegen tot psychische problemen daar een eind aan maakten. Zijn talent voor taal kwam ook tot uiting doordat hij voor zijn kameraden brieven opstelde desnoods in het Frans en Engels.
    Naast de ellende in de loopgraven komt er een beeld naar voren van een wereld in en rond het Gentse vol armoe. Zijdelings komt de sociale strijd tussen katholieken en socialisten naar voren. Hoewel Urbain uit eigen belang baat zou hebben bij waar de socialisten voor streden moest hij niets van die rode kliek hebben. Liever armoede in orde dan onrust. Hij schikt zich meestal deemoedig in zijn lot al zal hij nooit nalaten de foute uitspraak van zijn naam door Franstalige commandanten te verbeteren.
    Tot de hoogtepunten van de roman mag ook het liefdesleven, inclusief het gebrek daaraan, van Urbain gerekend worden. Hij vat een overweldigende liefde op voor het buurmeisje Maria Emelia. Zij bezwijkt in zijn armen aan de Spaanse griep. Urbain trouwt met haar onopgemerkte timide en oudere zuster Gabrielle. Het plichtsbesef van beide kanten staat een goed huwelijk niet in de weg.
    Hertmans heeft een overtuigend portret van zijn grootvader gemaakt. Met behulp van goedgekozen details en bloemrijke formuleringen komt de man tot leven. Je ziet hem voor je met zijn grote strik en op het hoofd de borsalino. De roman past in een traditie van prachtige familiegeschiedenissen die pas na een flink tijdsverloop te boek worden gesteld. Amos Oz, Jan Siebelink, Tom Lanoye en vele anderen gingen Hertmans voor. Na rijping gaan de emoties niet meer aan de haal met de auteur maar komen zij afgewogen op het papier. Hier komen we bij het Connie Palmen leermoment. Als de wonden van het verdriet te vers zijn, komt de auteur zelf te veel op de voorgrond en ontneemt zo het zicht op de geportretteerde. Na lezing ben ik van plan nog eens naar Merelbeke te gaan.