Leesimpressies

  • Tomek Tryzna: Bleke Niko

  • Nr. 36 - 2014
  • Opgroeien is in onzekerheid de confrontatie aangaan met voorbeelden die je betoveren. Je weet plotseling waar het in jouw leven naar toe moet. Je loopt bijvoorbeeld in de zwembadpas naar school, zoals Theo Thijssen zo meesterlijk beschreef. Iedereen kan voortaan zien dat jij er toe doet. Toen Freek de Jonge Toon Hermans zag optreden wist hij dat hij later Freek de Jonge zou worden. Jeugdidealen evolueren mee met hun bezitter. Mijn eerste jeugdideaal was vuilnisman worden, mijn laatste met Isabel Adjani trouwen. Achterop springen en schuin hangend de bocht door. Ik specificeer de vuilnisman niet de echtgenoot. Tussendoor klopte ik pas in de laatste honderd meter, vals plat omhoog, Eddie Merckx met banddikte in de sprint op het WK. Tot de volwassenheid ongenaakbaar toeslaat. Je neemt met de werkelijkheid genoegen. Voor Bleke Nico, hoofdfiguur en verteller in de gelijknamige roman van Tomek Tryzna, is films maken de droom van zijn bestaan. Hij is betoverd geraakt door het zien van Le mépris met Jean-Luc Godard als regisseur. Filmmakers behorend tot de Nouvelle Vague hadden een nieuwe manier uitgevonden voor het vertellen van een verhaal met een nooit vertoonde cameravoering. Onbegrijpelijk dat ze in Hollywood niet door hadden dat dit de ware manier van filmen was. Poolse films waren vanaf dat moment louter lachwekkend.

    Voor Bleke Niko is film niet het startpunt om zijn fantasie in werking te zetten. Hij was eerder groot bewonderaar van de Russische hoogspringer Walery Brumel. Bleke Niko ontwikkelde een revolutionaire eigen techniek waarmee Dick Fosbury later in 1968 Olympisch kampioen zou worden. Bleke Niko was in het begin van de jaren zestig in Swidnica, toevallig ook de geboorteplaats van Tryzna, onderdeel van Neder-Silezië zijn tijd vooruit. Toch zou filmen de dominante passie worden. Kan het anders bij iemand wiens naam een anagram van kino vormt. Het was een gedeelde passie. Ik koffiehuis Casanova resideerde een gezelschap vrienden die hun voorliefde voor film met elkaar deelden. Behalve Bleke Niko en boezemvriend Kuba maakten hier voorzitter Oczko en de dichter Filip deel van uit. De liefde voor film ging gepaard met veel drankgebruik opgediend door serveerster Jola die de bestellingen bezorgde onder het declameren van een onbegrijpelijk rijmpje. Jongens waren ze maar aardige jongens.

    Voorzitter Oczko heeft altijd een aktetas bij zich en draagt een stropdas. Hij is nergens bang voor, durft iedereen op te bellen, maakt met iedereen een praatje en krijgt alles voor elkaar. Van ons is hij de kleinste en de oudste. Hij is eenentwintig


    Tryzna vertelt de geschiedenis van de vrienden, op de grens van droom en werkelijkheid, op een springerige manier. De rode draad vormen de pogingen om films te maken die meedingen op festivals. Eerst voor amateurs in Polen maar later ook internationaal. De plaatselijke gemeenschap wordt gemobiliseerd om een bijdrage te leveren. De ouders van Bleke Niko doen hun plicht en spelen de rollen die zoonlief voor hen in petto heeft. Ondertussen zijn er de inspanningen om aan technisch bruikbare apparatuur te komen. Soms is een geestelijke bereid een camera uit te lenen. Er is de toezegging van de heer Wunde uit Hamburg dat hij, onder de indruk van hun talent, een professionele camera met geluid zal leveren. Tot dat moment is aangebroken, wat maar duurt en duurt, is het behelpen ondanks de inzet van de voorzitter. Dichter Filip past de scenario’s aan naarmate de omstandigheden dat vragen. Tryzna doorspekt de filmloopbaan met andere voorvallen. De compositie van de roman waaiert vele kanten op. Tryzna heeft de neiging om gegevens te presenteren waarbij de lezer zich afvraagt iets gemist te hebben maar dan volgt kort nadien de uitleg die alles op zijn plaats brengt. Tryzna begint in dergelijke gevallen met de conclusie en komt pas daarna met de aanloop. Het springerige karakter komt eveneens naar voren in de flarden waarmee hij onderdelen uit eerdere boeken in deze roman terug laat komen. Wie Meisje niemand of Ga, heb lief heeft gelezen zal op vertrouwde elementen stuiten in de vorm van namen, beroepen en plaatsaanduidingen. De drie romans staan op eigen benen maar zijn herkenbaar van dezelfde auteur afkomstig. De groeistuipen van jonge mensen vormen de verbindende schakel. Voor mij is Meisje niemand uit deze reeks de onbetwiste kampioen. Ga, heb lief vond ik minder geslaagd. Daar ontspoort het verhaal door een overdaad aan fantasie. Qua genietbaarheid zit Bleke Niko tussen deze twee oudere publicaties in.
    Tryzna is dit jaar met Bleke Niko genomineerd voor de Europese literatuurprijs die sinds enkele jaren bestaat. Die uitverkiezing lijkt me goed verdedigbaar. Dat maakt me nieuwsgierig naar het boek dat met de prijs aan de haal ging: Jérôme Ferrari met De preek over de val van Rome. Misschien is dat mijn volgende lectuur of zal ik eerst een plek inruimen voor de actualiteit van Thomas Piketty? Volgende week weet ik het antwoord.